Een bitterzoet plantje (etymologie)

Na een paar jaar afwezigheid is het bitterzoet weer in mijn tuin opgedoken, op ruim honderd meter van zijn vroegere groeiplek.Solanum dulcamara - Bitterzoet
Het is een plant waar heel veel over te vertellen valt, dus ik ga er deze week een paar keer op terugkomen. Vandaag komt de etymologie (naamsverklaring) aan bod, en later deze week vertel ik over het (oude) gebruik in de kruidengeneeskunde, en ik kan het natuurlijk niet laten om ook de folklore aan bod te laten komen.

De wetenschappelijke soortnaam ‘dulcamara’ is het omgekeerde van de Nederlandse benaming bitterzoet. Die omkering is een beetje vreemd, want ‘bitterzoet’ slaat immers op het feit dat de inhoudstof ‘dulcamarine’ eerst bitter smaakt, en onder inwerking van het speeksel zoet gaat worden. (Overigens: vroeger sprak men een wetenschappelijke geschriften ook wel over – eigenlijk dus meer correct – over amaradulcis in plaats van dulcamara.)
Ook in andere talen vind je die smaak-indruk terug in de benaming: ‘Bittersüβ’ in het Duits, ‘bittersweet’ in het Engels, en in het Frans is het ‘morelle douce-amère’ en in Italië ‘dulcamara’. De Romaanse talen blijven dus dichter bij de (omgekeerde) wetenschappelijke naam, en de Germaanse talen zetten de bittere smaak voorop.
Ik vind in heel veel boeken terug, dat kinderen er van houden om op de stengels van het bitterzoet te kauwen. Zelf heb ik het als kind nooit gedaan, en ik vraag me af of er tegenwoordig nog veel kinderen zijn, die voldoende kennis hebben van wilde planten om het te durven proberen. Het is uiteindelijk een plant die weliswaar niet zeldzaam is, maar waar je ook weer niet over struikelt, dus iemand moet je de plant echt wel leren kennen. Het is trouwens een plantje waar je wel eens af en toe een klein beetje van mag snoepen, maar dat eigenlijk giftig is.

Over de verklaring van de wetenschappelijke geslachtsnaam ‘Solanum’ bestaat geen volledige duidelijkheid.
Soms wordt naar het Latijnse ‘sol’ (zon) verwezen, maar dat verband lijkt minder waarschijnlijk. Tjeu Leenen (in ‘Planten met een verhaal’, uitgegeven door I.V.N. De Maasdorpen) legt een verband met solare, ‘woest worden als door een zonnesteek’, maar in mijn Latijnse woordenboek vind ik dat werkwoord niet terug.
De meest gangbare verklaring is, dat de wortel van solanum te vinden in ‘solari’, dat troosten, pijn wegnemen betekent. Dit zou dan slaan op de pijnstillende en slaapverwekkende eigenschappen van sommige soorten uit de familie van de nachtschade-achtigen (mits zéér voorzichtig gedoseerd).

De Nederlandse geslachtsnaam ‘Nachtschade’ heb ik al heel bondig verklaard in mijn oude artikel over , een ook die etymologie is niet helemaal helder. De zwarte nachtschade (Solanum nigrum), een andere vertegenwoordiger van dit geslacht en vaak een hardnekkig onkruid in de (moes)tuin aanzag men vroeger als de verpersoonlijking van een tovenares die kwade geesten kon bezweren.
Vergelijkbaar is het oude gebruik in Duitsland, om met nachtschades nachtmerries (nachtschaden) te verdrijven. Er wordt van daaruit soms een verband gelegd met de Noorse/Germaanse Godin Skadi, die ‘schadelijke’ eigenschappen zou hebben.
Ook ligt er wellicht een verband met het Deense ‘Natskade’, nachtraaf, waarbij wel eens verwezen wordt naar de twee raven die Wodan voortdurend op de hoogte hielden van wat er op aarde gebeurde.
(Bron van deze verklaringen van ‘Nachtschade’ is opnieuw het boekje van Tjeu Leenders.)

Dat niet alleen de naam nachtschade, maar ook het plantje bitterzoek heel wat mythische wortels heeft, daarover vertel ik later deze week.

Series Navigation   |   Bitterzoete folklore >>
Deze buttons respecteren je privacy (zie info):
sig

7 thoughts on “Een bitterzoet plantje (etymologie)

  1. Hoi Anne,
    Mag ik je bijvallen met de volgende aantekeningen?
    Het Latijnse woord solare bestaat wél, maar dan in de postklassieke betekenis van eenzaam, verlaten maken, dus afgeleid van solus (solatae peste domÅ«s). De verklaring van Tjeu Leenen is derhalve niet correct. Dit wordt bevestigd door wat prof. C.A.J.A. Oudemans schrijft in zijn alweer tamelijk oude boekje (daterend van 1899), getiteld “Verklaring van de beteekenis der Geslachtsnamen van de Phanerogamen en Vaatcryptogamen, behoorend tot de flora van Nederland”: “Hij [de naam] wordt door sommigen afgeleid van solare, woest maken, alsof men door een zonnesteek (zon = sol) getroffen ware; door anderen echter van solamen, troostmiddel, naar aanleiding van het openbaren van kalmeerende eigenschappen. Wij kunnen het met geene dezer beschouwingen vrede hebben, daar solare niet van sol, ‘zon’, maar van solus, ‘alleen’, afkomstig is, en solare wel ‘woest maken’, maar in de zin van ‘eenzaam maken’ beteekent; en verder niet, omdat het solanine, dat alle soorten van Solanum tot vergiftige planten makt, geenszins kalmeerende eigenschappen heeft. Wij hebben evenwel geene andere verklaring voor den naam Solanum kunnen vinden.”

  2. Solanum betekent zoiets als ‘troost’. Vergelijk het woord ‘soelaas’ dat via het Frans uiteindelijk onze taal heeft bereikt.

  3. @Fred de Vries: dat schreef ik al in mijn oorspronkelijke bericht:

    De meest gangbare verklaring is, dat de wortel van solanum te vinden in ’solari’, dat troosten, pijn wegnemen betekent. Dit zou dan slaan op de pijnstillende en slaapverwekkende eigenschappen van sommige soorten uit de familie van de nachtschade-achtigen (mits zéér voorzichtig gedoseerd).

    Of deze verklaring ook de juiste is, staat niet met zekerheid vast. Er wordt bijvoorbeeld in één van mijn bronnen verwezen naar de ‘slaapverwekkende’ eigenschappen van strychnine, dat in een aantal Solanaceae voorkomt, maar strychnine is nauwelijks slaapverwekkend, en al helemaal niet pijnstillend (maar wel dodelijk giftig)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *