Tag: Capsella bursa-pastoris

Herderstasje en herderstassen

Detail uit Vlaamse spreekwoordenVorige week las ik op de blog van Yo, dat in haar tuin al het herderstasje al bloeide.  Hier in de tuin heb ik voorlopig zelfs nog geen kiemplantjes gezien, en zelfs ondanks de toch behoorlijk riante oppervlakte van ons perceel, is dat algemene plantje hier toch niet zo’n heel vaak gespot kruidje.

Vorig jaar heb ik het al een paar keer over het herderstasje gehad:
– Hoe het herderstasje op mini-schaal een vleesetend plantje is,
– Wat de medicinale toepassingen van het plantje zijn,
– En hoe het herderstasje aan zijn naam komt.

Lees verder “Herderstasje en herderstassen”

Herderstasje – naamgeving

Capsella bursa-pastoris - herderstasje. Foto: AnneTanne, Creative Commons LicenseMaandag kondigde ik al aan dat ik wat meer zou vertellen over de etymologie van het herderstasje. Maar moet ik eigenlijk nog iets vertellen over de herkomst van de naam van dat woord? Het is zo’n algemeen bekend verhaal: De driehoekige hauwtjes van het plantje lijken heel erg op de tas waarin een herder zijn spulletjes met zich meedroeg. En die tas lijkt wel een heel erg universeel model te zijn geweest, want naast het Nederlandse herderstasje en het Engelse Shepherd’s purse, zijn er het Duitse Hirtentäschelkraut en het Franse capselle bourse-à-pasteur of gewoon bourse-à-pasteur. En inderdaad, ook het ‘bursa-pastoris’ in de botanische naam is letterlijk ‘tas van de herder’. In ‘Capsella’ herken je ‘capsule’, en inderdaad betekent het iets als omhulseltje, doosje.

Ook een heleboel andere volksnamen verwijzen naar de vorm van de hauwtjes: beursjeskruid, tasjes, tasjeskruid, taskruid, tassen…. elders is het moederstasje of zakjesbloem. Dodoens kent het plantje als Teskenscruyt en Borsekenscruyt (beursjeskruid).
In de Middeleeuwen zou het kruid hier ook bekend geweest zijn als Bloedkruid, omwille van de samentrekkende eigenschappen van de plant (daarover volgende keer meer). Die naam vind je ook terug bij Hildegard von Bingen, die het ‘Blutwurz’ noemt.
In heel wat streken bestaan volksnamen die verwijzen naar de ‘lepeltjes’vorm van de hauwtjes (is het overdreven romantisch als ik er veel liever een herderstas in zie?), zoals lepelaar, lepelblad, lepeltjeskruid… Ook wordt wel eens gesproken van lepels-en-vorken (waarbij de lange vruchtentros de vork zou voorstellen).

Engelse volksnamen zijn onder meer shovelweed, Lady’s purse, witches pouches, pickpocket, mother’s heart, case weed, St James’ wort, rattle pouches, pepper-and-salt, clappedepouch, pickpurse, poor-man’s permecetty, toywort, shepherd’s sprout…
Een beetje uitleg bij een paar van die namen… Ik vermoed dat ‘pepper-and-salt’ verwijst naar het gebruik van het gemalen zaad als condiment (zie ook mijn vorige post over herderstasje). Clappedepouch is een Ierse, rattle pouch een Engelse benaming, die verwijzen naar enerzijds de ratel (clapper, rattle), anderzijds de op een lange stok bevestigde bedelnap (pouch) die bedelaars bij zich hadden.
Het Engelse pickpocket/pickpurse (zakkenroller), het Duitse Beutelschnittler (beurzensnijder) en het Friese Sekkedief zouden slaan op het feit dat het een akkeronkruid is dat (dus) de boer besteelt.
Poor man’s permecetty (of pharmacetty), armeluisapotheek, wijst natuurlijk op het medicinaal gebruik….
Er bestaan/bestonden in onze contreien heel wat kinderspelletjes (vooral plaagspelletjes – hé, dat is ook een idee voor een blogje…) met herderstasje. Allicht bestonden die elders ook, en het Engelse toywort getuigt daarvan.

Tot kletsens…

Capsella bursa-pastoris – Herderstasje

Herderstasje - capsella-bursapastoris. Foto: AnneTanne, Creative Commons licenseDeze week wil ik wat over het herderstasje vertellen.
De naamgeving en de medicinale werking komen later in de week aan bod, vandaag wil ik iets vertellen wat maar weinig bekend is.
Dat onschuldige kleine plantje, dat de meesten van ons al kennen van in onze kinderjaren, dat plantje… is een vleesetend plantje!
Nee, geen veelvraat zoals de zonnedauw, die mugjes en kleine vliegjes verorbert, maar letterlijk ondergronds…
Op welk punt in de evolutie het gebeurt is, is niet bekend. Wellicht dat door een of andere oorzaak de bodem waarop de voorvaderen van het plantje groeide snel in voedselrijkdom achteruitging, wellicht door kaalslag na een doortocht van plantenverslindende dinosaurussen en daaropvolgende erosie… En toen was er die ene stap in de evolutie… een gelukkige mutatie, die van het plantje een carnivoor maakt en voortaan de kiemende zaadjes voorziet van wat meer voedsel:
De zaadjes van het herderstasje scheiden in de bodem een kleverige zoete substantie af, die micro-organismen die in de grond aanwezig zijn lokken. Die worden gevangen in de substantie en sterven er, waarna de inhoudsstoffen door de kiemende zaden worden opgenomen en de plant tot ontwikkeling komt.

Herderstasje is, zoals alle leden van de familie van de kruisbloemigen, een eetbare plant, maar echt smakelijk durf ik het niet noemen. Toch wordt het al heel lang beschreven als een kruid dat aan groentenbouillons kan worden toegevoegd, en dat, net zoals bv paardenbloemblad, aan voorjaarsslaatjes kan worden toegevoegd. Ik vond zelfs een boek, waarin de gedroogde en gemalen zaadjes (één plant produceert er tot 40.000!) als kruiderij beschrijft. Ik moet toegeven dat ik dit zelf nog niet heb uitgeprobeerd.

Overigens, in mijn tuin groeit erg weinig herderstasje… Vorig jaar heb ik er een keer lang naar gezocht, en uiteindelijk een paar plantjes gevonden. Dit jaar schoot er dus wel een plantje op (zie foto) in een voeg tussen een paar kasseien. Wellicht dat mijn tuin over het algemeen te ‘begroeid’ is om het een aantrekkelijk biotoop voor het plantje te maken. Net zoals alle éénjarigen heeft het toch liefst even wat kale grond om te kunnen ontkiemen….