Categorie: Moestuin – Vegetable Garden

Moestuinwel en Moestuinwee

Moestuinwel en Moestuinwee

Eerst even mijn eigen wel en wee:
Door flinke gezondheidsproblemen heb ik het de afgelopen maanden rustig aan moeten doen, en daardoor moest dit blogje inderdaad naar het achterplan…

Dan het moestuinwee:
Eerlijk gezegd, dat staat er alleen om lezers te lokken… Het is nu eenmaal ‘des mensen’ dat we meer aangetrokken worden door slecht nieuws dan door goed nieuws.
Dat moestuinwee beste lezers, daarvoor moet je dus inderdaad elders zijn… Lees verder “Moestuinwel en Moestuinwee”

De aftrap voor het moestuinseizoen

De aftrap voor het moestuinseizoen

In de moestuin is voorlopig weinig groen te zien… Zwartmoeskervel, en twee planten eeuwig moes.

Maar manlief heeft de voorbije weken de bedden in de moestuin netjes opgemaakt…
En zoonlief had begin deze maand peultjes, doperwten en tuinbonen voorgezaaid, en afgelopen zondag heeft hij die ‘verspeend’, en ze maar meteen de nachtvorst ingezwierd. Maar voorlopig lijken de erwten zich niet aan de temperatuurschok te storen.

jonge erwtenplantjes
Jonge erwtjes… na de nachtvorst!

Voor de nieuwsgierigen: zoonlief besloot een paar jaar geleden af te stappen van het klassieke rijshout voor de erwten, en maakt nu elk jaar een ‘klimrek’ van een stevig stuk tuingaas van 1m80 hoog dat hij aan een aantal rechte hazelaartakken (die ruim een halve meter de grond ingaan) vastbindt. Het systeem is doodsimpel, hergebruikbaar, en eerlijk gezegd is het makkelijker om de erwten te plukken dan met rijshout…

het erwtenrek
Het erwtenrek

En óók op zondag heeft ondergetekende de tomaten voorgezaaid. Ik ben er zowat een maand vroeger mee dan vorig jaar, maar toen was ik achteraf gezien rijkelijk laat en had ik half mei nog maar kleine planten.

En dit is de voorlopig selectie voor dit jaar. De rassen met een asterix bij, zijn de nieuwkomers voor dit seizoen. (Elk jaar wordt dat rijtje korter, want elk jaar zijn er meer ‘oudgedienden’ die ik graag terug wil zien.)

  1. Sweet Baby: kleine (tussen bes en kers) vrucht, enorme aantallen, zoet van smaak
  2. Black Cherry: hoeft de lekkerste aller kerstomaten nog een beschrijving? Voor het eerst gezaaid in het tweede jaar dat ik tomaten kweekte, en niet meer weggeweest
  3. Earl’s Green Cherry*: hier ben ik heel benieuwd naar. Het zou een spontane mutatie/sport zijn van Black Cherry, met een vergelijkbare smaak, maar dus eerder groen van kleur
  4. Bajawa, al noem ik ze voorlopig Bajawa Plus: vorig jaar had ik twee planten, die allebei vruchten hadden met de smaak en de kleur, en vooral het kenmerkende knapperige velletje van het ras. Maar de ene plant – waar het zaad dat ik nu zaaide van afkomstig is – had vruchtjes die eerder pruim dan kersgroot waren. Benieuwd of de afmeting bewaard blijft
  5. Sungold x Green Grape*: kruising van Lieven David
  6. Sungold x Romeo F3: derde generatie van een kruising van Lieven David
  7. (Helena’s Pink) 1a
  8. (Helena’s Pink) 1b: twee lijnen uit de kruising die zoonlief een paar jaar geleden vormde uit Sweet Baby en South American Banana. De naamgeving is voorlopig. Pink omwille van de framboosroze kleur, en Helena naar de kat die in het jaar van de kruising naar de Tuin kwam, en er intussen onder een bessenstruik voorgoed te rusten ligt
  9. Green Tiger: langwerpige, puntige, pruimgrote tomaat. geelgroen gestreept en behalve heel mooi ook nog bijzonder lekker
  10. Dragon’s Eye: ronde, pruimgrote tomaat. Rood en geel gestreept
  11. Chico* (?) – Het internet kent ‘Royal Chico’ en ‘Chico III’. Even afwachten dus… Beiden zijn pruimgrote, iets langwerpige, rode tomaten
  12. Black and Brown Boar*: bruin met groene strepen, kleiner dan gemiddeld
  13. Ceylon*: eerder kleine, afgeplatte, geribde tomaat. Rood
  14. Samocvet Izumrudny*: Kleine, langgerekte groene tomaat, vorm doet wat denken aan een romatomaat. Resistent ras
  15. Spot Yellow: gespikkelde gele tomaat, klein
  16. Livingston’s Golden Queen*: middelgrote gele tomaat met een roze blos. Een heel oud ras, en zou als één van de beste gele tomaten beschouwd worden
  17. Beauty King: middelgroot rood/geel gestreept
  18. Girl Girl’s Weird Thing*: middelgroot rood/geel gestreept
  19. Orange Crimea*: middelgroot, oranje (opletten met dieven AnneTanne, het is een ‘semi-determinate’!)
  20. Brandeva*: middelgrote rode tomaat. Kruising van Brandywine en Eva’s Purple Ball. Zou erg ziekteresistent zijn.
  21. Carter’s Sunrise*: Rood, middelgroot, vroeg
  22. Clint Eastwood’s Rowdy Red: Medium, rood
  23. Green Castle: nee, geen groenrijpe tomaat, maar een tweekleurige (geel/roze), afgeplat, middelgroot
  24. Nyagous: een jaarlijkse gast. Medium formaat, bruinrode kleur
  25. Kwantung 105*: Chinees ras, middelgroot, rood
  26. Slovenian Black*. Middelgrote, paarsrode vleestomaat
  27. Yazon*: afgeplatte, bleekgele tomaat. Tolereert vrij goed de koude, dus als ik in de serre te weinig plaats heb, gaat deze een plekje buiten krijgen.
  28. Cherokee Chocolate*: middelgrote vleestomaat. Smaak zou vergelijkbaar zijn met Cherokee Purple, dus lekker! maar de kleur is (nog) donkerder
  29. Black Seaman. Zou een struiktomaat zijn, maar die ik vorig jaar had was indeterminate groeiend. Donkerrood, met donkergroene schouders, middelgrote tot grote vleestomaat
  30. Wild Thyme GWR: de groenrijpe variant van dit ras. Eén van onze absolute favorieten. Het velletje is tweekleurig oranje met geel bij rijpheid, maar het vruchtvlees is knalgroen. Middel tot groot
  31. Fish Lake Oxheart*: grote, rozerode ossenhart
  32. Summer Cider*: vroege, grote, oranje beefsteak
  33. Grub’s Mystery Green: een groenrijpe beefsteak
  34. Purple Passion*: grote paarse ‘beefsteak’tomaat

Ik heb van elk ras vier zaden gezaaid, en zet elk jaar 30-35 planten in de serre, en nog enkele in potten buiten. Waarschijnlijk zal ik dus weer planten teveel hebben ;-)…

Meer over tomaten

Reclaim the Seeds – de oogst, en mijn restanten (aanbod dus)…

Reclaim the Seeds – de oogst, en mijn restanten (aanbod dus)…

Het was gisteren een leuke middag op de zadenbeurs in Lier.
Iets minder gelegenheid tot ruilen dan ik gehoopt had, maar voor mensen die zelf nog geen (te) grote zadenvoorraad hadden een waar Walhalla!
Het was plezant om een aantal vrienden weer terug te zien, maar de mensen die een paar dagen geleden lieten weten dat ze er ook zouden zijn, heb ik jammer genoeg niet ontmoet – we hebben waarschijnlijk het verkeerde tijdstip gekozen. (Toch heb ik via een omweg toch wat tomatenzaden van Eddy Ceyssens gekregen!)
Wat we zeker wilden meebrengen, was een paar aparte aardappelrassen, en ik kan het nooit laten om wat onbekende boontjes of tomaten mee te brengen. Ik hoopte ook op wat aanbod van bijzondere pompoenen, maar het lijkt dat hier in Vlaanderen de meeste mensen toch nog denken dat alleen Hokkaido en Butternut echt lekker zijn. (Ik geef toe dat dat hele smakelijke pompoenen zijn, maar sinds ik ‘Candystick Dessert Delicata’ geproefd heb, ben ik ervan overtuigd dat er nog meer lekkere rassen te vinden zijn.)

Ik ging naar Lier en ik bracht mee…

Een overzichtje van mijn ‘oogst’

  • Bonen
    • Moeras-koningin (Moores Königin) – een historisch ras van staaksperzieboontjes, een ‘landras’ uit Duitsland
    • Monastic Coco – een droogboontje dat lijkt op YinYangboontjes, maar met een paarsrode vlek. Volgens Bram Cools van Hortus Brambonii (en het internet bevestigt dat) werden de boontjes oorspronkelijk vooral gekweekt in een aantal (Zuid)-Engelse abdijtuinen. Ik vind vermeldingen terug van het Benedictijner nonnenklooster in West-Malling, Kent, en van St-Cecilias Abbey, ook een Benediktijnerklooster, op het Isle of Wight. Het is een staak-droogboontje waarvan de peulen ook vers kunnen gegeten worden
    • Getailleerde hardschil – een Nederlands landras. Een struik-droogboontje waarvan de zaden erg lijken op de van Monastic Coco, al zijn ze wellicht een tikkeltje groter.
    • Flageolet Vert à Rames. De zadenlijst van de Oerakker vermeldt deze soort als ‘à Raries’, maar ik vermoed dat dat te wijten is aan een verkeerd overschrijven van een handgeschreven kaartje… Ik hou het bij ‘à Rames’.
    • Limburgse Vit (‘Limburgse Witte’) – Ook een Nederlands landras. Ze worden beschreven als fijne klimsperzieboontjes met zachtgele bloemen (de reden dat ik ze kocht!) en gele peulen.
  • Aardappelen
    • Cornes de Gattes
    • Harlequin: Een Britse kruising tussen Charlotte en Cornes de Gattes – geel en heel vastkokend
    • All Blue
    • Shaggit Valley Gold, een kruising van een Solanum tuberosum Phureja group met de gewone Solanum tuberosum. De Phureja group zijn aardappels die eigenlijk enkel geteeld kunnen worden in een klimaat zonder echte winter, maar door terugkruising met Solanum tuberosum zijn knollen ontstaan die hier wel geteeld kunnen worden. De ‘aardappels’ zijn klein van formaat, maar – zoals de naam van de cultivar verraadt – goudgeel vanbinnen.
    • En één knolletje Vitelotte Noir, de truffelaardappel
  • Tomaten
    • ‘Girl Girl’s Weird Thing’ – Een gestreepte vleestomaat, zou een mutant zijn van Green Zebra. Is genoemd naar de hond ‘Girl Girl’ van de eerste kweekster
    • Cherokee Chocolat – nog donkerder dan de Cherokee Purple, die ik ken als een erg lekkere tomaat
  • Overige
    • Sla: ‘Donkergroene Oststeirische’ – Een donkergroene slasoort die bij vroeg zaaien (eind maart) kleine kroppen vormt en bij latere zaai een pluksla is. Een landras uit – natuurlijk – het oosten van Stiermarken in Oostenrijk.
    • Quinoa

En laat ik tenslotte niet vergeten, een mooie oogstkist (met een kleiner inzetkistje – niet op de foto wegens al in gebruik genomen), gemaakt door vzw Plukrijp.

Oogstkist van vzw Plukrijp

Ik ging naar Lier en ik bracht mee terug…

Ik nam een klein deel van mijn tomatenzaden mee, maar behalve wat zakjes Wild Thyme (een bijzonder lekkere groen-rijpe vleestomaat) ben ik er nauwelijks kwijtgeraakt.
Ben je geĆÆnteresseerd, laat het dan even weten in de commentaren. Ik laat je dan per mail mijn adres weten. Als je dan een aan jezelf geadresseerde en gefrankeerde envelop opstuurt, krijg je de zaden retour. (Ook Nederlanders kunnen een gefrankeerde envelop opsturen: ik werk in NL, en kan de brieven daar ook posten.)
Van sommige rassen is mijn aanbod heel beperkt, dus ik kan niet garanderen dat iedereen krijgt wat hij/zij vraagt.

  • Groot formaat
    • Wild Thyme – bij rijpheid oranje met geel aan de buitenzijde, binnenin felgroen
    • Cœur de bœuf
    • Brandywine – grote, frambooskleurige vleestomaat
  • Medium
    • Nyagous – Ook een favoriet hier: de kleur wordt vaak ‘zwart’ of ‘mahony’ genoemd, en deze tomaat heeft inderdaad ook de rijke smaak die zo typisch is voor ‘zwarte’ tomaten.
  • Klein formaat (denk ‘pruim’)
    • Clint Eastwood’s Rowdy Red: rood, goed resistent, goede smaak
    • Red Furry Boar: rood, met een mat, fluwelig velletje
    • Dragon’s Eye: rozerood met geel gestreept, zoet van smaak
  • Struiktomaat
    • Efemer: vroege kleine, rode tomaat

Ik heb nog een grote voorraad (andere) tomatenrassen, dus laat ook weten of ik niet-meer-beschikbare rassen eventueel mag vervangen door iets anders…

Cherokee Trail of Tears (Droogboon)

Logo - International Year of Pulses 2016Phaseolus vulgaris 'Cherokee Trail of Tears'Ik hou van planten waar een verhaal aan vastzit…
En ik hou van groenten waar een verhaal aan vastzit, van voedsel, dat meer is dan maagvulling, maar waar geschiedenis aan verbonden is.

Volgens mij is dat iets wat we verloren hebben toen we ons voedsel steeds meer door anderen gingen laten verbouwen: het verloor zijn hart, zijn geschiedenis.
De glanzende zwarte zaden die vandaag het onderwerp van dit blogje zijn, zitten niet alleen boordevol voedingswaarde, maar ook nog eens tjokvol geschiedenis…

Cherokee Trail of Tears

Klik hier voor het verhaal van deze boon…

Het jaar van de Boon – #IYP2016

Logo - International Year of Pulses 2016Het was Kees de Boon die me er al bloggend op attent maakte, dat 2016 door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties is uitgeroepen tot het ‘Internationaal Jaar van de Peulvruchten‘ (International Year of Pulses).

En laat ik nu toevallig een hele grote boon hebben voor boontjes…
Het schijnt dat in mijn studentenjaren, wanneer ik in het weekend naar huis terugkeerde, mijn jongere zusjes mijn moeder zo nu en dan smeekten om ‘deze week eens niet aan ons Zus te vragen wat ze wil eten…’ Want die meisjes hadden er stilaan genoeg van om elk weekend opnieuw boontjes geserveerd te krijgen omdat hun grote zus dat nu toevallig zo verschrikkelijk lekker vond… eh, vindt.

In diezelfde studentenjaren leerde ik ook mijn eigen potje koken, en leerde ik als vegetariĆ«r eindelijk de eindeloze mogelijkheden van peulvruchten kennen. Het Internationaal Jaar van de peulvruchten heeft inderdaad niet die sperzieboontjes of peultjes of zelfs geen suikererwtjes als focus, maar bedoelt met ‘peulvruchten’ wel degelijk de zaden van de Leguminosae.
Die droogbonen, erwten, linzen, soja… hebben niet alleen een hoge voedingswaarde, maar doordat ze gedroogd bewaard worden zijn ze niet alleen heel lang houdbaar (hooguit moet je ze wat langer koken, maar met een degelijke drukpan is zelfs dat klusje snel geklaard), maar zijn ze ook erg economisch (je hoeft geen extra water te vervoeren, dat voeg je immers pas toe als je ze klaarmaakt…).
De website van het International Year of Pulses heeft dan ook niet voor niets als tagline ‘Nutrituous Seeds for a Sustainable Future’.
Ik ga daarom proberen om ook op mijn blogje af en toe wat aandacht te schenken aan dit International Year of Pulses, door regelmatig een bijzonder ras of soort van peulvruchten onder de aandacht te brengen.
Het eerste verhaal brengt me naar een hele zwarte bladzijde in de Amerikaanse geschiedenis…

(Come and see next Thursday!)

Zwartmoeskervel doorheen de geschiedenis

Vergeten groente? Vergeten groente!

Vorige week schreef ik al, dat je zwartmoeskervel terecht een vergeten groente kan noemen.
In de klassieke oudheid vinden we heel wat verwijzingen naar het gebruik van deze plant, zowel in de keuken als medicinaal.
En ook in de Middeleeuwen was zwartmoeskervel zeker geen onbekende.

Botanische prent van Zwartmoeskervel
English Botany, or Coloured Figures of British Plants, ed. 3, vol. 4: t. 631 (1865)
Maar tegenwoordig vind je geen zwartmoeskervel in de supermarkt, en ook in de meeste moestuinen is het een grote onbekende.
In Vlaanderen vind je het hier en daar in Velt-middens, dankzij ambassadeurs als Lieven David en Hugo D’hooghe.
De meeste recepten voor zwartmoeskervel vind je op Engelse websites, en die gaan er vrijwel stuk voor stuk vanuit dat je de zwartmoeskervel in de vrije natuur gaat oogsten. In Engeland zou je de plant in de kuststreken in het zuiden nog regelmatig kunnen tegenkomen. In BelgiĆ« is ze in het wild zo goed als onvindbaar, getuige dit kaartje van de ‘vindplaatsen’ in BelgiĆ« in de laatste drie jaar. In Nederland wordt de plant hier en daar aan de kust, en vooral op Texel aangetroffen, maar het is ook in Nederland een zeer zeldzame plant. Niet in het wild oogsten dus!
Het is weliswaar geen ‘echte’ inheemse plant, maar een zogenaamde archeofyt: een plant die zich voor 1492 en met behulp van de mens in onze contreien gevestigd heeft.

Zwartmoeskervel in de prehistorie

Oorspronkelijk is Zwartmoeskervel – zoals de meeste archeofyten – afkomstig uit Klein-AziĆ« en het gebied rond de Middellandse zee.
Op ‘Seedaholic.com’ wordt beweerd dat er aanwijzingen zijn dat de plant al werd verzameld in het neolithicum (vanaf 11.000 voor Christus), en dat ze al gekweekt werd in het ijzertijdperk.

De klassieke oudheid

In de vierde eeuw voor Christus was Zwartmoeskervel een erg populaire groente in het rijk van Alexander de Grote (daar komt dus de Engelse naam Alexanders vandaan!), en de Griekse botanist Theophrastus maakte in die periode melding van het gebruik van de plant. De stengels werden als groente bereid (zoals tegenwoordig bleekselder), en de zaden werden gebruikt als kruiderij.
Hoe het de Zwartmoeskervel daarna verging lees je hier…

Zwartmoeskervel in de keuken

De smaak van Zwartmoeskervel

Verwacht geen anijs-achtige kervelsmaak als je zwartmoeskervel op je bord krijgt. De smaak zweemt wat naar die van zevenblad en pastinaak, met misschien een vleugje selder. Andere mensen noemen de smaak weer een kruising tussen peterselie en engelwortel.
Zelf zou ik de smaak als ‘aards, grondig’ beschrijven. Het mist de frisheid van selder, en heeft daarentegen een licht-bittere toets. Maar je zal dus zelf moeten gaan uitproberen hoe deze groente jou bevalt.

Zwartmoeskervel
Zwartmoeskervel

Gebruik van Zwartmoeskervel

Je kan het blad van zwartmoeskervel gebruiken als toevoeging in allerhande soepen en stoofpotjes, maar eigenlijk is elk deel van de plant eetbaar. (Net als van die andere schermbloemige die ik hier op mijn blogje eens beschreef: de Roomse Kervel).
Zelf heb ik nog niets anders dan het blad gebruikt: Mijn planten hebben nog nooit gebloeid, dus geen bloeistengels of bloemen, en de wortel opgraven zou ik jammer vinden…
Meer over het culinaire gebruik… en een receptje!

Zwartmoeskervel – vers groen in winterse dagen

Zwartmoeskervel – een vergeten groente

Zwartmoeskervel - blad
Zwartmoeskervel – Smyrnium olusatrum

Eigenlijk hou ik niet van de benaming ‘vergeten groente’.
In de eerste plaats zijn vele ‘vergeten groenten’ echt zo vergeten niet. En andere ‘vergeten groenten’ zijn vaak niet vergeten, maar ‘nog maar net in Europa bekend geraakt‘.

Maar zwartmoeskervel… Tja, zwartmoeskervel mag je wat mij betreft wel degelijk een vergeten groente noemen…
Maar voor ik de zwartmoeskervelse geschiedenis induik (nee, niet vandaag, dat is voor volgende week!), eerst wat meer over de teelt van deze uiterst gemakkelijke groente.

Zwartmoeskervel in de tuin

Ik zag zwartmoeskervel voor het eerst in de tuin van Lieven David, ondertussen toch al wat jaren geleden. En Lieven zou Lieven niet zijn, als hij mij niet verschillende keren wat zaad van die plant zou hebben meegegeven.
Mijn ervaringen met zwartmoeskervel