Dat maakt mijn dag goed! – This makes my day!

(to English text)

Groot Glaskruid

Elke jaar ontdek ik wel ergens in mijn tuin een plantje of een beestje met een rodelijststatus ‘zeldzaam’, maar dit jaar had ik nog geen geluk.

Parietaria officinalis | Groot Glaskruid - Pellitory-of-th-wall
Parietaria officinalis | Groot Glaskruid - Pellitory-of-th-wall

Maar gisteren maakte manlief mijn plotseling opmerkzaam op een plant die half onder de meidoornhaag groeide, en vroeg of ik wist wat dat was en of ik dat daar gezet had. Op beide vragen moest ik negatief antwoorden.
Maar ik vind het nog altijd heel plezierig om met mijn flora zo’n plantje uit te sleutelen, en het bleek om een soort Glaskruid te gaan.
Er zijn twee inheemse soorten, Groot glaskruid (Parietaria officinalis) en – inderdaad – Klein glaskruid (P. judaica). Het zijn geen van beide erg courante plantjes, maar Klein glaskruid is volgens de rode lijst ‘niet bedreigd’, terwijl Groot glaskruid ‘zeldzaam’ wordt genoemd. (Volgens waarnemingen.be zijn ze beiden zeldzaam.)
Om een lang verhaal kort te maken, na wat verder wroeten, en hier en daar raad vragen, en door een loep turen en een stengel doorsnijden, kon ik de knoop doorhakken: het was wel degelijk Groot glaskruid.

Glaskruid is een plant uit de brandnetelfamilie, de Urticaceae, maar mist de brandharen van haar familielid.
De soortnaam ‘officinalis’ van het Groot glaskruid verraadt dat die plant vroeger medicinaal gebruikt werd. Het zou vooral als diureticum (urinedrijvend middel) gebruikt zijn.
Tegenwoordig is het kruid vrijwel helemaal vergeten, maar in “Den herbarius in dyetsche” (eind 15de, begin 16de eeuw) wordt een hele reeks medische toepassingen genoemd…

Ik was – natuurlijk – nieuwsgierig naar de naam, en vond de verklaring bij Dodoens:

Het wort oock somwijle Urceolaris, Urceolaria genoemt, ende Vitraria (Dat is eigentlijck in ’t Duijtsch Glas-cruydt) omdat het seer goedt ende bequaem is – door sijne rouwigheydt – om de ghelazen kroesen ende bekers daar mede te wrijven ende schoon te maken.

De Engelse benaming ‘Pellitory-of-the-Wall’ verwijst naar de groeiplaats van het kruid op muren (hoewel dat vooral voor het Klein Glaskruid geldt)

Volgens Wikipedia zou het kruid vroeger ook gebruikt zijn om ‘metheglines’, gekruide medes (honingwijnen) mee te bereiden, en ik vond hier inderdaad een paar recepten voor. Nee, ik heb ze niet uitgeprobeerd. Overigens kan ik me nauwelijks voorstellen dat het kruid de smaak van de honingwijn erg ten goede komt. Het is absoluut geen aromatisch kruid, hooguit kan je er een wat bittere smaak in ontdekken.

Parietaria officinalis | Groot Glaskruid - Pellitory-of-the-Wall
Parietaria officinalis | Groot Glaskruid - Pellitory-of-the-Wall
Maar hoe dan ook: mijn tuininvertaris is een zeldzame soort rijker!

Pellitory-of-the-Wall

In the course of the last years, I have found several plants or insects in my garden that are considered rare. But this year I didn’t have that luck – yet.

Until yesterday… When we were in the garden, hubby suddenly indicated a plant that stood along the hawthornhedge, and asked if I knew its name and if I had planted it. Both questions I had to answer negative.
And I really love it to search for some unknown plant in my books, and soon I found it was some Parietaria-species. In Belgium we have two native species, Spreading pellitory (Parietaria judaica) and Pellitory-of-the-wall (P. officinalis). Both are rather rare, although the former isn’t considered as threatened yet.
To shorten a long story: after some searching around, it came out that the species in my garden is the rarer one.

Pellitory-of-the-Wall is a member of the Urticaceae, the nettle family, but doesn’t give you the burning… The species-name ‘officinalis’ indicates that the plant has been used as a medicinal herb. Above all, it is said to have diuretic properties.
At present, the herb is almost obsolete, but I found “Den herbarius in dyetsche“, a Flemish herbal printed around 1500, where a lot of medicinal uses of the plant are described.

Pellitory-of-the-Wall is in Dutch ‘Groot Glaskruid’, which can be translated as ‘Greater Glass-wort’. (Spreading Pellitory is ‘Klein Glaskruid’, ‘Small, Lesser Glass-wort’.
I’m always interested in the etymology of plantnames, and found the explanation in the famous herbal of Rembert Dodoens. This 16th Century Herbalist explains that Pellitory-of-the-Wall is used to clean glasses, because of the course surface of the leaves.

The English ‘Pellitory-of-the-wall’ indicates the preferred habitat of the plant, although it is rather the Spreading Pellitory (which is sometimes called Pellitory-of-the-wall too), that is most often found on walls.

According to Wikipedia, the herb has been used to prepare ‘metheglines’, spiced meads, and I could indeed find some recipes. No, I didn’t try them. And I can hardly imagine this herb can improve the taste of mead. It absolutely has no aromatic taste, only a slightly bitter tinge.

But I’m happy: one more rare species that volunteers in my garden!

Deze buttons respecteren je privacy (zie info):
sig

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.