Het eerste!

In het weekend heb ik bewust geen berichtjes gepost, maar in de loop van de week hoop ik weer minimaal drie stukjes te schrijven (maandag, woensdag en vrijdag is de planning… als ik op dinsdag en donderdag ook tijd vind is dat mooi meegenomen, maar ik wil niet de fout maken van vanaf het begin al te veel hooi op mijn vork te nemen.)

Vorige week vrijdag opende het eerste speenkruid-bloemetje in mijn tuin zich. Meer nog dan de obligate sneeuwklokjes en krokussen is dat plantje voor mij een echte lentebode, die ik met plezier een plekje (veel plekjes) gun in mijn tuin.
In boeken/nieuwsgroepen, op websites over tuinieren zie ik dit plantje regelmatig bestempelen als een onuitroeibaar onkruid, dat men eigenlijk niet in zijn tuin wil hebben, maar ik zou het niet willen missen. Het plantje verspreid zich inderdaad heel gemakkelijk, maar toch kan je het in mijn ogen nauwelijks als een woekeraar bestempelen: het verdringt geen andere planten van hun plek. Het toont weliswaar heel opvallend zijn aanwezigheid in de eerste maanden van het jaar, als de tuin nog kaal en weinig kleurrijk is, maar wanneer in mei de tuin explodeert in een orgie van bloemen en kleur, is het speenkruid alweer vrijwel volledig van het toneel verdwenen.

Volksnamen voor het speenkruid zijn: kleine gouwe, klierkruid, speendistel, vijgwortel, klein zwaluwkruid, klein celidonie, Bûtergieltsje (Fries), hemelbrood, katteklootjes, hoaneklootjes.

De wetenschappelijke naam is Ranunculus ficaria, was vroeger Ficaria verna.
‘Verna’ in de oude benaming verwijst naar de lente, het bloei-tijdstip van de plant. Ficaria, de oude geslachtsnaam, nu de soortnaam, betekent ‘van de vijgen, op vijgen gelijkend’ (wat verwijst naar de vorm van de wortelknolletjes), terwijl ‘Ranunculus’ kikkertje betekent, allicht omdat heel wat planten uit dit geslacht waterplanten, of minstens waterminnende planten zijn.
Ranunculus = kikkertje -> water(minnende) planten

In het Duits heet speenkruid ‘Feigwurz‘ of ‘Scharbockskraut‘. In ‘Feigwurz’ (en de Nederlandse volksnaam vijgwortel) herkennen we het ‘ficaria’ uit de wetenschappelijke naam, en in het duitse taalgebied wordt het kruid dan ook wel gebruikt in de behandeling van genitale wratten, die in het Duits ‘Feigwarzen’, vijgwratten, heetten. Dezelfde analogie zien we in het gebruik in ons taalgebied bij de behandeling van aambeien (‘het speen’), hoewel het woord ‘speen’ in speenkruid niet naar die aandoening verwijst, maar naar de vorm (‘speentjes’) van de wortelknolletjes.
‘Scharbockskraut’ kan worden vertaald als scheurbuikkruid. De blaadjes bevatten inderdaad erg veel vitamine C. Maar let op: zoals het loof van heel wat ranonkelachtigen kan ook dat van speenkruid giftig zijn, en je gebruikt het daarom bij voorkeur alleen voor het plantje in bloei is gekomen.

Ik vond nog ergens een vermelding van speenkruid als één van de 18 kruiden die staan afgebeeld op het Lam Gods van Van Eyck, maar ik vind voorlopig nergens een overzicht van dit rijtje kruiden… Iemand die hier meer informatie over heeft?

Tot kletsens…

Aanvulling achteraf: Lees zeker ook even de commentaar van RobvdH, die boeiende aanvullingen en correcties neerschreef…
En op 5 maart 2013 zette ik een aantal links met meer informatie over speenkruid bij elkaar…

Deze buttons respecteren je privacy (zie info):
sig

11 thoughts on “Het eerste!

  1. Anne,

    Het aantal soorten bloemen op het schilderij Het Lam Gods is zelfs 30. De namen ken ik helaas niet, ook al heb ik een paar jaar geleden het befaamde altaarstuk in Gent bewonderd. Misschien kom je wat te weten via deze link:
    http://www.hetvolk.be/Article/Detail.aspx?articleID=nbra21092002_003 (beschrijving van een dvd waarop het schilderij wordt getoond).

    De botanische naam van speenkruid is thans Ficara verna subsp. verna (Heukels 2005).

    Volgens Dodonaeus sloeg speen in speenkruid toch wel op aambeien (spenen), zie http://www.kuleuven-kortrijk.be/mirrors/bio/Cruydt-Boeck_scans/scans/high/00064.html (Cruydt-Boeck 1644, blz. 64, linkerkolom onderaan en verder).

    Hoaneklootjes of katteklootjes: omdat de wortelknolletjes wel iets weg hebben van de teelballetjes van een haan of kater.

    Nog andere namen voor speenkruid: boterbloem, kleine boterbloem, haagboterbloem, klein schelkruid, klein klierkruid, papeklootjes, vijgpuistkruid
    Frans: ficaire, petite chélidoine, petite éclaire, herbe aux hémorroides, herbe au flic, petit scrofulaire, pot au beurre, épinard des bûcherons, pissenlit rond, billonre
    Duits (ook nog): Schmergel, Gessel, Erdgerste
    Engels: figwort, pilewort, lesser celandine

    Speenkruid heeft behalve wortelknolletjes ook kleine broedknolletjes of okselknolletjes. Deze kunnen, wanneer ze zijn afgevallen, weer tot nieuwe zelfstandige plantjes uitgroeien. Deze broedknolletjes, die zo groot (of klein) zijn als tarwekorrels, hebben anleiding gegeven tot het volgende fabeltje: wanneer in een jaar veel van deze knolletjes gevormd worden, was men ervan overtuigd dat er een tarweregen had plaatsgevonden. Men sprak dan van hemelbrood (vandaar een van de volksnamen). Volgens de kronieken heeft zo’n tarweregen plaatsgevonden op 25 juni 1550 in Thüringen en op Paaszondag 1580 in Brandenburg. (H. Kleijn, Planten en hun naam, blz. 241)

  2. Ik vind het toch altijd lastig om kruiden uit de natuur te gebruiken. Zoals je zelf al zegt over scheurbuikkruid, als je dit te laat plukt kan het giftig zijn. Ik pak toch altijd voor de zekerheid kruiden van de tuinen of een drogist.

  3. Zelfde geldt voor mij. sommige kruiden zijn een risico om te plukken. Deze laat ik meestal achterwege. Ik heb gewoonweg niet genoeg kennis daarvoor omtrent het onderwerp (zou het wel willen leren).

  4. Ik sluit me erbij aan dat als je niet zo goed weet wat je doet, je niet zomaar wat moet gaan plukken.
    Het doet me trouwens denken aan Russische mensen. Die gaan ook gewoon de natuur in om paddestoelen te plukken en ze weten al generaties lang wat ze wel en niet kunnen eten.
    Ik durf dat echt niet te doen. Ook al gebruik ik een boekje, dan ben ik toch bang dat ik misschien de verkeerde pluk en alsnog vergiftigd raak!

    1. Speenkruid vind je vooral in loofbossen, waar de ondergrond inderdaad bij voorkeur wat vochtig is, maar het plantje is zeker niet exclusief in bronbossen te vinden.
      Wel is het zo dat je ze in bronbossen vaker aantreft dan in andere loofbossen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.