Tag: bloemen

In de Bloemenweide – Ouverture – in the Flower Meadow

(to English translation)

Drie weken geleden was er in de bloemenweide niets van kleur te zien. Maar intussen is de ouverture van het bloemenspektakel voor dit jaar van start gegaan.

Crocus sp. Foto: Jan
Crocus sp. Foto: zoonlief
Het hoogste, droogste deel van de bloemenweide is mijn ‘bollenveldje’, behalve de wilde planten die over een paar weken in bloei kunnen gaan komen, staan er in dat deel vooral bolletjes:
Er staan een heleboel krokussen die langzaamaan verwilderen. Het zijn ten dele doordeweekse tuincultivars, maar de krokussen die zich het best vermenigvuldigen zijn de boekenkrokussen (Crocus tommasinianus). Dat is ook niet toevallig één van de twee soorten krokussen die in onze streken al heel lang in het wild ingeburgerd zijn. (Definitie volgens het soortenregister: een soort die door de mens is geïntroduceerd is, en zich minimaal 100 jaar zelfstandig – en voortplantend – heeft kunnen handhaven.)

Lees verder “In de Bloemenweide – Ouverture – in the Flower Meadow”

Bloemen na de kou…

Akkerviooltje (Viola arvensis) - Ik had toch zon kou
Akkerviooltje (Viola arvensis) - 'Ik had toch zo'n kou'
Toen ik vorige week donderdag een bloeilijstje postte, dacht ik dat er behalve de toverhazelaar niks bloeide in mijn tuin.

Na een weekend heb ik gewoonlijk een iets beter idee van wat er zoal bloeit in de tuin, en dat ziet er nu dus al iets rooskleuriger uit.
Vorige week was het de aller-, allereerste keer sinds ik mijn bloeilijstje bijhoud, dat ik geen witte dovenetel in bloei vond. Intussen weet ik wel beter: jawel hoor, op ’t veld staat toch nog één dapper exemplaar met één bloemetje te bloeien.

Ook het madeliefje was tot nu toe altijd van de partij, maar daar kan ik alleen maar een dichtgesloten knopje van ontdekken, dat heeft nog even wat zon nodig.

Wat me wel verraste, was dat ene akkerviooltje dat ik nog in bloei vond. Ik geef het toe, een schoonheidsprijs verdiend dat meiske niet meer, maar hoe zou je zelf zijn, als je twee weken vorst en sneeuw overleefd had. En, als ik heel eerlijk ben… heeft ze niet iets wonderlijk ontroerends, net door haar geschonden schoonheid? (In betere dagen ziet ze er zó uit.)

Lees verder “Bloemen na de kou…”

Tuinbloggers Bloeiersdag

https://ml5ien9cwyz3.i.optimole.com/w:auto/h:auto/q:auto/http://www.annetanne.be/kruidenklets/wp-content/uploads/2008/01/hamamelis2a.jpg
Hamamelis x intermedia 'Jelena'
Een paar dagen geleden maakte de Duitse Blog ‘Wir sind im Garten’ me attent op het Engelse fenomeen van de Garden Bloggers Bloom day, waartoe de steen aan het rollen werd gebracht door Carol van May Dreams Gardens, die elke tuinier uitnodigde om op de 15de van elke maand een lijstje te posten van de bloemen die op dat ogenblik in zijn/haar tuin bloeien. Op May Dreams Garden vind je ook elke maand een link naar de lijstjes op alle andere deelnemende blogs.

Tot nu toe postte ik hier altijd op de eerste dag van elke maand een overzicht van wat er hier in bloei stond, maar eigenlijk vind ik het wel een leuk idee om bij deze ‘grensoverschrijdende’ bloeilijstjes aan te sluiten. Voortaan dus mijn bloeilijstje op de 15de van elke maand.

Enne… dan moet ik het vandaag héél erg kort houden…

  1. Hamamelis x intermedia ‘Jelena’, toverhazelaar

Inderdaad… vandaag kon ik zeggen en schrijve één bloeiende plant in mijn tuin ontdekken.
Mijn Viburnum bodnantense ‘Dawn’, die tien dagen geleden onder die witte wollen muts van sneeuw nog zo mooi roze stond te blozen heeft nu alleen nog bruin bevroren bloemen.
Eén sneeuwklokje (Galanthus nivalis) belooft eerstdaags zijn knopje te openen (het exemplaar dat vorig jaar al voor nieuwjaar bloeide…), maar het polletje aan de voordeur houdt zijn knoppen nog dicht gesloten.
Vorig jaar maakte ik op 14 januari een foto van een Japanse kwee (Chaenomeles japonica) in bloei, maar dit jaar zijn zijn knoppen nog lang niet aan het zwellen…

Lentebode

Lonicera periclymenum - Wilde kamperfoelie
Vorig jaar op tien december vertelde ik dat het allereerste sneeuwklokje zijn kopje al boven de aarde stak, en het afgelopen weekend vond ik op diezelfde plek ook alweer een paar aarzelende scheutjes (al zijn die nog niet zo goed te herkennen als op de foto van vorig jaar).

Maar ondanks de winterprik van de voorbije weken, kan je er in de tuin al niet meer aan voorbij dat de natuur wéét, dat ze zich alweer moet voorbereiden op een nieuw groeiseizoen.
De wilde kamperfoelie begint zijn nieuwe knoppen al te ontvouwen voor de winter goed en wel begonnen is.
Kamperfoelie is een struik die ik wel eens vergelijk met de witte heks uit de Kronieken van Narnia.
Wit is de kleur van de onschuld, maar de witte heks is verre van onschuldig, al ziet ze er soms zo breekbaar uit.
Kamperfoelie staat in de bloementaal wel eens symbool voor toewijding, betrouwbaarheid en kracht, maar al kan een kamperfoelie een boom of struik heel toegewijd omstrengelen, die omhelzing is verre van betrouwbaar.

Lonicera periclymenum - Wilde kamperfoelie Inderdaad, zoals Bart ook al schreef, de wilde kamperfoelie is een wurger, die zich dermate rond een boom kan strengelen dat die er tenslotte aan bezwijkt. Maar, het blijft een honingzoete wurger… Honingzoet, want je kan niet ontkennen dat de geur van kamperfoelie op een zwoele zomeravond absoluut betoverend is. Maar ook de Engelse naam ‘Honeysuckle’ is niet zomaar een fabeltje… in de diepe kelk van de bloemen bevindt zich een druppeltje nectar, en natuurverbonden kinderen weten dan ook goed dat tijdens een boswandeling de kamperfoelie voor een welgekomen snoepertje kan zorgen.

In bloei op 1 oktober

herfstbloeiersMijn eerste ‘in bloei op…’ dateert van bijna een jaar geleden. Op 16 oktober 2007 telde ik 51 bloeiende soorten in mijn tuin.
Vandaag is mijn lijstje dubbel zo lang. Ik vermoed, dat de verklaring daarvoor vooral is, dat ik na ongeveer een jaar oefening veel nauwkeuriger kijk wat ik allemaal in bloei vind. En bovendien, 16 oktober is nog steeds veertien dagen later, en in deze tijd van het jaar kan dat toch al een behoorlijk verschil maken.

De lijst die je hier vindt, is een erg uitgebreide lijst van alles waar ik een bloemetje in heb kunnen ontdekken. En dat gaat van een takje appelbloesem over één eenzaam bloemetje in een roosmarijnstruik tot ‘normale’ najaarsbloemen als hemelsleutel en klimop.
Bega echter niet de vergissing, te veronderstellen dat het volkomen abnormaal is wanneer planten bloeien buiten de periode die in de flora’s en de tuinboeken als de ‘normale’ bloeiperiode te boek staat. In de eerste plaats kunnen planten niet lezen, en ze gebruiken ook geen kalenders, en dus weten ze niet dat – als de flora schrijft dat ze bloeien van juli tot september – ze geacht worden te verwelken in de nacht van 30 september op 1 oktober.
Wat je in ‘de boeken’ terugvindt, is de periode waarin de plant zijn hoofdbloei heeft. Een individuele plant kan echter ook (veel) vroeger of later bloeien. De redenen daarvan kunnen heel divers zijn: in de stad, waar de gemiddelde dagtemperatuur al snel een paar graden hoger ligt dan op het platteland, kunnen bloemen veel vroeger in bloei komen, of veel langer doorbloeien dan op het platteland. Maar ook op dat platteland kunnen microklimatologische oorzaken het bloeitijdstip beïnvloeden. En natuurlijk is er de klimaatsverandering, waardoor verschuivingen van de bloeiperiode steeds meer schering en inslag zijn. Maar dat een plant waarvan de flora’s beweren dat die bloeit tot in augustus nu nog een paar schaarse bloemen heeft hoeft niet echt abnormaal te zijn.

Lees verder “In bloei op 1 oktober”

Zaadmengsels voor een bloemenweide. In dubio…

gras...Omdat ik ten langen leste veel meer gras heb weggehaald van het hooilandje in de achtertuin dan ik aanvankelijk van plan was, wil ik daar dan ook maar meteen een weidebloemen-mengsel inzaaien.

Maar ik heb de voorbije dagen verschillende sites van kwekerijen van zaden van wilde planten bezocht, en weet nu niet meer goed wat doen.

Lees verder “Zaadmengsels voor een bloemenweide. In dubio…”

De voorbereidende faze

Dit bericht is deel 2 van 6 in de reeks Het Ratelaar-experiment

grassen wieden in de weideGisteren vertelde ik al, waarom ik kleine ratelaar (Rhinanthus minor) wilde inzaaien in de bloemenweide.
Ratelaar is een eenjarige plant, en het zaad ervan blijft maar kort kiemkrachtig. Bovendien heeft het een koudeperiode nodig om te kunnen ontkiemen. Je moet het dus in de herfst meteen zaaien.

In ‘Making Wildflower Meadows’ beschrijft Pam Lewis dat er in de eerste jaren maar weinig van de ratelaar-zaden die ze zaaide, tot volwassen plantjes ontwikkelden. Dat veranderde echter toen ze een opvallend verschijnsel constateerde: in een bepaalde zomer verscheen er plots een smal lint van ratelaarplantjes op de plaats waar in het verleden een wissel van een vos (of een das) door de weide liep, en waar het gras door de langdurige betreding al ‘vanzelf’ wat minder dicht groeide.
Lees verder “De voorbereidende faze”

Het ratelaar-experiment – de theorie

Dit bericht is deel 1 van 6 in de reeks Het Ratelaar-experiment

Rhinanthus minor - Kleine ratelaar. Foto: NaturalhistorymanVorige week ontving ik de zakjes ratelaar-zaad die ik besteld had bij De Morgenster. (Later ontdekte ik, dat ook Ecoflora het zaad in zijn assortiment heeft.)
Ik hoop met behulp van dat zaad mijn hooilandjes sneller te kunnen omvormen tot bloemrijke weides.

Lees verder “Het ratelaar-experiment – de theorie”

Een hele bijzondere bestuiver!

Meestal blijf ik in dit blogje heel dicht bij huis. Het gebeurt zelfs zelden, dat ik wat vertel over planten die niet in mijn eigen tuin groeien.
Maar vorige week zag ik op ‘Botany Photo of the Day‘ een wel heel opvallende opname (al heb ik ‘fotografisch’ wel wat moeite met de overbelichte vlek op de bloemkelk).

Al vaker heb ik vertelt over hoe dieren soms bijdragen aan de verspreiding van zaden (mierenbroodjes!), maar ook bij het bestuiven van planten steken dieren vaak meer dan een handje toe. We denken daarbij natuurlijk in de eerste plaats aan bijen en vlinders, en eventueel aan andere insecten als kevers, wespen en vliegen. Maar soms hebben zelfs zoogdieren een rol als bestuiver, zoals hier de Anoura fistulata (tube-lipped nectar bat, buislippige nectar vleermuis).
Deze vleermuizensoort – die pas een paar jaar geleden werd ontdekt – is de enige diersoort waardoor de Centropogon nigricans (een plant uit de klokjesfamilie) kan worden bestoven. In de Zuid-Amerikaanse nevelwouden (cloud forests, regenwouden op grote hoogte) leven weliswaar heel wat vleermuizen die zich uitsluitend met nectar voeden, maar deze soort – met een tong die twee keer zo lang is als die van verwante soorten, en die kan worden teruggeplooid in de borstkas – is de enige diersoort die de diepgelegen nectar van deze bloem kan bereiken.
Dr Nathan Muchala, die de vleermuis een jaar of vijf geleden ontdekte op de Andes-hellingen in Ecuador, vermoedt dat de vleermuis en de klokjesbloem een evolutie hebben doorgemaakt in zeer nauwe relatie met elkaar (co-evolutie) waardoor de ene niet meer zonder de ander kan.

(In het originele artikel, vind je ook een foto waarop de enorm lange tong van het diertje bijzonder mooi te zien is.)

(De foto van Dr. Nathan Muchala, en het originele artikel van Daniel Mosquin werden gepubliceerd onder een Creative Commons Licentie.)

Diervriendelijke planten

Dit bericht is deel 1 van 3 in de reeks Een diervriendelijke tuin
Smaragdlangsprietmot - Adela reaumurella
Smaragdlangsprietmot – Adela reaumurella

Afgelopen vrijdag vertelde ik over een aantal bevindingen van het BUGS-project, dat onderzocht welke kenmerken van stadstuinen bijdragen tot een grotere diversiteit van het dierenleven.
Laat ik vandaag even onder de loep nemen, welke planten een tuin extra aantrekkelijk maken voor dieren (ongewervelde dieren).

Met uitheemse planten trek je weinig insecten of andere diertjes aan?

Hoe graag ik het BUGS onderzoek ook zou aangrijpen om het tuinieren met inheemse wilde planten aan te moedigen, toch is dat niet nodig om een diervriendelijke tuin te creëren. In het BUGS-project zaten naast tuinen met uitsluitend ‘exoten’ ook enkele ‘heemtuinen’. Noch het totale aantal diertjes in een tuin, noch het aantal soorten binnen een groep (het aantal slakkensoorten, het aantal keversoorten, het aantal bijensoorten…) bleek positief of negatief te worden beïnvloed door de aanwezigheid van meer of minder inheemse plantensoorten in een tuin. Een recent Duits onderzoek, waarin men speciaal voor dit doel een aantal percelen met uitsluitend in- dan wel uitheemse soorten beplantte, kwam overigens tot een identieke conclusie.

Lees verder “Diervriendelijke planten”