Tag: rosa

In bloei op 2 juni

Hieracium aurantiacum - Oranje havikskruidMet een beetje vertraging:

  1. Achillea millefolium, duizendblad
  2. Anthemis tinctoria, gele kamille
  3. Alchemilla acutiloba, spitslobbige vrouwenmantel
  4. Alchemilla mollis, fraaie vrouwenmantel
  5. Alliaria petiolata, look-zonder-look
  6. Allium vineale, kraailook
  7. Aquilegia vulgaris, akelei
  8. Asperula taurina subsp. caucasica
  9. Atropa belladonna, wolfskers
  10. Lees verder “In bloei op 2 juni”

De geschiedenis van de boerentuin… (III) Kloosters en geurkruiden

Dit bericht is deel 3 van 5 in de reeks De geschiedenis van de boerentuin

Madonnalelie - Maciek Godlewski - Creative Commons License
Na de invloed van de Romeinen en de kloosters, zal ik het later deze week nog hebben over wat Karel de Grote betekent heeft voor de ontwikkeling van de cultuur van de boerentuinen in West-Europa. Dat stukje zal meteen de aanleiding zijn om uitgebreider in te gaan op de Middeleeuwse kruidentuin.
Maar de kloosters brachten ook een aantal sierplanten vanuit het zuiden naar de noordelijker delen van Europa.

Genezende sierplanten

De eerste sierplanten die werden aangeplant in kloostertuinen, waren de roos en de madonnalelie, en waren bedoeld om de altaren mee te versieren.

Het zijn beiden ook planten met een zeer sterke symboliek.

De Madonnalelie

In de taal van de bloemen staat de lelie niet alleen voor zuiverheid, maar tegelijk ook voor een trotse onaanraakbaarheid, ietwat star, en afwijzend ten opzichte van alle frivoliteit. De bloem werd toegepast in allerhande geneeskrachtige recepten. Brandwonden, jicht, vrouwenziekten, moeilijke geboortes, krampen, leveraandoeningen en allerhande pijntjes werden behandeld met leliewater en lelie-olie.

Rosa canina - HondsroosDe roos

Wat de roos betreft waren het aanvankelijk vooral de (inheemse) hondsroos РRosa canina Рen de Proven̤aalse roos РRosa centifolia Рdie je in de kloostertuinen terugvond.

De roos symboliseert bevalligheid, schoonheid en liefde, het vrouwelijke, en ze werd in de middeleeuwen niet alleen omwille van haar schoonheid, maar nog meer dan tegenwoordig om haar geur gewaardeerd. In ruim een derde van de kruidenrecepten uit de middeleeuwse kloosterapotheken werden rozenblaadjes of rozenwater verwerkt.

De oudste West-Europese aromatherapie

Geuren en geurtjes, welriekend of niet, speelden in de middeleeuwen trouwens een grotere rol dan tegenwoordig. Men beschouwde het als wetenschappelijk bewezen dat ziektes door slechte en vergiftigde lucht veroorzaakt werden. (Dat vinden we tegenwoordig nog terug in ‘Malaria’, mal-aria, dat letterlijk ‘slechte lucht’ betekent, en verwijst naar de geur (‘mooslucht’ in het dialect van mijn streek van herkomst) die hangt rond moerassen, plaatsen waar de Anopheles-mug die malaria overdraagt goed gedijt.)
Het was dan ook logisch dat men ging trachten om ziektes met aangename geuren te behandelen. Er was nog geen sprake van aromatherapie in de huidige zin van het woord, maar toch kunnen we dit als de west-Europese wortel van deze therapievorm beschouwen.

In de middeleeuwse klooster- en boerentuinen werden talrijke aromatische kruiden aangeplant. Die werden vaak als rookkruiden toegepast om te verbranden in ‘pesthuizen’, en later ook op straat in de stad in de hoop dat men hiermee het miasma, de verontreinigde pestlucht, kon verdrijven.

Na een korte inleiding in mijn volgend artikel over de Capitulare de Vilis van Karel de Grote, ga ik daarna wat meer in detail in op het assortiment aan (geur)kruiden in de middeleeuwse klooster- en boerentuinen.

De foto van de Madonnalelie is van Maciek Godlewski, en valt onder een Creative Commons License.