Tag: silybum

Eetbare distels – Kardoen

Cynara cardunculus - KardoenOp dagen dat ik zelf niet tot fotograferen kom – drukke weekends, en wanneer je ’s avonds na het werk ook het huis weer aan de kant hebt wordt het alweer donker – dan haal ik oude foto’s boven en zoek inspiratie voor onderwerpen in andere blogs.

Anton – die volgens mij minstens een paar distels in zijn planten top-vijf heeft staan – had het de voorbije dagen over een aantal distels die (in elk geval in het verleden) ook als voedsel werden gebruikt.
Hij laat de Mariadistel (Silybum marianum) zien, de moesdistel (Cirsium oleraceum), de artisjok (Cynara scolymus), en belooft ook nog foto’s van de kardoen (die zijn nog niet gepubliceerd op het ogenblik dat ik dit stukje schrijf, link volgt dus later).

Op dat gebruik als groente wil ik wat nader ingaan. Lees verder “Eetbare distels – Kardoen”

Mariadistel – gebruik

Dit bericht is deel 3 van 3 in de reeks Mariadistel

Mariadistel als groente

mariadistel1Vroeger was de Mariadistel behalve een geneeskruid ook een moesplant, een groente. Dat kunnen we ons nu nauwelijks voorstellen, een plant met zulke taaie, prikkende blaren, dat die nog gegeten werd ook… Toch heb ik al van mensen gehoord, dat ze met een schaar de stekels van de bladeren knippen en die dan eten…
In ‘Het grote boek van de vergeten groenten‘ blijkt trouwens dat vrijwel de gehele plant kan gegeten worden:
– De bladeren kunnen jong rauw in salades worden gegeten (dan dus wel met die stekels weggeknipt veronderstel ik!)
– Oudere bladeren worden gestoofd als spinazie of kardoen.
– De bloemknoppen worden geoogst zoals artisjokken, en de bloembodems worden dan gegeten, die zouden een honingachtige smaak hebben.
– Je kan de wortels oogsten op het ogenblik dat de planten in bloei komen, en die verwerken in stoofschotels. De smaak zou lijken op die van schorseneren
– En tenslotte kan uit de zaden een fijne olie worden geperst, of ze kunnen worden vermalen en het meel kan aan brooddeeg worden toegevoegd.

Tja, ik zou het jammer vinden om de wortels te gebruiken, omdat je dan niet kan genieten van de bloei van de plant, en ook geen zaden krijgt, en de zaden, die zaai ik liever uit (ik heb trouwens nog nooit zo’n grote hoeveelheden geoogst dat ik die in een gerecht zou kunnen toepassen.)… Maar misschien dat ik toch eens een paar bladeren met andere bladgroenten ga meestoven…

Medicinaal gebruik van Mariadistel

Het medicinale gebruik van Mariadistel is volgens mij beter bekend dan die als groente. Medicinaal zijn het dus vooral de zaden die gebruikt worden. De zaden bevatten als belangrijke inhoudstoffen Silymarine (een verzamelnaam voor een mengsel van flavanol-afgeleiden), flavonoïden, wat bitterstoffen, etherische olie en Vitamine E.
Het is vooral dit silymarine dat verantwoordelijk is voor de belangrijkste eigenschap van de Mariadistel, namelijk haar beschermende en herstellende werking op de lever.

Het kruid kan met succes worden ingezet bij leverschade door verschillende toxische stoffen zoals alcohol.
In België zijn op dit ogenblik twee geneesmiddelen geregistreerd als hepatoprotectief, namelijk Legalon en Legalon-sil. Het eerste bevat als werkzame stof het silymarine, het andere bevat enkel silibinine (een van de afzonderlijke stoffen uit het silymarine-mengsel), en beiden zijn vervaardigd uit de zaden van de Mariadistel. (Enkel op doktersvoorschrift verkrijgbaar.)

Vaak wordt gezegd dat silymarine zelfs levercirrhose – een als onomkeerbaar beschouwde aandoening – kan herstellen. Dit laatste is dubieus, wanneer echt sprake is van cirrhose is mariadistel wel in staat de levensduur te verlengen, maar een werkelijk verdwijnen van de cirrhose is niet waarschijnlijk. In de voorstadia (alcoholische leversteatose – leververvetting) is herstel wel mogelijk, mits gepaard met absolute alcoholstop.
Maar ook – en wellicht is dit het best bekend – bij vergiftiging door de groene knolamaniet (een paddestoel die wel eens met een champignon wordt verwisseld, maar die dodelijk giftig is) is Mariadistel werkzaam. Het silymarine of silibinine wordt in die gevallen intraveneus toegediend, en uit gevalsstudies lijkt aannemelijk dat patiënten die met deze stoffen behandeld worden een grotere overlevingskans hebben.

Het hoeft geen verwondering te wekken dat de medicijnen die ik hierboven noemde, ontwikkeld zijn in Duitsland (een land met toch nog steeds een stevige fytotherapeutische traditie), en dat het gebruik ervan in de VS (waar de medische autoriteiten – nog- terughoudender staan tov kruiden dan in Europa) door de FDA niet is toegestaan. Toch lijkt ook daar de situatie wat te veranderen, en loopt er nu ginds een meerjaren studie naar het effect van (oraal) legalon bij de behandeling van hepatitis.
En recent kwam er een verhaal in het nieuws, over een familie uit Santa Cruz, Californië, waarvan zes leden vergiftigd raakte door het eten van in het wild geplukte paddenstoelen. Voor het eerst hebben artsen toen de toestemming gekregen om – met hoge spoed – Legalon in te voeren vanuit Duitsland. Het hele verhaal, op zijn Amerikaans geschreven en te lezen als een thriller, vind je in de lokale krant.

De Mariadistel en haar naam…

Dit bericht is deel 2 van 3 in de reeks Mariadistel

In een mail wees iemand mij er op dat de mariadistel, zoals ik een paar dagen geleden al schreef, inderdaad een éénjarige plant is, maar dat ze zich ook kan gedragen als een tweejarige. Overschot van gelijk natuurlijk, net zoals met haar vermoeden dat – omdat mijn zaad zo laat ontkiemt is – de kans groot is dat ze deze zomer toch niet bloeit….
Mariadistel - Silybum marianum
De plant is dus geen echte tweejarige, geen plant die in haar eerste zomer enkel een wortelroset vormt, en intussen een flinke voedselvoorraad in haar wortel vastlegt, om dan na de winter met volle geweld omhoog te schieten… Nee, het is wat ik een pseudo-tweejarige zou noemen: een winterharde eenjarige, die als ze er niet in slaagt om haar taak te volbrengen (dwz voor zaad te zorgen) vóór de winter, gewoon in leven blijft, en na de winter bloemknoppen vormt. Vaak zal de plant tegen de winter al wel opgaande stengels aan het vormen zijn…

Toen ik voor het eerst op het internet actief met kruiden was, was ik heel verbaasd toen ik op een Engels forum de loftrompet hoorde steken over de ‘Milkthistle’… Even in verwarring gebracht dacht ik dat het ging om de ‘Melkdistel’ (Sonchus sp.), maar al snel realiseerde ik me dat je héél erg moet opletten met het letterlijk vertalen van plantennamen, zelfs als ze zo vanzelfsprekend lijken op onze eigen Nederlandse benaming… De Milkthistle heeft inderdaad niets met de melkdistel, maar alles met de mariadistel te maken. ‘Milk’ en ‘Maria’ worden steeds verklaard door te verwijzen naar de witte streepachtige vlekken op de plant, die volgends de legende zouden ontstaan zijn doordat de H. Maria moedermelk morste op de plant. En ook het ‘Marianum’ zou in die richting wijzen. Nu las ik zeer onlangs een artikel van iemand die dat in twijfel trok. Hij gaf aan dat in de meeste planten een verbuiging van ‘marianus’ niet wijst op ‘van maria’, maar ‘uit Maryland’, en dat het trouwens gek is te veronderstellen dat ‘van maria’ zou vervormd worden tot ‘marianum’ in plaats van het simpelweg bij ‘mariae’ te houden.
Ik waag het toch om het hiermee oneens te zijn… In de eerste plaats omdat de plant oorspronkelijk uit het middellandse zeegebied afkomstig is, en zeker geen Noord-Amerikaanse plant is, maar in de tweede plaats omdat er wel degelijk een Latijns adjectief ‘marianus’ bestaat, dat vertaald kan worden als ‘mariaal’, een adjectief dat je in elk geval in katholiek vlaanderen wel eens hoort gebruiken… ‘Mariale feesten’ bijvoorbeeld.
De genoemde auteur ging zelfs nog verder, door te opperen dat het verband tussen marianum en Maryland wel vergezocht was, maar dat marianum best een verbastering kon zijn verwijzend naar de Sierra Morena in Spanje. Hij werd prompt teruggefloten door een Spanjaard die die verklaring veel te vergezocht vond, niet in het laatst omdat ‘morena’ hier ‘moors, zwart’ betekent….

Laat ons het dus simpel houden… in elke (nu ja, bijna elke?) taal verwijst de naam van de plant naar een verband tussen de witte vlekken en de moedermelk van de heilige maagd….

Even kijken… Silybum… Dat is één van de vele ‘prikkende’ geslachten in de familie van de composieten (asteraceae), die we in het Nederlands gemakshalve allemaal ‘distel’ noemen. Al in de klassieke oudheid had Plinius het over een plant ‘Sillybus’, een distelachtige plant met eetbare scheuten. Of het toen ook al over de mariadistel ging, is niet helemaal duidelijk. Het Latijn van Plinius greep hier terug op het Griekse Sillybon, maar het is onbekend wat daarvan de wortel is…. Men houdt het er daarom maar op dat het teruggrijpt naar een op heden onbekend woord van Mediterrane oorsprong….

Mariadistel – Silybum marianum

Dit bericht is deel 1 van 3 in de reeks Mariadistel

Gisteren het ik een aantal van de mariadistels die her en der in mijn tuin te voorschijn komen, in potjes gezet – kwestie van enkele mensen blij te maken.

De Mariadistel is een éénjarige plant, die medicinaal erg waardevol is, maar waarvan de sierwaarde naar mijn smaak nog wat miskend is. Ik moet zeggen, ik heb zelf ook even moeten wennen… in eerste instantie kwamen die wit-en-groen gevlekte bladeren mij een beetje kunstmatig over, niet helemaal ‘passend’ in mijn wilde tuintje, maar ik ben intussen helemaal ‘om’.
Mariadistel - Silybum marianumMaar ook in een meer klassieke tuin verdient de mariadistel zeker een plekje, bijvoorbeeld achteraan in de border: een statige plant, tot anderhalve meter hoog, met stevig, leerachtig groenglanzend blad met een witte tekening.

Het is een éénjarige plant, die dus elk jaar opnieuw moet gezaaid worden. Je kan de zaden (die de grootte hebben van een tarwekorrel) verzamelen wanneer ze rijp zijn, of je kan de plant zichzelf laten uitzaaien. Doordat de zaden groot en dus vrij zwaar zijn, komen ze meestal niet ver van de moederplant terecht. Je moet dus niet, zoals bij sommige andere vrolijk zaaiende éénjarigen na een jaar in heel je border op zoek naar zaailingen. Ik ga er van uit, dat de natuur het best weet wanneer het ideale zaaitijdstip valt, en dat dus zaaien op het ogenblik dat de natuur dat ook doet zeker geen kwaad kan.

Op de medicinale waarde kom ik een volgende keer nog terug (ik wil immers graag een excuus om nog een fotootje van een mariadistel te laten zien), maar vandaag nog een puntje dat mij tot nu toe niet bekend was: Al surfend kwam ik op een site terecht waar de mariadistel als ‘noxious weed’ beschreven werd.
Het is natuurlijk niet ongewoon, dat een plant die terecht komt in een streek waar het van nature niet voorkomt, zich daar op een bepaald ogenblik invasief gaat gedragen, maar dat dit ook voor Mariadistel gold was mij volkomen onbekend. Hier en daar echter is het een vreselijk vervelend akkeronkruid, dat grote delen van de oogst verloren doet gaan.
In de discussie die zich ontspon op de betreffende site, gaf iemand op een bepaald ogenblik aan, dat in een streek in Pakistan van de tarweoogst 30-40 % verloren kan gaan door de groei van mariadistel, en bij voldoende vochtig weer zelfs tot 100%. (Wat dat laatste betreft: in mijn tuin is de mariadistel dit rijkelijk laat ontkiemd… meestal is dat in april, dit jaar zijn de zaailingen pas de voorbije week te voorschijn gekomen.)