Tag: wilde planten

In bloei op 1 augustus

Achillea millefolium - DuizendbladHoewel het bloeiseizoen al lang over zijn hoogtepunt heen is, blijft er nog ontzettend veel te ontdekken in de tuin. Het lijkt zelfs, of de afname van aantallen bloeiende bloemen gepaard gaat met een toename aan soorten.
Ik geraakte deze maand dus zonder moeite aan een lijstje van meer dan 150 bloeiende soorten.
Lees verder “In bloei op 1 augustus”

Gewone brunel – etymologie

Brunel. Deutschlands Flora in Abbildungen - Sturm (Public domaine)De Nederlandse geslachtsnaam van de brunel is duidelijk verwant met de Botanische geslachtsnaam (Prunella), en vertoont ook veel gelijkenis met de Duitse geslachtsnaam ‘Braunelle’. En precies daarom heeft de naam mij altijd geïntrigeerd: is ‘brunel’ een vervorming van ‘Prunella’, of waren de namen brunel en/of Braunelle er eerst?

Soms wordt wel eens gezegd dat ‘Prunella’ wijst op de pruim-kleur van het plantje, en dat in de Nederlandse en de Duitse namen die begin-p doffer geworden is, en in een ‘b’ veranderde.
Andere bronnen zeggen dan weer, dat Linnaeus het oorspronkelijke ‘Brunella’, dat zou zijn afgeleid van het Nederhoogduitse ‘Braunelle’ of ‘Brunelle’ veranderde in ‘Prunella’. Maar absolute bevestiging heb ik voorlopig nog voor geen van beide verklaringen gevonden.
Het ‘Etymologisches Wörterbuch der botanischen Pflanzennamen‘, dat ik bij dit soort raadsels graag consulteer, blijft immers ook op die twee benen hinken, zij het met een lichte voorkeur voor de ‘pruimachtige’ variant.

Mocht iemand hierover dus met iets meer zekerheid wat kunnen zeggen, dan hoor ik het graag!

Je grasveld op tafel!

lentesalade

Rebecca Hartman publiceerde deze week op haar blog (The Herbwife’s Kitchen) een post met als titel: “Eat your lawn!“, “Eet je grasveld op!”, en ze start dat artikel met de vraag (mijn vertaling):

Waarom zou je je gazon maaien als je het ook kan opeten?

Nu, uit het klassieke biljartlaken-gazonnetje zal je niet gemakkelijk een behoorlijk slaatje bij elkaar plukken, maar als je in je tuin de wilde planten hier en daar de kans geeft hun gang te gaan, dan valt er heel wat extra aroma te rapen.

Lees verder “Je grasveld op tafel!”

Een alternatieve bodemtest

Naar aanleiding van Johans reactie op mijn stukje ‘Wie het kleine niet eert…‘, besloot ik om toch een keer de ‘Alternatieve bodemtest’ uit te voeren die Lieven David beschrijft in het december 2006 – januari 2007 nummer van ‘Seizoenen’, het tijdschrift van Velt.
Lieven beschrijft het zo:

Ik neem gewoon op diverse plaatsen in de tuin een schepje grond van de bovenste laag. Dan meng ik al deze grondstalen in een zaaibak. Een weekje vochtig houden, en kijk: daar komt vanzelf een hele waaier aan zaailingen piepen.
Grond uit een klassiek gespitte moestuin zal in deze test massa’s vogelmuur, straatgras, knopkruid, en tal van andere ongewenste gasten opleveren. Onze ongespitte grond echter – die alleen maar bedekt wordt met mulch en compost – geeft een heel andere beeld.
Om te beginnen laat ik de onderliggende lagen, met hun gulle onkruidzadenbank, waar ze horen: onderin en onverstoord.
Verder heb ik (…) zoveel kruiden en groenten zich wat in onze tuin laten uitzaaien, dat onze zadenbank er heel alternatief is gaan uitzien. De zaaiproef geeft tegenwoordig 95% eetbare zaailingen; dus amper 5% onkruiden! Die verhouding lag zeven jaar geleden nog op 60/40: zo zie ik de bodem van onze pluktuin jaar na jaar meetbaar evolueren.

Het doel van mijn ‘bodemtest’ is niet zozeer de verhouding eetbare zaailingen / ongewenste gasten (die term bevalt me meer dan ‘onkruiden’) te bepalen, maar vooral een beeld te krijgen van het aantal verschillende soorten zaailingen dat te voorschijn komt uit staaltjes van de aarde in kruidentuin en borders.
Ik ben er van overtuigd dat het resultaat in mijn tuin op dit ogenblik nog lang niet zo gunstig is als in ‘de Lusthof’: Weliswaar heb ik de afgelopen jaren in de aarde nauwelijks bewerkt en omgespit, maar ik heb eigenlijk ook maar beperkt gemulcht, en vrijwel geen extra organisch materiaal toegevoegd. (Het ‘mulchen’ dat ik deed was nauwelijks meer dan het klein knippen en ter plaatse laten verteren van de verdroogde plantenresten van het vorige groeiseizoen.) Pas dit jaar, nadat mijn man enthousiast thuiskwam van een workshop Permacultuur die hij volgde bij Yggdrasil, en die principes ging toepassen in zijn moestuin, heb ik ook getracht iets vergelijkbaars te doen in het deel van de tuin dat onder mijn verantwoordelijkheid 😉 valt.
Ik ben dus bezig grondig te mulchen (heb tot nu toe al ruim een ton compost over de borders verspreid), maar heb vandaag wat bodemstaaltjes genomen van die delen van de borders die nog niet gemulcht zijn. Ik hou jullie op de hoogte van het resultaat van mijn ‘bodemtest’, en zou willen proberen die jaar na jaar te herhalen.
Ik zou het leuk vinden te horen dat nog iemand anders de uitdaging aangaat om dit proefje ook met de aarde van zijn/haar tuin uit te voeren!

NB: Op de website van ‘De Lusthof‘ kan je alle artikelen die Lieven tot nu toe schreef voor ‘Seizoenen’ downloaden.

Wie het kleine niet eert

Silene nutans - Nachtsilene (toestand bij dag)Toen ik een keer op de kwekerij was – een kwekerij van kruiden en inheemse wilde planten – vertelde de eigenaar me het volgende verhaal:
Op een dag kwam er een man van een jaar of 60-70 voorbij de kwekerij gefietst. Hij stopte, en kuierde op zijn gemak een tijdje rond, en sprak toen de eigenaar aan: “Als ik het goe snap… Gij zet onkruid in pottekes en dan verkoopte-gij dat?”
Ja… bij Ecoflora verkopen ze dat… En meer nog, er zijn mensen die dat kopen ook!
En ik ben dus één van die gekke mensen…

Tja, ik heb nu eenmaal die tic. Ik ben enorm geboeid door inheemse wilde planten, ze hoeven niet eens ooit een medicinale toepassing hebben gehad. En omdat de natuurlijke biotopen van veel planten steeds schaarser worden, vinden ze in onze tuin een wijkplaats, en worden ze zelfs bewonderd.
Want eerlijk is eerlijk, in je eigen tuin neem je veel meer de tijd om plantjes op hun gemak te bekijken. Neem nu bijvoorbeeld de nachtsilene hierboven. Overdag een bloemetje waar je zonder moeite aan voorbijloopt. De groene kelk van de bloem is zowat 1,5 cm lang, de lange stamper komt een kleine centimeter uit het bloempje gepiept en de bloemblaadjes? Ach, die zijn overdag helemaal opgerold…
Silene nutans - nachtsilene

Maar als je dan de moeite neemt om van dichtbij te kijken, dan is het bloempje zelfs in opgerolde toestand van een bijna etherische schoonheid.

Tegen de avond ontrollen de bloemblaadjes zich, en hangen als een groep elfjes zachtjes te trillen in de avondbries, terwijl ze een zachte geur verspreiden.
Natuurlijk moet niet je hele tuin uit dit soort ‘onooglijke’ juweeltjes bestaan… Je tuin moet niet alleen van heel dichtbij boeien, maar ook vanuit de verte aantrekkelijk zijn. Maar naast forse kleurvlekken van goed gekozen cultivars, voegt de onopvallende charme van wilde bloemen ook wat extra’s aan je tuin toe.

===

Een ander ‘juweeltje’ is eerder van het ‘ruwe bolster / blanke pit’-soort.
Ik denk dat iedereen hartgespan al wel een keer gezien heeft, of er minstens onachtzaam aan voorbijgelopen is.
In het Fries zou ze ‘Bermnessel’ heten, en inderdaad komt ze vaak in bermen en ruigten voor.

Leonurus cardiaca - Hartgespan
Ze is groot en fors, met opvallend handvormig gedeeld blad. (Een bezoeker in mijn tuin, die niet echt veel van planten kende, heeft zich bij dit kruid een keer staan afvragen of ik soms cannabis in mijn voortuin kweekte.)

Het is een plant die je in een border een plaatsje geeft niet te ver naar voor, als een donkergroene achtergrond voor een lichtgekleurde bloem… en die door zijn opgaande lijn en door zijn bladvorm een extra accent geeft. De plant, een lipbloemige, bloeit met kleine, roosgekleurde bloemetjes, die op het eerste gezicht weinig bijzonder zijn…

Maar opnieuw wacht je een verrassing als je de bloem van dichtbij gaat bekijken.
Het is niet het vuilroze, onooglijke bloemetje dat je dacht te vinden (eerlijk gezegd, toen ik de plant in mijn tuin zette, had ik zelfs nauwelijks iets van kleurige bloemen verwacht… het uiterlijk en de normale groeiplaats van de plant deden mij een onopvallende grijsgroene bloeiwijze, genre netel of melde, verwachten)…

Leonurus cardiaca - hartgespan

In plaats van het roze bloempje dat je verwachte, gaapt je een donkerrode muil aan, waarvan de agressiviteit echter helemaal verzacht wordt door het zachte grijze bontjasje aan de buitenkant van de bloem.

===

Nee, veel inheemse wilde planten zijn geen mediasterren in een gala-outfit, maar blijken op hun eigen bescheiden wijze vaak verrassend stijlvol…
En precies in die bescheidenheid ligt voor mij een deel van hun bijzondere aantrekkingskracht…

Tot kletsens…

Belofte maakt schuld… Medicinaal gebruik van het herderstasje.

herderstasje - bloeiwijze met bloemen en hauwtjes. copyright: Fried KampesTja, een beetje later dan gepland…
Ik heb nog steeds behoefte aan een agenda van elastiek, je weet wel, zo één waar je activiteiten aan kan blijven toevoegen, zonder dat je het te druk krijgt…

Maar ik ging het toch over het Herderstasje hebben?
Ik vertelde in mijn verhaaltje over de naamgeving al, dat het herderstasje in het verleden ook wel bloedkruid werd genoemd, omwille van zijn samentrekkende eigenschappen en het daaruit volgende gebruik bij bloedingen. En ook tegenwoordig wordt het herderstasje vooral gebruikt bij bloedingen. Het kruid wordt onder andere toegepast bij inwendige bloedingen zoals menoragghieën (overvloedig menstrueel bloedverlies) en metroragghieën (baarmoederbloeding die geen verband heeft met de menstruele cyclus), maar ook bij uitwendige bloedingen zoals een bloedneus of bloedend tandvlees. En in het verleden was het vertrouwen in de bloedstelpende kwaliteiten van het herderstasje wel heel groot. Men geloofde dat een bloeding uit het rechterneusgat gestopt kon worden door een herderstasjes-plant in de linkerhand te houden en omgekeerd.
Daarnaast heeft het herderstasje net zoals bijvoorbeeld meidoorn een regulerend effect op de bloeddruk: het verlaagt een te hoge, en verhoogt een te lage bloeddruk. (Maar gebruik het kruid bij de behandeling van bloeddrukproblemen enkel onder dokterstoezicht!) Ook stimuleert het de bloedsomloop, en kan daarom een toepassing krijgen bij spataderen en zware benen als gevolg daarvan.
Het herderstasje is vochtafdrijvend, en een urinair antisepticum, maar dit zijn zeker geen belangrijke indicaties van het kruidje.

Er zijn weinig bijwerkingen of contra-indicaties bekend voor het herderstasje, maar het gebruik wordt ontraden tijdens de zwangerschap omdat het eventueel contracties kan opwekken. (Na de bevalling kan het dan wel weer nuttig zijn, bv bij post-partum bloedingen.)
Net zoals bij veel andere kruiden is wel enige voorzichtigheid geboden bij de combinatie met bepaalde geneesmiddelen. Zeker wanneer je medicijnen gebruikt tegen hartritmestoornissen, bepaalde plaspillen, digitalis-preparaten en theophylline (gebruikt bij asthma) moet je met je arts overleggen. Theoretisch kan er ook interactie zijn tussen herderstasje en medicijnen gebruikt bij de behandeling van lage bloeddruk, of bij MAO-remmers (een bepaald soort, relatief weinig gebruikte anti-depressiva. Als je deze antidepressiva gebruikt zal je steeds gewaarschuwd worden dat je geen voedsel mag gebruiken dat tyramine bevat, zoals noten en oude kaas. Ook herderstasje bevat een beetje tyramine, maar die hoeveelheid zal over het algemeen verwaarloosbaar zijn.)
Ik wil met deze laatste toevoeging, over problemen bij het combineren van kruiden met geneesmiddelen, geen paniek zaaien, maar er wel even op wijzen dat wanneer kruiden gebruikt worden omwille van hun medicinale werking (en je dus over het algemeen dagen lang hetzelfde kruid gebruikt), je er toch rekening mee moet houden dat je niet altijd straffeloos kruidengeneesmiddelen en andere geneesmiddelen door elkaar mag gebruiken. ‘Natuurlijk’ betekent niet perse onschadelijk.
Vooral mensen die bloedverdunnend middelen gebruiken moet zich goed realiseren dat veel kruiden (niet het herderstasje) niet goed samengaan met die medicijnen, en dat ze als ze kruiden toevoegen aan hun bloedverdunners, ze hun arts daarvan op de hoogte moeten brengen en eventueel hun bloedstolling extra moeten laten controleren!

Foto: Fried Kampes ©.
Let op: op de foto bij dit artikel is geen Creative Commons Licentie van toepassing, maar geldt het gewone copyright.

Herderstasje – naamgeving

Capsella bursa-pastoris - herderstasje. Foto: AnneTanne, Creative Commons LicenseMaandag kondigde ik al aan dat ik wat meer zou vertellen over de etymologie van het herderstasje. Maar moet ik eigenlijk nog iets vertellen over de herkomst van de naam van dat woord? Het is zo’n algemeen bekend verhaal: De driehoekige hauwtjes van het plantje lijken heel erg op de tas waarin een herder zijn spulletjes met zich meedroeg. En die tas lijkt wel een heel erg universeel model te zijn geweest, want naast het Nederlandse herderstasje en het Engelse Shepherd’s purse, zijn er het Duitse Hirtentäschelkraut en het Franse capselle bourse-à-pasteur of gewoon bourse-à-pasteur. En inderdaad, ook het ‘bursa-pastoris’ in de botanische naam is letterlijk ‘tas van de herder’. In ‘Capsella’ herken je ‘capsule’, en inderdaad betekent het iets als omhulseltje, doosje.

Ook een heleboel andere volksnamen verwijzen naar de vorm van de hauwtjes: beursjeskruid, tasjes, tasjeskruid, taskruid, tassen…. elders is het moederstasje of zakjesbloem. Dodoens kent het plantje als Teskenscruyt en Borsekenscruyt (beursjeskruid).
In de Middeleeuwen zou het kruid hier ook bekend geweest zijn als Bloedkruid, omwille van de samentrekkende eigenschappen van de plant (daarover volgende keer meer). Die naam vind je ook terug bij Hildegard von Bingen, die het ‘Blutwurz’ noemt.
In heel wat streken bestaan volksnamen die verwijzen naar de ‘lepeltjes’vorm van de hauwtjes (is het overdreven romantisch als ik er veel liever een herderstas in zie?), zoals lepelaar, lepelblad, lepeltjeskruid… Ook wordt wel eens gesproken van lepels-en-vorken (waarbij de lange vruchtentros de vork zou voorstellen).

Engelse volksnamen zijn onder meer shovelweed, Lady’s purse, witches pouches, pickpocket, mother’s heart, case weed, St James’ wort, rattle pouches, pepper-and-salt, clappedepouch, pickpurse, poor-man’s permecetty, toywort, shepherd’s sprout…
Een beetje uitleg bij een paar van die namen… Ik vermoed dat ‘pepper-and-salt’ verwijst naar het gebruik van het gemalen zaad als condiment (zie ook mijn vorige post over herderstasje). Clappedepouch is een Ierse, rattle pouch een Engelse benaming, die verwijzen naar enerzijds de ratel (clapper, rattle), anderzijds de op een lange stok bevestigde bedelnap (pouch) die bedelaars bij zich hadden.
Het Engelse pickpocket/pickpurse (zakkenroller), het Duitse Beutelschnittler (beurzensnijder) en het Friese Sekkedief zouden slaan op het feit dat het een akkeronkruid is dat (dus) de boer besteelt.
Poor man’s permecetty (of pharmacetty), armeluisapotheek, wijst natuurlijk op het medicinaal gebruik….
Er bestaan/bestonden in onze contreien heel wat kinderspelletjes (vooral plaagspelletjes – hé, dat is ook een idee voor een blogje…) met herderstasje. Allicht bestonden die elders ook, en het Engelse toywort getuigt daarvan.

Tot kletsens…

Capsella bursa-pastoris – Herderstasje

Herderstasje - capsella-bursapastoris. Foto: AnneTanne, Creative Commons licenseDeze week wil ik wat over het herderstasje vertellen.
De naamgeving en de medicinale werking komen later in de week aan bod, vandaag wil ik iets vertellen wat maar weinig bekend is.
Dat onschuldige kleine plantje, dat de meesten van ons al kennen van in onze kinderjaren, dat plantje… is een vleesetend plantje!
Nee, geen veelvraat zoals de zonnedauw, die mugjes en kleine vliegjes verorbert, maar letterlijk ondergronds…
Op welk punt in de evolutie het gebeurt is, is niet bekend. Wellicht dat door een of andere oorzaak de bodem waarop de voorvaderen van het plantje groeide snel in voedselrijkdom achteruitging, wellicht door kaalslag na een doortocht van plantenverslindende dinosaurussen en daaropvolgende erosie… En toen was er die ene stap in de evolutie… een gelukkige mutatie, die van het plantje een carnivoor maakt en voortaan de kiemende zaadjes voorziet van wat meer voedsel:
De zaadjes van het herderstasje scheiden in de bodem een kleverige zoete substantie af, die micro-organismen die in de grond aanwezig zijn lokken. Die worden gevangen in de substantie en sterven er, waarna de inhoudsstoffen door de kiemende zaden worden opgenomen en de plant tot ontwikkeling komt.

Herderstasje is, zoals alle leden van de familie van de kruisbloemigen, een eetbare plant, maar echt smakelijk durf ik het niet noemen. Toch wordt het al heel lang beschreven als een kruid dat aan groentenbouillons kan worden toegevoegd, en dat, net zoals bv paardenbloemblad, aan voorjaarsslaatjes kan worden toegevoegd. Ik vond zelfs een boek, waarin de gedroogde en gemalen zaadjes (één plant produceert er tot 40.000!) als kruiderij beschrijft. Ik moet toegeven dat ik dit zelf nog niet heb uitgeprobeerd.

Overigens, in mijn tuin groeit erg weinig herderstasje… Vorig jaar heb ik er een keer lang naar gezocht, en uiteindelijk een paar plantjes gevonden. Dit jaar schoot er dus wel een plantje op (zie foto) in een voeg tussen een paar kasseien. Wellicht dat mijn tuin over het algemeen te ‘begroeid’ is om het een aantrekkelijk biotoop voor het plantje te maken. Net zoals alle éénjarigen heeft het toch liefst even wat kale grond om te kunnen ontkiemen….