Tag: membrillo

Kweepeergelei

(Zie hier voor recepten)

Kweepeergelei

Ja, nog een keer kweeperen… Ruim een maand geleden had ik het er al een keer over. En intussen raken de kelderrekken stilaan voller. Na de bessenconfituur in het begin van de zomer, is het nu de beurt aan de kweepeergelei en de membrillo. Dat is ook weer zo’n Portugese specialiteit: kweepeerpuree die met suiker wordt ingekookt tot het een massa die zo stijf is dat je er blokjes van kan snijden. De bereiding dankt zijn stijfheid niet aan koken op hoog vuur waardoor het geleerpunt bereikt wordt, maar door de massa zo lang in te koken dat ze door het ‘gebrek aan vocht’ stijf wordt. Je kan bijna spreken van geconfijte kweepeerpuree. Het wordt in Spanje en Portugal geserveerd met sterk smakende kazen, zoals Manchego, maar het is ook heel erg lekker met een blauwe kaas zoals Roquefort of Stilton.
Op de foto zie je de potjes gelei die ik dit weekend kookte en die nu nog staan af te koelen… De dieprode kleur, die zo contrasteert met het heldergeel van de rijpe kweepeer, is op de foto nog wat oranje uitgevallen… Maar hij is inderdaad zo mooi helder doorschijnend als op de foto.
(Het ondoorzichtige potje bovenop is Membrillo van een weekje geleden.)
Kweepeergelei wordt door veel mensen als een echte delicatesse beschouwd. Het zou het favoriete broodbeleg van wijlen koning Boudewijn geweest zijn, maar hoeveel waarheidsgehalte die bewering heeft? Een uitspraak daarover laat ik liever aan royalty-watchers over.
De bereiding op zich is niet moeilijk, maar vraagt tijd, veel tijd. Gisterenmiddag heb ik een kilo of drie kweeperen gewassen, in stukken gesneden en van hun klokhuizen ontdaan. Die deed ik vervolgens in een grote pan met dikke bodem, en daar ging zoveel water bij dat ze ruim onder stonden. Aan de kook brengen, en dan gedurende een uur of twee heel zachtjes tot moes laten koken. (En dan merk je al dat langzaamaan het kookvocht wat rozig gaat kleuren.)
In de loop van het koken duw ik de stukjes kweepeer plat met een houten lepel. Op het eind van de kooktijd heeft de brei de consistentie van erg vloeibare appelmoes. Die doe je dan in een kaasdoek, en laat je – zonder uitknijpen! – gedurende een uur of twaalf uitdruppen.
Voor 1 liter vocht reken je 750-800g suiker. Het sap aan de kook brengen, suiker toevoegen en laten oplossen, opnieuw aan de kook brengen en dan op hoog vuur laten doorkoken tot het geleerpunt bereikt is. Dat controleer je door regelmatig een druppel op een koud schoteltje te laten vallen. Als je daar na een klein minuutje tegen duwt, en het oppervlak rimpelt, ben je zover… Maar dan kan, afhankelijk van de hoeveelheid gelei, wel anderhalf tot twee uur duren, en je blijft bij voorkeur continu roeren (opdat de warmte gelijkmatig verdeelt raakt in die grote massa stroperig vocht). Intussen zie je de gelei langzaamaan steeds donkerder rood kleuren. En zo staan hier dus weer 8 potjes af te koelen… Over enkele dagen nog wat membrillo koken, en dan is de voorraad weer ruim voldoende voor een jaar. De mispels moeten immers ook nog komen!!!
(Onlangs vertelde iemand me, dat zij haar kweepeergelei gewoon met geleersuiker maakt, heel kort koken dus, en dat zij hem dan kleurt met frambozensap. Dat is ook een mogelijkheid natuurlijk, maar ik hou op dit vlak meer van ‘the real stuff’…)

Verse kweeperen zijn bedekt met een laagje dons. In de 17de eeuw (aldus Monty Don in zijn boek over Tuinieren) zou men dat donzig laagje van de vruchten afgeschraapt hebben en het, vermengd met honing, als een haargroeimiddel hebben gebruikt. Het sap werd gebruikt als remedie bij oedemen en astma, en uitwendig bij oogontsteking en huidzweren. Zoals ik vorige keer vertelde, wordt de kweepeerpittengel nog altijd gebruikt bij de behandeling van huidirritaties.
Op de site van Plants for a Future vond ik, dat de gel die je bekomt door de pitten in water, niet in alcohol dus, te weken, ook wel inwendig gebruikt wordt omwille van de verzachtende en slijmvliesherstellende eigenschappen bij luchtwegaandoeningen bij kinderen… Maar ik denk dat je dan wel erg veel pitten nodig hebt!
Diezelfde site schrijft volgende eigenschappen aan de vrucht toe: samentrekkend, eetluststimulerend en spijsverteringondersteunend, vochtafdrijvend, hoestbevorderend en slijmvliesherstellend, verkoelend, stimulerend, tonisch en herstelbevorderend, en het ondersteunt het hart. Verder noemt men de kweepeer ‘antivineus’, waarmee bedoelt wordt dat de plant een rol kan spelen in de ondersteunende therapie van alcoholverslaving. Deze term ben ik overigens op andere plaatsen nog nauwelijks tegengekomen.
De onrijpe vrucht en haar sap is erg wrang en samentrekkend, en een siroop van dat onrijpe sap wordt dan ook gebruikt voor de behandeling van diarree. Het is niet alleen door de aanwezigheid van samentrekkende tannines, maar ook door het hoge pectine gehalte dat het fruit bij diarree effectief is. Anderzijds maakt dat pectine (een oplosbare vezel) dat ook bij obstipatie een bruine boterham met een dikke laag kweepeerjam geen slechte keuze is…

Smakelijk!