Categorie: Etymologie – Etymology

Cyclamen coum bloeit! (Plant van de maand*?)

Cyclamen coum in het hazelaarbosje
Cyclamen coum in het hazelaarbosje – in the hazel grove

*) Plant van de maand – Garden Bloggers Bloom Day

Lang geleden dat ik nog aansloot bij Garden Bloggers Bloom Day… Dat deed ik in het verleden meestal met een lijstje van wat er die maand in bloei was in mijn tuin. Maar laat ik eens proberen om voortaan op Garden Bloggers Bloom Day aan te sluiten bij de ‘Plant van de Maand‘ traditie die in de periode dat ik even uit de blogosfeer verdwenen was ontstaan lijkt. Ik vind het leuker om een bloeilijstje te publiceren in het begin van de maand, en dan halverwege de maand één plant wat uitgebreider te bespreken.
Dit is geen vaste belofte, maar wel een poging om mezelf te motiveren wat regelmatiger op mijn toetsenbord te tokkelen…

It’s quite some time ago that I wrote a blogpost for Garden Bloggers Bloom day…  In the past I often published an extensive list of each and every blooming plant in my garden (or at least in winter it was an extensive list!).  But let me try to join the ‘Plant of the Month’ tradition that arose in my long period of absence from the blogosphere…  
I’ll try to make a list of blooming plants in the first days of each month, and discuss one single blooming plant in more detail on Garden Bloggers Bloom Day… But, this is far from an absolute promise… Just trying to motivate myself to start writing on a more regular base! However, no English translation for now, for I don’t know if I still have any English speaking visitors…

Cyclamen in de tuin

Er zijn twee soorten cyclamens die courant in de tuin worden aangeplant, en ten tuine AnneTanne groeien ze allebei.
Vanaf half augustus (in 2015 zelfs al vanaf eind juli) geeft de Cyclamen hederifolium (syn. Cyclamen neapolitanum, Napolitaanse cyclamen) kleur onder de beuken, en hoewel ze in de loop van november meestal uitgebloeid raken, geeft hun gemarmerde blad nog kleur tot de beuken weer in blad staan.
Maar in een meer verscholen hoekje van de tuin heb ik ook de Cyclamen coum staan. Deze rondbladige cyclamen, of cyclamen van Coa, is in tegenstelling tot de vorige een echte winterbloeier.
Meer over Cyclamen coum

En waarom heet dat Zwart-Moes-Kervel?

Dit bericht is deel 4 van 7 in de reeks Zwartmoeskervel

Zwartmoeskervel - zaad
Zwartmoeskervel, zaad (Parque Natural de las Sierras Subbéticas – Cabra (Cordoba))
Foto: Jaoquím Ramírez ©
 
 
Met voorsprong de boeiendste lessen Nederlands uit mijn middelbareschooltijd waren de lessen etymologie. Ongelooflijk interessant vond ik het, om te horen wat de oorsprong was van de familienaam van al mijn klasgenoten, van allerlei oude straatnamen in mijn gemeente. (We hadden dan ook een leerkracht die dat onderwerp heel begeesterd kon behandelen. Een aantal jaren later werd Vic Mennen trouwens Doctor in de Germaanse Filologie met een verhandeling over de ‘Topononomie van de Vrijheid Lommel’.)
En toen in de jaren 2003-2004 ‘AnneTannes Kruidenmand’, de voorloper van AnneTannes Tuin, vorm kreeg, vond je in alle kruidenbeschrijvingen ook een paragraaf over de herkomst van de plantennaam, en over de volksnamen waaronder die plant bekend was. (Je kan die kruidenbeschrijvingen via dit menu, en via de knop ‘over kruiden’ in de horizontale menubalk nog steeds terugvinden.)
Ik weet niet wie er behalve ikzelf geïnteresseerd is in de naamsverklaring van Zwartmoeskervel, maar ik heb me in elk geval flink geamuseerd met het doorzoeken van boeken en internet, op zoek naar de ultieme uitleg, en naar volksnamen in allerlei talen…

Zwartmoeskervel. Zwart-Moes-Kervel

Zwartmoeskervel behoort, net zomin als Roomse Kervel, tot het geslacht Kervel. Voor de etymologie van ‘kervel’, verwijs ik naar etymologiebank.nl, ik zoek vooral een verklaring voor ‘zwartmoes’.
‘Moes’ is alvast niet moeilijk: hieraan zie je meteen dat Zwartmoeskervel in de middeleeuwen een plant was die vaak in groentebrij, groentestoofpotten gebruikt werd.
Maar dat ‘zwart’? De meeste bronnen noemen de zwarte zaden als verklaring.
Zie foto hierboven, maar ook op een foto op de website van Maurice Godefridi zijn de pikzwarte zaden en bloeischermen mooi te zien (tweede foto).

En toch, en toch…
Eigenzinnig als ik ben, ik weet toch niet zeker of dat ‘zwart’ echt slaat op de zaden, of toch niet eerder op het ‘moes’. Ik heb immers tijden het klaarmaken van de groente een paar keer gemerkt dat als ik ze wat (te) lang stoofde, meekookte, het donkergroen af en toe een niet zo aantrekkelijke grijsgroene kleur kreeg. Zou het daar misschien op slaan?
Vroeger heb ik overigens af en toe in ongeëmailleerde potten gekookt. Ik merkte toen dat sommige groene bladgroenten door de reactie met het blote ijzer zwartgroen verkleurden. Kan dat een verband hebben met ‘zwartmoes’?

Volksnamen?

‘Hedendaagse’ volksnamen voor zwartmoeskervel zijn er niet… Een plant die niet meer bekend is, daar heb je immers ook geen naam meer voor.

Smyrnium olusatrum

Smyrnium

In de klassiek oudheid heette zwartmoeskervel in het Grieks ‘Smyrnion’. Dat woord ontstond uit ‘smýrne’, dat op zijn beurt een verbastering zou zijn van ‘Smyrnaia myrra’, en dat zou betekenen ‘Myrrhe uit Smyrna’.
‘Smyrnion’ zou dan ook betekenen: ‘een plant waarvan de zaden naar myrrhe ruiken’.

olusatrum

Zwartmoeskervel heeft in het Duits, Engels en Frans telkens een hele andere naam, en telkens klinkt die ook heel anders dan de Nederlandse.
Maar in dit geval ligt de betekenis van de wetenschappelijke soortnaam wel heel dicht bij de Nederlandse betekenis:
‘Olusatrum’ is immers samengesteld uit ‘holus’ en ‘ater’.
Ater betekent ‘zwart’, en zou (alweer volgens dat Duitse etymologische woordenboek) dus verwijzen naar de kleur van de zaden, die ook opvallend groot zijn.
Holus betekent dan weer ‘een gekweekte of in het wildgroeiende plant die als groente gebruikt wordt’… Moes dus..
Smyrnium olusatrum is dus een ‘plant waarvan de zwarte zaden naar myrrhe ruiken en die als groente gebruikt wordt’.

Engels: Alexanders

Volksetymologisch is de verklaring van ‘Alexanders’ heel gemakkelijk… “Het gaat om een plant afkomstig uit het rijk van Alexander de Grote (zie ook mijn eerder blogberichtje over Zwartmoeskervel in de geschiedenis).”
Ook Middeleeuwse Nederlandse namen wijzen in die richting: lees maar mee in het Cruydeboek van Dodoens:

In de Apoteken is het teghenwoordigh ghewas niet sonder dwalinghe Petroselinum Macedonicum gheheeten, oft Petroselinum Alexandrium; ende hier te lande van den ghemeynen man Peterselie van Macedonien, oft Peterselie van Alexandrien; in Spaegnien oock Perexil Macedonico;

In de apotheken is het tegenwoordig gewas niet zonder dwaling Petroselinum Macedonicum genoemd of Petroselinum Alexandrium en hier te lande van de gewone man peterselie van Macedonië of peterselie van Alexandrië

Maar, zoals de Woelmuizenier een paar dagen geleden terecht opmerkte: Die verklaring is wat al te gemakkelijk. Toen de Romeinen de plant in onze contreien invoerden, was dat voor hen een doordeweekse voedselplant. Het zou dan ook vreemd zijn, dat men zich in Noordwest-Europa plots realiseerde dat de groente uit Klein-Azië, Alexandrië afkomstig was, en dat men in de naam daarnaar zou verwijzen.
Er is inderdaad ook nog een andere, en volgens mij waarschijnlijker verklaring: De Latijnse benaming ‘Olus atrum’, die al bij Columella en Plinius de Oudere is terug te vinden, zou zijn verbasterd tot oleratum, olisatrum, olosatrus of olixatrum, om vandaaruit in ‘Alexandr(in)um’ te veranderen, toen men er de betekenis van ‘zwarte moesgroente’ niet meer in herkende.

Volksnamen in het Engels

  • Hors parsley
  • smyrnium

Duits: Pferdeeppich

Pferdeeppich, ‘Paardeneppe’ dus…
‘Eppe’ was in de Middeleeuwen hier ten lande de benaming voor selder, en net als het Duitse Eppich is dat via het Oudhoogduits Apfi afkomstig van het Latijn ‘Apium’ (selder). En in Apium herken je dan weer ‘apis’, bij, en inderdaad zijn heel wat schermbloemigen planten die veel insectenbezoek aantrekken.
Net als het Engelse ‘Hors parsley’ zou Pferdeeppich verwijzen naar het feit dat paarden de plant best lekker vinden…

Volksnamen in het Duits

  • Geist-Dolde, Gespenst-Gelbdolde
  • Alisander

De eerste benamingen, met ‘Geist’ en ‘Gespenst’ (geest, spook) in de naam, verwijzen naar het feit dat de plant na de bloei in het voorjaar snel afsterft, waardoor er in de zomer nog slechts een skelet van de bloeistengel overblijft… (‘Gelbdolde’ is overigens ‘gele schermbloemige’)

Frans: Maceron

Het Latijnse ‘Petroselinum macedonicum’ (Macedonische peterselie) verbasterde tot het Italiaanse ‘Macerone’. De verandering van een d in een c is dan te verklaren door een gelijkenis met het woord ‘maceria’, ruïne. Want zoals heel wat oude cultuurplanten is het immers inderdaad ook een plant die vaak terug te vinden is in de buurt van ruïnes. En het Italiaanse Macerone werd in het Frans Maceron.
Hier zie je dus een beweging die omgekeerd is aan die van ‘Alexanders’: Toen de geografische oorsprong van de plant vergeten raakte, ging de naam verbasterd worden tot een woord dat naar de groeiplaats leek te verwijzen.

Volksnamen in het Frans

  • Grande Ache – hier herken je het Nederlands ‘Grote Eppe’, en de Duitse Eppich… het Latijn Appia dus…)
  • Persil de Cheval… daar zijn de paarden weer!
  • Persil de Macedoine

En nu?

En is dit nu het einde van mijn serietje over zwartmoeskervel? Niks hoor… Overmorgen volgt er nog één laatste artikeltje! Tot dan!

Dat maakt mijn dag goed! – This makes my day!

(to English text)

Groot Glaskruid

Elke jaar ontdek ik wel ergens in mijn tuin een plantje of een beestje met een rodelijststatus ‘zeldzaam’, maar dit jaar had ik nog geen geluk.

Parietaria officinalis | Groot Glaskruid - Pellitory-of-th-wall
Parietaria officinalis | Groot Glaskruid - Pellitory-of-th-wall

Maar gisteren maakte manlief mijn plotseling opmerkzaam op een plant die half onder de meidoornhaag groeide, en vroeg of ik wist wat dat was en of ik dat daar gezet had. Op beide vragen moest ik negatief antwoorden.
Maar ik vind het nog altijd heel plezierig om met mijn flora zo’n plantje uit te sleutelen, Lees verder “Dat maakt mijn dag goed! – This makes my day!”

Leeuwenklauw – Parsley-piert

Aphanes australis | Kleine leeuwenklauw - Slender parsley-piert
Aphanes australis | Kleine leeuwenklauw - Slender parsley-piert

(to english text)

Dinsdag vertelde ik over kleine veldkers, een plantje dat ondanks zijn geringe afmetingen wellicht toch bij elke tuinier bekend is.
Maar in mijn tuin vind ik al jaren een ander miniatuurtje, die veel minder in het oog ‘springt’.
Leeuwenklauw (Aphanes) is een plantengeslacht dat nauw verwant is met Vrouwenmantel (Alchemilla), maar de plantjes zijn veel en veel kleiner. Het plantje op de eerste foto, een kleine leeuwenklauw (Aphanes australis of Aphanes inexpectata) groeit in een 2 cm brede voeg tussen twee kasseien die je links en rechts op de foto ziet… De grote leeuwenklauw (Aphanes arvensis) is echter nauwelijks groter.

Kleine leeuwenklauw is een plantje dat een voorkeur heeft voor een goed gedraineerde, maar eerder voedselarme standplaats. Ik zie het vooral verschijnen op de kasseipaadjes in de voortuin, waar het ook weinig last heeft van concurrentie van hoger groeiende planten.

Lees verder “Leeuwenklauw – Parsley-piert”

Vingerhelmbloem – Bulbous corydalis

(to English text)

Corydalis solida | Vingerhelmbloem, Bulbous corydalis
Corydalis solida | Vingerhelmbloem, Bulbous corydalis

Wanneer het speenkruid over zijn hoogtepunt heen is, en ook de sneeuwroem zijn beste tijd gehad heeft, dan is het nog steeds niet gedaan met de bloemenpracht onder de beuken.

De vingerhelmbloem (vroeger heette die ‘voorjaarshelmbloem’) bloeit nu immers nog volop.
Het is één van de vele bloempjes die voor mij verbonden zijn met mijn studententijd in Leuven. In die streek zag je dat plantje – in elk geval zo’n 20 jaar geleden – in het voorjaar in beschaduwde wegbermen volop bloeien. In optimale omstandigheden schijnt het zich bijne woekerend te verspreiden, maar hier, in de toch wat armere Kempengrond, kan ik daarover echt niet klagen.

Toch is het plantje stilaan aan een opmars bezig: jarenlang stond er onder de beuken één polletje, dan kwam er plots een tweede bij, een paar jaar later nog één, en dit jaar lukt het me voor het eerst niet meer, om alle plantjes te tellen.
Maar een probleem vind ik dat niet: net als het speenkruid, dat ook door sommigen verguisd wordt omwille van zijn woekerneigingen, is de vingerhelmbloem al helemaal verdwenen voor het half mei is. En dat vind ik eigenlijk zelfs jammer: zelfs als het niet bloeit, is de vingerhelmbloem mooi, met dat bleek blauw-groene, fijn geveerde blad.

Vorig jaar vertelde ik al, dat het plantje ook wel ‘vogeltje-op-de-kruk’ wordt genoemd, en in het Engels soms ‘bird-in-a-bush’. De foto hierboven laat duidelijk zien waar die namen vandaan komen.
De vingerhelmbloem vergt iets meer uitleg (en ik blijf het oude ‘voorjaarshelmbloem’ toch mooier vinden): zowel de vingerhelmbloem als de verwante holwortel (Corydalis cava) heeft schutblaadjes bij de bloempjes. Eén van de truukjes om de twee soorten van elkaar te onderscheiden (los van het opgraven van de holle dan wel volle wortelknol!) is te kijken naar de vorm van die schutblaadjes: bij de holwortel zijn die blaadjes gaafrandig, terwijl ze bij de vingerhelmbloem als handjes (dus met vingertjes!) in gesneden zijn.

Bulbous corydalis

Corydalis solida | Vingerhelmbloem - Bulbous corydalis
Corydalis solida | Vingerhelmbloem – Bulbous corydalis

When the flowers of theLesser celandine are withering, and Glory-of-the-snow is fading too, you can still find another beautiful flower under our beeches.

Yes, the Bulbous corydalis (or Fumewort) is still in full bloom.
It’s one of the flowers that in my memory will always be connected with those years as a student at Louvain University. In the villages around that city you can find this plant (at least you could some 20 years ago) in shadowy verges along the roads. In good circumstances, it is said to be even a rampant species, although I can’t complain about that.

But I must admit, that in the past few years the plant seems to be spreading more rapidly. During years, there was only that one plant that I originally planted there, and then, suddenly there was a second… and a few years later a third. Last year I could count to 20, when I even took the smalles seedlings into account, and this years I didn’t seem able to count them anymore.

But for me, that’s not a problem: just like lesser celandine – that is also reviled by many because of it’s rampant qualities – it has vanished before May is over. And I must say that I regret that: even when it isn’t blooming, fumewort is a nice plant, with it’s beautiful pale blueish-green feathered foliage.

In Dutch, one of the folknames of this plants is ‘vogeltje-op-de-kruk’, which can be translated as ‘bird-on-a-stick’, and I have been told in English it’s sometimes called ‘bird-in-a-bush’. The picture by the Dutch text (scroll up) makes it easy to see where those names come from.
The official Dutch name ‘vingerhelmbloem’ (fingered helmet flower) points to something that distinguishes this species from Corydalis cava or hollowwort: both species have leaves just beneath each flower. In Corydalis solida those leaves are hand-shaped, thus have fingers… Corydalis cava has plain ovoid leaves…

Geum urbanum – Geel nagelkruid

Geum urbanum, geel nagelkruid - zaadhoofdjeDe leden van de rozenfamilie (Rosaceae) hebben wel heel diverse manieren om hun zaden te verpakken.

Sommigen vertrouwen op een smakelijk omhulsel, zoals de rozen zelf, maar denk ook maar aan appelen en kersen, frambozen en aalbessen, pruimen en mispels.
Bij anderen vind je geen sappige vrucht, maar wel een schijnvrucht, zoals bij de aardbei.

En bij weer andere geslachten is helemaal niks sappigs meer te bekennen.
Eén van die ‘taaie’ rakkers is het geel nagelkruid (Geum urbanum).

‘Nagelkruid’ verwijst naar de geur van de wortel, die vroeger – gedroogd en gemalen – wel eens werd gebruikt ter vervanging van kruidnagel (Eugenia caryophyllus), en dus niet naar de vorm van de zaden, waar je met enige fantasie een hoefnagel (met een omgebogen punt) in zou kunnen zien. Lees verder “Geum urbanum – Geel nagelkruid”

Het ratelaarexperiment: inzaaien

Dit bericht is deel 3 van 6 in de reeks Het Ratelaar-experiment

bloemenweitje voor het zaaienWie de voorbije dagen de commentaren op dit blogje heeft gelezen, las al dat HansVR met er op attent maakte, dat het tijd werd om mijn bloemenweitje te gaan inzaaien.

Maar toeval of niet, op het ogenblik dat Hans dat schreef, was ik bezig met de laatste voorbereiding vóór het inzaaien.
Lees verder “Het ratelaarexperiment: inzaaien”

Hoe Brave Hendrik aan zijn naam kwam…

Chenopodium bonus-henricus, Brave HendrikOnlangs las ik ergens een stukje over Brave Hendrik, Chenopodium bonus-henricus, waar men de naam als een cynische verwijzing naar de helemaal-niet-zo-brave Hendrik VIII zag. Inderdaad heet de plant in het Engels ‘Good King Henry’, maar met Hendrik VIII is er geen onmiddelijk verband.

Lees verder “Hoe Brave Hendrik aan zijn naam kwam…”

Gelderse roos, naamgeving

Gelderse roos - Viburnum opulusHoewel je niet snel iets ‘roos’achtig kan ontdekken aan een Gelderse roos, lijkt het vanzelfsprekend dat de struik toch ergens iets met Gelderland te maken heeft.
Maar toch is het minstens verrassend, dat een struik die al sinds mensenheugenis in heel Europa en een deel van Azië voorkomt, aan zo’n klein gebied gekoppeld wordt. Ik kon het dus niet laten, dat even na te trekken.

Lees verder “Gelderse roos, naamgeving”

Achillea millefolium – Duizendblad

Achillea millefolium - Duizendblad
Duizendblad wordt omwille van zijn algemeen voorkomen en zijn wat vuilwitte kleur zelden als een schoonheid beschouwd, maar het is wel een plant die als geneeskruid altijd erg in de belangstelling heeft gestaan.

Lees verder “Achillea millefolium – Duizendblad”