Papaver-bed

klaprozen. Foto: Auntie P. - Creative Commons LicenseBlank, scharlaken, woest en vredig
Franjig, strokig, effen, ledig,
Wapenig, vol walmen;
Staan zij naar de zomer luchtend,
in de windeloze uchtend,
Opgericht als palmen.

’t Rusteloze vliegendom
Gromt en glinstert al alom
En beweegt zich vinnig
Om het groene tonnetje
Met het straalswijs zonnetje
In elks midden innig.

Even buigen ze als de last
Van een stoere hommelgast
In hun weelde wentelt,
Maar zodra de grabbelpoot
Gaat, bevracht met bijenbrood,
Staan zij weer gekenteld.

Als een vlinder uit zijn pop
Botten zij uit lob na lob,
Tuimlend langs de stengels;
Waar de zwak-gehalsden tinklen,
Zilverharig en ontkrinklen,
Worden bolle bengels.

Blozend als een jongenswang,
Meisjesmond en rood als ’t bang
Ruisend karmozijne…
Op hun hoge stelen prat,
Met hun diep verscholen schat,
Lonken zij als wijnen.

En zij fonklen en zij tieren
In het hete middagvieren
van het licht getij;
Als de gonzers, neergezonken,
Hangen aan hen, zat en dronken,
In een dromerij.

Aan de witte, aan de roze,
Zwart-geharte, rode, boze,
Inkarnaat en glad;
Die maar pronken en maar krinken,
Die maar lonken, laten zinken
Bladervlag na blad….

Tonnetje naast bolle ton,
Spookt er in de late zon
Uit het ijle loof;
Steen-gelijk en opgestrekt,
Met het kroontje toegedekt,
Paars en bleek en doof.

Eer het schemert zijn zij allen,
Allen zijn zij uitgevallen,
Lijkt de grond beplast;
Maar een drom van nieuw geknopt’
Staat er naast elkaar gepropt,
Palmrecht… en toen was ‘t:

Of er daar toen schrijden kwam,
Tarquin de Superbe, stram,
Na het felle davren;
Purperzwaar, met peinzerstred,
Achterom het duistrend bed
Bloeiende papavren.

Jac. van Looy (1855 – 1930)

De foto is van Auntie P, en valt onder een Creative Commons Licentie.
Het gedicht van Jac. van Looy behoort tot het Publieke Domein.

Na mijn berichtje van afgelopen vrijdag (over o.a. auteursrecht) had ik nog meer dan voorheen dubbele gevoelens over de gedichten die ik op woensdag publiceer.
Ook voor gedichten geldt immers een auteursrecht, en ik vermeld weliswaar de auteur, maar dat neemt niet weg dat ik met het publiceren van min of meer recente gedichten eigenlijk ook de auteursrechten schendt.
Veel dichters vinden dat weliswaar niet zo’n groot probleem – zolang je geen volledige bundels overneemt – en zien het als een manier waarop potentiële lezers hun werk leren kennen, maar ikzelf zat er wat mee gewrongen: als je immers wenst dat je eigen rechten worden gerespecteerd, moet je die van anderen ook in acht nemen.

Vandaar dus mijn beslissing om voortaan enkel nog gedichten te gebruiken die behoren tot het publieke domein. Dat betekent concreet, dat het zal gaan om dichters die al langer dan 70 jaar overleden zijn.
Dat kost me wat meer moeite, vooral omdat ik toch wil trachten gedichten te vinden die ook nu nog kunnen aanspreken, maar dat is nu eenmaal de consequentie van principieel willen zijn…

Deze buttons respecteren je privacy (zie info):
sig

5 thoughts on “Papaver-bed

  1. De brave Jacobus mag dan al achtenzeventig jaar dood zijn, toch vind ik dit een verrukkelijk gedicht. Je zal maar zestig regels over papavers moeten schrijven en toch doet hij het op onnavolgbare wijze. Ga d’r maar aan staan!

  2. Om auteursrechten te kunnen claimen, moet je je werk eerst laten registreren, niet? Ik denk niet dat het gros van de foto’s, teksten, gedichten,… op het internet aan een registratie onderworpen werd.
    “Mag ik een foto van je gebruiken?” werd me wel al eens gevraagd. Tja, waarom niet? Mijn foto’s zijn niet geregistreerd en dus vrijelijk te kopiëren. Net als alle teksten op mijn blog. Het is leuk als mijn naam er onder geplaatst wordt, maar feitelijk kan ik er maar weinig tegen beginnen als dat niet het geval is.
    Anyway, dat is wat ik ervan begrepen heb. Edoch, correct me when I’m wrong.

  3. @Menck: Dat is dus inderdaad een hele grote misvatting. Heel veel mensen denken dat je iets speciaals moet doen om auteursrechten te kunnen laten gelden, maar dat is niet zo.
    Als jij vanavond tussen pot en pint een geniale inval op een bierviltje schrijft, dan rust daar auteursrecht op.
    Een erg toegankelijk artikel hierover vind je bij de jurofoon

    Veel mensen denken dat je pas het auteursrecht hebt wanneer je dat uitdrukkelijk vermeldt (‘het auteursrecht wordt uitdrukkelijk voorbehouden’). Dit is een misvatting: het auteursrecht op een werk ontstaat automatisch op het moment dat je het creëert. Je hoeft dus niets te doen om het auteursrecht te verkrijgen. Het copyright-teken © is dus niet nodig om het auteursrecht te verkrijgen, maar het teken kan wel handig zijn om te voorkomen dat anderen inbreuk maken op jouw auteursrecht. Het auteursrecht blijft gelden tot 70 jaar na de dood van de maker.

    Een uitgebreider overzicht geeft Smetty

    Het auteursrecht ontstaat automatisch door de creatie van een origineel werk. Er moeten geen administratieve formaliteiten uitgevoerd worden (in tegenstelling tot bijvoorbeeld een merk dat je eerst moet registreren).

    (Wat ik hierboven doe, is dus gebruik maken van het citaatrecht ;-)…)

  4. Bedankt voor de toelichting. En je hebt gelijk, vond ik al googlend:

    “Het auteursrecht ontstaat automatisch door de creatie zelf van een origineel werk. In tegenstelling tot de industriële rechten is het dus niet nodig administratieve formaliteiten te vervullen om auteursrecht te verkrijgen.”

    Wel wordt vermeld:

    “Niettemin is het nuttig om bewijsrechtelijke maatregelen te treffen, zoals een registratie of depot om te bewijzen dat het werk bestond op een bepaalde datum. De vervulling van die bewijsrechtelijke maatregelen garandeert niet dat het werk beschermd wordt door het auteursrecht. Zij laten enkel toe ten opzichte van derden (bijvoorbeeld inbreukmakers) en in voorkomend geval ten opzichte van de hoven en rechtbanken te bewijzen dat het werk bestond op een bepaalde datum.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.