Diervriendelijke planten

Dit bericht is deel 1 van 3 in de reeks Een diervriendelijke tuin
Smaragdlangsprietmot - Adela reaumurella
Smaragdlangsprietmot – Adela reaumurella

Afgelopen vrijdag vertelde ik over een aantal bevindingen van het BUGS-project, dat onderzocht welke kenmerken van stadstuinen bijdragen tot een grotere diversiteit van het dierenleven.
Laat ik vandaag even onder de loep nemen, welke planten een tuin extra aantrekkelijk maken voor dieren (ongewervelde dieren).

Met uitheemse planten trek je weinig insecten of andere diertjes aan?

Hoe graag ik het BUGS onderzoek ook zou aangrijpen om het tuinieren met inheemse wilde planten aan te moedigen, toch is dat niet nodig om een diervriendelijke tuin te creëren. In het BUGS-project zaten naast tuinen met uitsluitend ‘exoten’ ook enkele ‘heemtuinen’. Noch het totale aantal diertjes in een tuin, noch het aantal soorten binnen een groep (het aantal slakkensoorten, het aantal keversoorten, het aantal bijensoorten…) bleek positief of negatief te worden beïnvloed door de aanwezigheid van meer of minder inheemse plantensoorten in een tuin. Een recent Duits onderzoek, waarin men speciaal voor dit doel een aantal percelen met uitsluitend in- dan wel uitheemse soorten beplantte, kwam overigens tot een identieke conclusie.

Een kleine opmerking past hier misschien toch wel… Er zijn (enkele) diersoorten die voor hun overleven volkomen afhangen van één enkele (inheemse) plantensoort. Ken Thompson heeft het bijvoorbeeld over een mot die uitsluitend het blad van Parnassia (Parnassia palustris) eet. Parnassia is een vrij zeldzaam plantje dat in België enkel voorkomt in de duinen en in Lotharingen. Het zou ten behoeve van het motje in kwestie misschien zinvol zijn om Parnassia in je tuin te kweken… op voorwaarde dat je vlak aan de kust of in Lotharingen woont. Hier in de Kempen zal het motje zelfs na tientallen jaren nog niet van je Parnassia komen eten, omdat er van die mottensoort gewoon geen populatie voorhanden is.
Mijn voorzichtige aanbeveling: ten behoeve van precies deze diersoorten kan het zinnig zijn om – als je inheemse planten in je tuin wil – vooral echt streekeigen soorten aan te planten.

Bestaan er typische ‘dierenplanten’?

De onderzoekers van het BUGS-project namen vooraf twee lijsten van zogezegd diervriendelijke planten onder de loep, namelijk de lijst gepubliceerd door ‘Natural England’ en die van de ‘Countryside Counsil for Wales’. Het ging om twee lijsten van ruim 150 planten, maar slechts 45 planten kwamen op beide lijsten voor.
Nu bleken er in het tuinen-staal van Sheffield een aantal tuinen voorhanden die nauwelijks planten bevatten die op één van beide lijsten stonden, terwijl andere tuinen tientallen planten van één van beide lijsten bevatten. Als sommige planten inderdaad ‘diervriendelijker’ zouden zijn dan andere, dan zou het tweede soort tuinen veel meer soorten ongewervelden en meer individuele exemplaren moeten bevatten dan de eerste.
Toch bleek dit niet het geval te zijn…
Overigens, als je de beide lijsten van dichterbij bekijkt, merk je, dat het enerzijds om bessendragende struiken te gaan die voedsel aan vogels bieden, maar vooral om bloemen die stuifmeel en nectar voor bestuivende insecten in de aanbieding hebben. Toch bleken er in de tuinen met een overvloed aan planten uit deze lijsten niet meer hommels, bijen, zweefvliegen of motten voor te komen dan in de andere tuinen.
En waarom zou er geen verschil zijn? Heel eenvoudig: planten waar de gemiddelde tuinier – ja, ik ook – van houdt, zijn planten die sowieso dit soort ongewervelden aan aantrekken… Een typische bloemenborder, zelfs als die niet bedoeld is om bijen aan te trekken, is toch al snel een zoemende weelde.

Een tuin voor bestuivende insecten

Toch kunnen er een aantal richtlijnen worden gegeven die je tuin (nog) aantrekkelijker maken voor bijen, hommels en zweefvliegen:

  • Plant planten die ‘echte’ bloemen hebben. Overdrijf niet met naaldbomen en andere coniferen, met grassen, zegges en varens.
  • Plant de bloemen in flinke groepen, niet hier en daar één enkel exemplaar.
  • Zorg dat er het hele jaar door wat bloeit in de tuin, gaande van helleborussoorten in de winter, tot klimop in het late najaar.
  • Zorg dat je bloemen hebt van allerhande vorm: open en vlak voor kevers en zweefvliegen, buisvormig en moeilijker bereikbaar voor bijen en lang-tongige insecten, en nachtbloeiend voor motten.
  • Plant, vooral in kleine tuinen, planten met een lang bloeiseizoen.
  • Vermijd bloemen met dubbele en gevulde bloemen. De extra bloemblaadjes zijn meestal ontstaan uit meeldraden, en die bloemen hebben dus geen stuifmeel meer in de aanbieding.

Geef toe… de meerderheid van de bloementuinen voldoet zonder veel problemen aan de meeste van deze punten.

(Vrijdag volgt het laatste artikel uit deze reeks, met een aantal tips die je tuin echt diervriendelijk kunnen maken. En wees niet bang, zoals uit de inleiding van het eerste stukje uit deze serie al blijkt, heel veel pijn en moeite hoeft dat niet te kosten, en ik ben vrijwel zeker dat tal van lezers van dit logje zullen denken: “Maar dat doe ik toch al (bijna) allemaal!”)

Series Navigation   |   Tuinieren voor dieren >>
Deze buttons respecteren je privacy (zie info):
sig