Tag: Tuin – Garden

Een stapel rilde takken

Mijn takkenril 'avant la lettre'
Mijn takkenril 'avant la lettre'
Naar aanleiding van mijn berichtje van gisteren kreeg ik een vraag om een fotootje van de takkenril in onze tuin.
Ik was al van plan daar een berichtje aan te wijden, dus daar kon ik alvast met een volmondig ‘dat doe ik’ op antwoorden, al zou ik misschien wel een paar dagen langer gewacht hebben met schrijven.
Onze oudste ‘takkenril’ dateert al van de tijd dat ik nog niet van takkenrillen had gehoord.
Lees verder “Een stapel rilde takken”

Nieuwe tuinblogs!

Lamium album - Witte dovenetel, white dead-nettleDe ecologische niche van de ‘natuurtuinblogs’ raakt langzaamaan wat meer bevolkt.
De afgelopen maanden zijn er verschillende nieuwe sterren aan dat firmament opgedoken.

In ‘Een Ecologische Tuin‘ verhaalt Jan hoe hij ‘Den Hof’, een geïsoleerd stukje tuin in het Hageland, tracht om te vormen tot een ecologisch interessant stukje natuur.
Johan van ‘The Naked garden‘ beschouwt zijn blogje over zijn Haspengouwse tuin als een virtueel dagboek, een online-archief waarin hij zijn hersenspinsels over ecologisch tuinieren (en kruiden en essentiële oliën) kwijt kan.
En de nieuwste telg in de rij is de voorlopig nog naamloze tuinier van Diversituin, die een boeiende, maar ook uitdagende ligging heeft voor zijn tuin: de noordhelling (en neem helling hier maar erg letterlijk) van een heuvel, met een verval van ruim acht meter tussen hoogste en laagste punt. Wie dacht dat we hier in ‘Le Plat Pays’ woonden?

Voeg daarbij nog de tuinen van Bart in de Vlaamse Ardennen, van Yo in Vlaams Brabant, en mijn tuin in de Antwerpse Zuiderkempen, en dat krijg je een mooie staalkaart van ecologische tuinen in Vlaanderen.
(En wie weet bevind de ijzerzandsteenheuvel waarop de diversituin ligt zich in het Vlaamse Heuvelland, en dan zijn meteen alle Vlaamse provincies vertegenwoordigd…)

Ik denk dat we in het voorjaar echt eens een ontmoeting van ‘natuurtuinbloggers’ moeten plannen.
Een voorlopig voorstel is het laatste weekend van maart, op de lente-opendeurdagen van Ecoflora in Halle. Zelf gaat mijn voorkeur naar de zondag, maar ik kan flexibel zijn…

Wat de foto betreft: die dovenetel bloeit hier inderdaad nog erg uitbundig!

Lentebode

Lonicera periclymenum - Wilde kamperfoelie
Vorig jaar op tien december vertelde ik dat het allereerste sneeuwklokje zijn kopje al boven de aarde stak, en het afgelopen weekend vond ik op diezelfde plek ook alweer een paar aarzelende scheutjes (al zijn die nog niet zo goed te herkennen als op de foto van vorig jaar).

Maar ondanks de winterprik van de voorbije weken, kan je er in de tuin al niet meer aan voorbij dat de natuur wéét, dat ze zich alweer moet voorbereiden op een nieuw groeiseizoen.
De wilde kamperfoelie begint zijn nieuwe knoppen al te ontvouwen voor de winter goed en wel begonnen is.
Kamperfoelie is een struik die ik wel eens vergelijk met de witte heks uit de Kronieken van Narnia.
Wit is de kleur van de onschuld, maar de witte heks is verre van onschuldig, al ziet ze er soms zo breekbaar uit.
Kamperfoelie staat in de bloementaal wel eens symbool voor toewijding, betrouwbaarheid en kracht, maar al kan een kamperfoelie een boom of struik heel toegewijd omstrengelen, die omhelzing is verre van betrouwbaar.

Lonicera periclymenum - Wilde kamperfoelie Inderdaad, zoals Bart ook al schreef, de wilde kamperfoelie is een wurger, die zich dermate rond een boom kan strengelen dat die er tenslotte aan bezwijkt. Maar, het blijft een honingzoete wurger… Honingzoet, want je kan niet ontkennen dat de geur van kamperfoelie op een zwoele zomeravond absoluut betoverend is. Maar ook de Engelse naam ‘Honeysuckle’ is niet zomaar een fabeltje… in de diepe kelk van de bloemen bevindt zich een druppeltje nectar, en natuurverbonden kinderen weten dan ook goed dat tijdens een boswandeling de kamperfoelie voor een welgekomen snoepertje kan zorgen.

Geen netels nodig

Dit bericht is deel 1 van 3 in de reeks Een diervriendelijke tuin
Grote Brandnetel | Urtica dioica
Grote Brandnetel | Urtica dioica

Gardens (all gardens) are good for wildlife, and encouraging wildlife is entirely compatible with ordinary gardening, costs next to nothing and is almost completely effortless.
You may have wished all these things were true, but never allowed yourself to hope that they actually are.
Well, they are, and here is the proof…

Tuinen (alle tuinen) zijn goed voor het dierenleven, en dieren naar je tuin lokken is volkomen te verzoenen met ‘normaal’ tuinieren, het kost nagenoeg niks en het vergt geen enkele inspanning.
Je zou willen dat al die uitspraken waar zouden zijn, maar je hebt jezelf nooit durven toestaan te hopen dat het echt zo is.
Welnu, het is allemaal waar, en hier komt het bewijs…

Met die woorden opent Ken Thompson zijn boekje ‘No Nettles required – The Truth about Wildlife Gardening’ (Geen netels nodig – de waarheid over diervriendelijk tuinieren).
Een commentaar van Anton op mijn stukje over het konninginnenkruid is de aanleiding om de conclusies uit dit boekje van wat dichterbij te bekijken.

Lees verder “Geen netels nodig”

Grassen in mijn hooilandjes

mijn hooilandje - my hay meadowNa Bart en Yo ben ik de grassen in mijn tuin ook eens onder de loep gaan nemen.
Ik heb alleen de hooilandjes van dichterbij bekeken, en over het resultaat heb ik gemengde gevoelens.

Eigenlijk zijn er maar twee grassen die ik zo gauw kan terugvinden. Lees verder “Grassen in mijn hooilandjes”

Bijenkorfje – Prunella vulgaris

Prunella vulgaris - BrunelIk heb de brunel altijd een erg sympathiek plantje gevonden… In onze tuin heb ik het dan ook gekoesterd, maar pas dit jaar lijkt het wat algemener voor te komen – lees: het heeft zich nu ook in de bloemenweide gevestigd.

Tot nu toe groeide en bloeide het plantje vooral op de oprit. Die oprit bestaat uit kasseien, die met behoorlijk brede voegen (eigenlijk breder dan we het graag gewild hadden) gelegd zijn. Omdat er geen beginnen aan is om die oprit volledig onkruidvrij te houden (moet ik nog zeggen dat ik absoluut geen round-up of dergelijke aan mijn tuin wil spenderen?), heb ik daar altijd heel selectief gewied. Grassen, paardenbloemen en dergelijke worden zonder pardon verwijderd, maar driekleurige viooltjes, zaailingen van kruiptijm, en natuurlijk brunel worden met heel veel plezier verwelkomd. In het midden van de oprit blijft de brunel laag, en komt nauwelijks in bloei, maar naar de randen toe wordt ze wat hoger en krijgt ze wel bloemetjes. Intussen heeft ze ook haar weg naar het hooilandje gevonden, en daar wordt ze wel een centimeter of dertig hoog.

De brunel heeft haar volksnaam bijenkorfje te danken aan haar gelijkenis daarmee, maar het is één van de vele lipbloemigen die ook druk insectenbezoek krijgen.

Blaassilene

Silene vulgaris - BlaassileneEen tijdje geleden heb ik een paar plantjes Blaassilene (Silene vulgaris) in mijn tuin geplant (gekocht bij Ecoflora).
De twee plantjes in de boomgaardweide bloeien al, die op de ‘slinger‘ wacht daar nog even mee.
Toch doet de plant het daar op die droge slinger bijzonder goed, net als het overige plantgoed dat er een plekje kreeg (met uitzondering van de wilde marjolein, die is binnen de kortste keren helemaal verdroogd).

Mij doet de blaassilene altijd aan vakanties in de alpen denken…
Ook zoonlief heeft duidelijk vakantie-herinneringen aan de plant, want toen ze in bloei kwam, herinnerde hij zich hoe ik hem tijdens een vakantie in de bergen leerde hoe je de nog ongeopende kelkje kan laten ‘ploppen’ tussen je vingers.

Toen ik de bloemetjes wilde fotograferen, ontdekte ik dat ze – net als de nachtsilene die ik een jaartje geleden liet zien – hun bloempjes eigenlijk pas ’s avonds openen.  Op de eerste foto (die in weerwil met het schijnbaar heel gesluierde licht gemaakt is midden in de weide, op het ogenblik dat de zon op haar hoogste punt aan een strakblauwe hemel stond) zie je hoe de kroonblaadjes helemaal bij elkaar gefrommeld zijn.  Dat wat je het verst uit de kelk ziet steken, zijn de meeldraadjes .  (Ik heb blijkbaar alleen mannelijke planten… Blaassilene kan mannelijk, vrouwelijk, of tweeslachtig zijn.)
Silene vulgaris - BlaassileneTegen de avond (de foto hiernaast werd na achten gemaakt) gaan de blaadjes zich dan plots strekken, en ziet het plantje er van dichtbij heel anders uit…

De plant wordt nauwelijks medicinaal toegepast, maar de sappige jonge scheutjes zouden wel culinair worden gebruikt: Plants for a future meent te weten dat ze smaken als erwtjes met een licht-bittere ondertoon, een bitterheid die bij blancheren verdwijnt. Door de aanwezigheid van saponines is wel enige voorzichtigheid aangewezen, en je eet er dan ook best geen al te grote hoeveelheden van.

Edit: sinds ik de foto’s heb gemaakt, heb ik gemerkt dat het echt niet alleen ’s avonds is dat de bloemen zich helemaal openen. Allicht was het zuiver toeval dat ik de eerste dagen de open bloemetjes alleen ’s avonds zag.

Een bitterzoet plantje (etymologie)

Dit bericht is deel 1 van 3 in de reeks Bitterzoet

Na een paar jaar afwezigheid is het bitterzoet weer in mijn tuin opgedoken, op ruim honderd meter van zijn vroegere groeiplek.Solanum dulcamara - Bitterzoet
Het is een plant waar heel veel over te vertellen valt, dus ik ga er deze week een paar keer op terugkomen. Vandaag komt de etymologie (naamsverklaring) aan bod, en later deze week vertel ik over het (oude) gebruik in de kruidengeneeskunde, en ik kan het natuurlijk niet laten om ook de folklore aan bod te laten komen.

Lees verder “Een bitterzoet plantje (etymologie)”

Maaien

Hooitijd
Na de verhalen van Yo en Bart over hun maai-exploten, besloot ik om dit jaar de hand toch ook wat eerder aan de ploeg – sorry, de zeis – te slaan.
Gewoonlijk maaien we de weides rond half juni, en voor het weitje in de voortuin is dat prima. Maar voor de boomgaardweide is dat, als ik heel eerlijk ben, toch eigenlijk wat te laat. Als het dan eind mei, begin juni een keer flink regent of waait, dan gaat het gras meestal toch wel hier en daar legeren (platvallen).
Bovendien: door de werken die voor de komende tijd aan de schuur gepland zijn, zal manlief niet zoveel tijd hebben om ook nog veel in de tuin te doen. Dus dacht ik maandagmiddag: Laat ik zo langzaamaan al maar eens beginnen in de boomgaard. Als ik elke droge dag een half uurtje maai, dan kom ik al een heel eind.

Lees verder “Maaien”