Leeuwenklauw – Parsley-piert

Aphanes australis | Kleine leeuwenklauw - Slender parsley-piert
Aphanes australis | Kleine leeuwenklauw - Slender parsley-piert

(to english text)

Dinsdag vertelde ik over kleine veldkers, een plantje dat ondanks zijn geringe afmetingen wellicht toch bij elke tuinier bekend is.
Maar in mijn tuin vind ik al jaren een ander miniatuurtje, die veel minder in het oog ‘springt’.
Leeuwenklauw (Aphanes) is een plantengeslacht dat nauw verwant is met Vrouwenmantel (Alchemilla), maar de plantjes zijn veel en veel kleiner. Het plantje op de eerste foto, een kleine leeuwenklauw (Aphanes australis of Aphanes inexpectata) groeit in een 2 cm brede voeg tussen twee kasseien die je links en rechts op de foto ziet… De grote leeuwenklauw (Aphanes arvensis) is echter nauwelijks groter.

Kleine leeuwenklauw is een plantje dat een voorkeur heeft voor een goed gedraineerde, maar eerder voedselarme standplaats. Ik zie het vooral verschijnen op de kasseipaadjes in de voortuin, waar het ook weinig last heeft van concurrentie van hoger groeiende planten.

Zo’n kasseipad is mooi, maar een steeds terugkerend ‘probleem’ zijn de plantjes die opschieten in de voegen. Het onderhoud van die kasseistroken is dan ook één van de meer arbeidsintensieve klussen in de tuin. Ik heb ervoor gekozen om heel selectief te wieden: straatgras (Poa annua) en paardenbloem worden zonder pardon verwijderd. Maar sommige andere plantensoorten moedig ik aan om in de voegen te groeien, zoals bijvoorbeeld de brunel en de gehoornde klaverzuring (Oxalis corniculata, een ingeburgerde exoot die moeilijk uit te roeien is. Ik ga daarom dan ook uit van het principe: ‘if you can’t beat it, join it!’)
Ook mossen die in de voegen groeien laat ik met rust, en mini-plantjes zoals leeuwenklauw.

Leeuwenklauw heet in het Frans Perce-pierre, en die naam zou slaan op het oude medicinale gebruik van het plantje bij nierstenen. Vooral een aftreksel van het blad van de grote leeuwenklauw (Aphanes arvensis) zou voor die indicatie gebruikt zijn. Mrs Grieve schrijft in haar ‘Modern Herbal‘ dat het Engelse Parsley-piert een verbastering zou zijn van ‘parsley-piercestone’ waarbij pierce-stone natuurlijk dezelfde verklaring krijgt als perce-pierre, en parsley verwijst naar de vage gelijkenis met peterselieblad. Mogelijk natuurlijk, maar de verklaring die ik elders lees, dat parsley-piert de Engelse verbastering is van dat Franse Perce-pierre lijkt me waarschijnlijker. En ‘perce’ wordt dan inderdaad ‘parsley’ omdat men denkt dat het verwijst naar peterselie.

Waar het Nederlandse ‘Leeuwenklauw’ vandaan komt? De meest voor de hand liggende verklaring vind je natuurlijk in de vorm van het blad, maar dan blijft het mij een raadsel waarom dat onooglijke blaadje met zo’n vervaarlijke klauw wordt vergeleken.
Dan is de etymologie van de wetenschappelijke geslachtsnaam meer voor de hand liggend: ‘Aphanes’ komt vrijwel rechtstreeks uit het Grieks en betekent ‘onopvallend, onooglijk’, en verwijst naar de bijna onzichtbare bloemetjes van de leeuwenklauw. (Ik ben echt niet iemand die geblinddoekt door de tuin loopt, eerder integendeel, en ik heb deze plant nog nooit bewust in bloei waargenomen.)

Aphanes arvensis | Grote leeuwenklauw - Field parsley-piert
Aphanes arvensis | Grote leeuwenklauw - Field parsley-piert

Parsley-piert

Last Tuesday, I told about Hairy bittercress, a rather unobvious plant, but one that probably every European gardener has noticed already.
I have another small plant in my garden, but this one is much less remarkable.
Parsley-piert (Aphanes) is a genus closely related to the genus Alchemilla (Lady’s mantle), but the plants are much, much smaller. The plant on the photograph above, Slender parsley-piert (Aphanes australis) grows in a space between to rocks, that’s less than an inch wide. (You see the rocks on the left and the right of the picture.) And Field parsley-piert (Aphanes arvensis) is only slightly larger.

In my garden, parsley-piert grows between the stones of the drive-way. Weeding the drive-way and footpaths in the front-yard is one of the more time-consuming jobs in my garden, but I weed very selective. No compassion for annual meadow grass and dandelion, plants that give the paths an untidy aspect, but low plants with attractive flowers, like self-heal and even creeping woodsorrel are welcome. (Creeping woodsorrel is not native, and once it has established a foothold in your garden, it is not easy to get rid of it. But for that reason I choose for ‘If you can’t beat it,join it’. At least it doesn’t survive in other parts of the garden like the flowermeadow, where plants grow higher.)

In the past, Parsley-piert was used for the treatment of kidney-stones, and that’s the origin of the French name ‘Perce-pierre’. (An infusion of the leaves of Field parsley-piert has been used for this indication.) In her ‘A Modern Herbal’ Mrs Grieves wrote, that the English name Parsley-piert is a corruption of the former name ‘Parsley-piercestone’, the ‘parsley’ referring to the form of its cut-into leaves. But other sources (and I tend to believe these latter ones) think that parsley-piert itself is a corruption of the French name ‘Perce-pierre’, because people thought ‘perce’ referred to the parsley-shaped leaves.

And the origin of the Dutch ‘Leeuwenklauw’ (Lion’s paw)? The most obvious explanation is that this word too, refers to the shape of the leaves, but I’m still wondering why such a small leaf is called after such a dangerous paw.
The origin of the botanical name ‘Aphanes’ is less obscure: The Greek word ‘aphanes‘ means invisible, unseen, inconspicious, and refers to the small size of the plant and it’s flowers. And invisible those flowers are: I dare say I’m a rather keen observator in my garden, but I haven’t noticed the flowers of the Slender parsley-piert yet…

Deze buttons respecteren je privacy (zie info):
sig

3 thoughts on “Leeuwenklauw – Parsley-piert

  1. Beste Ann, Nav de vraag in de laatste alinea van je stukje over Aphanes:
    Leeuwenklauw is eigenlijk een synoniem voor vrouwenmantel: leeuwenklauw (planta leonis, pes leonis), leeuwenvoet (in Ortis sanitatis, 1514) of leeuwenpoot (bij Fuchs, 1543). Leeuwenklauw, omdat men eertijds in de vorm van de bladeren een gelijkenis zag met een leeuwenpoot. Vrouwenmantel wordt als geneeskruid pas sinds de middeleeuwen vermeld, dus pes leonis en planta leonis zijn geen klassieke namen. Of leeuwenklauw de vertaling vanuit het Latijn is, of andersom, is (nog) niet vastgesteld. Aphanes-blad lijkt op dat van Alchemilla, is alleen kleiner. Alchemilla vulgaris heette vroeger Aphanes vulgaris, met o.a. namen als gemene leeuweklauw en leeuweblad (pied-de-lion). Aphanes arvensis heette eerder Alchemilla arvensis, en vandaar in het Nederlands akkerleeuwenklauw, maar ook kleine leeuwevoet (klein tov de vrouwenmantel!). De kleine(re) leeuwenklauwen werden in een apart geslacht geplaatst: Aphanes. De kleine leeuwevoet is ‘uitgegroeid’ tot wat nu heet de grote leeuwenklauw (Aphanes arvensis). En een ander kleintje is de Aphanes australis, nu de kleine leeuwenklauw. Je kunt er natuurlijk over twisten of de bladen van Alchemilla echt lijken op leeuwenvoeten, maar de naam leeuwenklauw voor Aphanes gaat terug op de gelijkenis met vrouwenmantelbladeren = leeuwenpootjes (maar nog kleiner dan die van vrouwenmantel).
    Nog wat volksnamen:
    Aphanes arvensis — Alchemille naine, Petit pied-de-lion des champs, Feldlöwenklau.
    Perce-pierre of cassepierre is ook een naam voor Chrithmum maritimum, zeevenkel.

    1. Bedankt Rob! Ik had het eigenlijk moeten kunnen bedenken toen ik in mijn Etymologisch Woordenboek van plantennamen bij de botanische naam Aphanes een verwijzing naar ‘Sinnau’ zag.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.