Hoe Brave Hendrik aan zijn naam kwam…

Chenopodium bonus-henricus, Brave HendrikOnlangs las ik ergens een stukje over Brave Hendrik, Chenopodium bonus-henricus, waar men de naam als een cynische verwijzing naar de helemaal-niet-zo-brave Hendrik VIII zag. Inderdaad heet de plant in het Engels ‘Good King Henry’, maar met Hendrik VIII is er geen onmiddelijk verband.

Al voor de plant zijn botanische soortnaam ‘bonus-henricus’ kreeg, bestonden er in het Duitse taalgebied een aantal planten die ‘Guter-heinrich’ genoemd werden. Het ging waarschijnlijk om verschillende planten, uit meerdere plantengeslachten en zelfs families, zoals de Griekse alant (Inula helenium), de stinkende ganzevoet (Chenopodium vulvaria) en wellicht nog andere. De geneeskracht van die planten werd toegeschreven aan goede geesten, die wel eens vaker Heinrich of Heinz (denk ook aan de Heinzelmännchen van Keulen) genoemd werden.
Het Handwörterbuch des deutschen Aberglaubens legt een vrij direkt verband tussen de ganzenvoet-vorm van de bladeren van de brave Hendrik, omdat Kobolden vaak met ganzenpoten worden voorgesteld, en ook heksen zouden zichzelf wel eens ‘Gänsefüßel’ noemen.
Omdat de plant als groente heel bruikbaar is, en heel vaak in de buurt van menselijke bewoning was terug te vinden, werd ze bovendien gezien als de belichaming van een goede geest.

‘Bonus-henricus’ was al vóór Linnaeus als plantennaam in gebruik, en werd vervolgens allicht als voorbeeld gebruikt voor de Nederlandse en de Engelse (en Franse: Chénopode bon-Henri) namen van de brave Hendrik. En inderdaad, misschien hebben de Engelsen er toen bewust ‘good king Henry‘ van gemaakt, om het contrast aan te geven met hun moordzuchtige heerser Henry VIII.

Overigens zijn er in het Duitse taalgebied wel meer planten die ‘Hendrik’ in hun naam kregen. Zo vond je daar ‘böser Heinrich’ (kwaaie hendrik), of overblijvend bingelkruid (Mercurialis perennis), ‘roden Heinrich’ of schapenzuring (Rumex acetosella), ‘isern Heinrich’ (ijzeren Hein) of varkensgras (Polygonum aviculare)…

Terwijl ik één en ander nazocht over deze plant, viel mij plots op dat heel wat Nederlandse bronnen vermelden, dat de plant in het Duits ‘Fette Henne’ heet, omdat de zaden gebruikt zouden worden om kippen vet te mesten. Nu ken ik inderdaad in het Duits planten die ‘Fette Henne’ of ‘Fetthennen’ heet, maar dat is helemaal geen brave Hendrik, maar wel muurpeper en enkele andere Sedum-soorten. Ook de grote sponszwam wordt wel eens Fetthenne genoemd, maar voor de brave Hendrik als Fette Henne vind ik geen enkele oorspronkelijke Duitse bron… enkel ‘buitenlanders’ lijken hiervan op de hoogte.
Wellicht moeten we de verklaring dan ook gaan zoeken in een foutieve vreemdtalige bron? De Engelse Mrs Grieve schreef bijvoorbeeld in haar (intussen al lang niet meer zo moderne) ‘Modern Herbal‘:

The plant is said to have been used in Germany for fattening poultry and was called there Fette Henne, of which one of its popular names, Fat Hen, is the translation.

(Overigens is het Engelse ‘Fat hen’ niet eens brave Hendrik, maar wel de melganzevoet, Chenopodium album. Mrs Grieve is hier dus blijkbaar behoorlijk uitgegleden, en met haar heel wat andere auteurs, want Mrs Grieve heeft behoorlijk wat gezag.)

Toch is het niet onmogelijk dat de zaden van de brave Hendrik op enig moment ook in de voeding van mens of dier zijn gebruikt. Een nauwe verwant van de brave Hendrik werd en wordt immers al eeuwenlang in de Andes geteelt en gebruikt als een ‘pseudograan’, en geniet de laatste jaren ook in Europa steeds meer bekendheid. Het gaat om twee verwante soorten, de Chenopodium nuttaliae en de Chenopodium quinoa, die wij inderdaad kennen onder de naam ‘Quinoa‘.

(Brave Hendrik was vroeger een vrij algemene plant, maar komt tegenwoordig minder vaak voor. Maar als groente is ze – met de revival van heel wat andere vergeten groentes – aan een opmars bezig. De bijgaande foto is trouwens gemaakt in onze groententuin.)

Deze buttons respecteren je privacy (zie info):
sig

7 thoughts on “Hoe Brave Hendrik aan zijn naam kwam…

  1. Interessant blogje over die ‘Brave Hendrik’…
    En Quinoa staat bij ons 2/week op het menu; lekker gezond! 😉
    Zuring hebben we ook in overvloed en gebruiken we in een aardappel/karnemelkstamppotje.

  2. Ik was ook een verwijzing tegengekomen naar een plant die Boze Hendrik werd genoemd, maar dat leek me op het moment dat ik het vermeldde een broodje aap.
    Er zat ook geen verdere uitleg bij zoals in jouw artikelen.

    Nu zie ik dat jij em ook noemt (böser Heinrich). Weet je misschien ook wat de officieele (botanische / Latijnse) naam daarvan is ?

    Dat Fette Henne Muurpeper (e.a. Sedums) is vind ik ook erg leuk om te lezen want nu je het zegt; ik heb wel eens kippen aan Muurpeper zien pikken.

  3. @Annemie: Quinoa staat hier ook vaak op het menu, vooral op die dagen dat we toch een ‘snel graan’ nodig hebben…

    @Anton: in het artikel heb ik naast het Duitse böse Heinrich ook de officiële Nederlandse en de botanische naam vermeld.

  4. Jaja, niet zo eenvoudig, hoe het nou precies zit met Hendrik. Ik geloof dat je de voornaamste feiten goed hebt belicht. Misschien nog dit ter aanvulling.

    Brave hendrik was oorspronkelijk: Goede Hendrik (Goede Heyndric, Guter Heinrich), een vertaalstap ná de naam Algoede, die weer is afgeleid van de oudere Latijnse naam Tota bona, dwz een plant die “helemaal goed” is (als groente, als heelkruid, als voedselplant voor kippen en andere dieren). Vgl. Dodoens, Cruijdeboeck 1554, deel 5 capitel 10, bladzijde 597-598:

    Dit cruyt wordt gheheeten nu ter tijt in Latijn Tota bona/ en van sommighen oock Chrysolachanon/ dat es in Latijn Aureum olus/ om sijn sonderlinghe duecht wille. In Hoochduytsch Guter heinrich ende Schmerber. Hier te lande Goede heyndrick/ Lammekens oore/ ende van sommighen Algoede. In Franchois Toute bone.
    [Vergelijk de uitgave van 1644, waar een uitvoeriger verhaal over de namen Bonus henricus en Malus henricus is te lezen:
    http://www.leesmaar.nl/cruydtboeck/deel5/boek21/capitel26.htm%5D

    Zie ook deze bron: http://www.enotalone.com/article/12694.html, waarin:

    Why the said Goosefoot has been named “Good King Henry,” or, “Good King Harry,” is a disputed point. A French writer declares “this humble plant which grows on our plains without culture will confer a more lasting duration on the memory of Henri Quatre than the statue of bronze placed on the Pont Neuf, though fenced with iron, and guarded by soldiers.” Dodoeus says the appellation was given to distinguish the plant from another, a poisonous one, called Malus Henricus, “Bad Henry.” Other authors have referred it to our Harry the Eighth, and his sore legs, for which the leaves were applied as a remedy; but this idea does not seem of probable correctness. Frowde tells us “the constant irritation of his festering legs made his terrible temper still more dreadful. Warned of his approaching dissolution; and consumed with the death-thirst, he called for a cup of white wine, and, turning to one of his attendants; cried, ‘All is lost!’ – and these were his last words.” The substantive title, Henricus, is more likely derived from “heinrich,” an elf or goblin, as indicating certain magical virtues in the herb.

    It is further known as English Marquery, or Mercury, and Tota bona; or, Allgood, the latter from a conceit of the rustics that it will cure all hurts; “wherefore the leaves are now a constant plaster among them for every green wound.” It bears small flowers of sepals only, and is grown by cottagers as a pot herb. The young shoots peeled and boiled may be eaten as asparagus, and are gently laxative. The leaves are often made into broth, being applied also externally by country folk to heal old ulcers; and the roots are given to sheep having a cough.

    Both here and in Germany this Goosefoot is used for feeding poultry, and it has hence acquired the sobriquet of Fat-hen.

    The term, English Mercury, has been given because of its excellent remedial qualities against indigestion, and bears out the proverb: “Be thou sick or whole, put Mercury in thy koole.” Poultices made from the herb are applied to cleanse and heal chronic sores, which, as Gerard teaches, “they do scour and mundify.” Certain writers associate it with our good King Henry the Sixth. There is made in America, from an allied plant, the oak-leaved Goosefoot (Chenopodium glaucum), or from the aphis which infests it, a medicinal tincture used for expelling round worms.

    En het volgende is ook interessant. Op blz. 190 van Vandenbusschie, Onze volkstaal voor kruiden en artsenijen, lees ik onder het kopje “Varia” (het is niet te achterhalen waar dit uitkomt): Een brave hendrik is de betiteling van een zoete gehoorzame jongen. In de plantkunde noemt men Hendrikken, die planten, die de mensen tot gebuur dienen, omdat ze maar alleen in de omtrek der huizen te vinden zijn. Zo noemen de duitsers de
    Mercurialis: “kwade Hendrik”.

    De uitdrukking Brave hendrik in het Nederlands (m.i. heeft dit niet rechtstreeks te maken met de plant die oorspr. Goede hendrik heette) is ontleend aan een boekje van ene Nicolaas Anslijn, getiteld “De Brave Hendrik, leesboekje voor jonge kinderen”. Brave Hendrik is het verhaal van een twaalfjarig jongetje dat iedereen in braafheid overtreft. Het verhaal geeft een beeld van de samenleving zoals die volgens de schrijver zou moeten zijn. Later publiceerde Anslijn ook nog de Brave Maria, het vriendinnetje van Hendrik. De Brave Hendrik kwam voor het eerst uit in 1810. Het leesboek was enorm populair in het onderwijs. Ook in de tweede helft van de negentiende eeuw waren er nog scholen die het boek gebruikten, hoewel sommige scholen daar anders over gingen denken.
    Zie: http://www.dbnl.org/tekst/ansl002brav01_01/ansl002brav01_01_0002.htm (tekst) en
    http://nl.wikipedia.org/wiki/Brave_Hendrik (uitleg op Wikipedia)

    En op deze site lees ik nog het volgende –
    http://geschichte-westeuropa.suite101.de/article.cfm/vergessenes_gemuese_der_geschichte:
    Der Gute Heinrich ist ein Gänsefußgewächs, gelangte durch seine Beliebtheit zu vielerlei Namen: Heinerli, Schmotzig Heiner, Mehlkraut oder auch Lungwurz und Burkhart ward er oftmals genannt. Auf Mehlkraut wird man deshalb gekommen sein, da seine dreieckig spießförmigen, tiefgrünen Blätter mehlartig bestäubt sind. Zudem sehen sie den Füßen von Gänsen oder Enten recht ähnlich; die Blüten hingegen sind unscheinbar und winzig, farblos und rispenartig angeordnet.
    Bevor der Spinat seinen Eroberungsfeldzug begann, war der Gute Heinrich mehr als gebräuchlich: Die frisch austreibenden Blätter wurden zum ersten Gemüse, welches im Frühjahr zu ernten war, wie Spinat ward er zubereitet und passte ebenfalls delikat zu Eiern.
    Als besonderer Leckerbissen galten die jungen Triebe: Man bleichte sie, indem den jungen Stengeln ein Kübel übergestülpt wurde, auf dass sie kein Licht mehr erhielten. Dann schälte man sie und kochte sie wie Spargel. Als Spargelersatz noch vor der Spargelzeit kam der Gute Heinrich in England und Schottland zum Namen „Lincolnshire asparagus“, noch heute ein beliebtes Lokalgericht.
    Im englischen Volksmund wird er in Anlehnung an seinen deutschen Namen auch als „Good King Henry“ oder gar als „mercury“ bezeichnet. Letzteres, da man diese Pflanze dem Merkur zuordnet – immerhin dem Heiler unter den Göttern!
    Tatsächlich umfasst der Gute Heinrich vielerlei heilende Wirkungen: Antiskorbutisch soll er sein, als Breiumschlag hilft er bei Hautverletzungen, Gicht, Gliederreißen, Krätze und anderen Ausschlägen. Der heilige Heinrich soll als Erster aus dieser Pflanze, vermischt mit anderen Kräutern, ein Wundheilpflaster gegen Aussatz zubereitet haben – doch schon vor der Verbreitung des Christentums war Guter Heinrich in Gebrauch, sodass man davon ausgehen kann, dass der heilige Heinrich – welcher nämlich ist nicht bekannt und derer gab es einige – zur Legitimierung einer uralten Heidenpflanze zu dienen hatte: Heinrich ist angelehnt an das germanische „haganrich“, somit den „König des Hags“.
    Heinz oder Heinzel ist nach Jacob Grimm ein alter Name für einen Kobold, der sich einer Hausgemeinschaft anschließt und den Menschen bei der Arbeit hilft. Somit wahrlich ein guter Heinrich, denn noch andere Pflanzen tragen diesen Zweitnamen, allerdings ein Böser, Roter, Stolzer oder gar Eiserne…
    Der Gute Heinrich wächst auf Schuttplätzen, an Dorfstrassen, Haus- und Stallwänden. Besonders wohl scheint er sich in der sonnigen Lage von Bergen und der Alm zu fühlen; zu den Speisen, die sich die Sennen kochen, gehört er genauso wie die Brennessel, der Sauerampfer und wird gar Hirtenspinat genannt. Verwandt mit der Melde macht auch er wenig Arbeit, pflanzt man ihn im eigenen Garten an. Einzig feuchte Böden, ein heller Standort sollten vorhanden sein – vielleicht gerät er dann zum Heinzelmann…

  5. Voor mijn gevoel was alles over Brave Hendrik al beschreven in je stukje. Het valt me echter op dat er tegenwoordig ellenlange verhalen staan in de reacties. Ik vraag me af wat hier de toegevoegde waarde van is, voor mij is het vaak herhaling van wat jij zelf al beschreven hebt. Te veel van het goede.

  6. Intussen ben ik al een paar dagen aan het broeden op een reactie op deze reacties, maar ik ben er nog niet helemaal uit.
    Allicht wordt dat een blogberichtje over enkele dagen…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.