Bitterzoete nachtschade (kenmerken)

Solanum dulcamara. Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé - Public domainBitterzoet is één van de vele tientallen vertegenwoordigers van de enorme familie van de Nachtschade-achtigen (Solanaceae).

Dat is een beruchte familie, want heel wat van haar vertegenwoordigers zijn giftig, minstens in een aantal van hun onderdelen. Toch vind je er ook heel wat belangrijke voedingsgewassen in terug, denk maar aan de aardappel, de tomaat, paprika’s en aubergines. Van een Provençaalse ratatouille zou niet veel meer overblijven zonder nachtschade-achtigen.

Hoewel het bloempje van het bitterzoet erg klein is, kan je er toch goed een aantal typische kenmerken van de nachtschade familie in herkennen. De vijf kroonblaadjes zijn tot één geheel vergroeid. Bij het bitterzoet en bijvoorbeeld bij aardappel en tomaat zijn dat stervormige kroontjes, terwijl ze bij wolfskers, bilzekruid en alruin meer klokvormig zijn, en je bij de doornappel en de bekende ‘engelentrompetten’ (Brugmansia) inderdaad trompetten vindt.
Die vergroeidbladige kroon hebben de nachtschade nog met andere families gemeen (de Campanulaceae, klokjes-familie bijvoorbeeld), maar echt typisch voor de nachtschade is de ‘meeldraadbuis’. De vijf meeldraden zijn inderdaad tot een buisje vergroeid, en in het midden daarvan steekt de stamper naar buiten. (Als je zo’n reusachtige engelentrompet op je terras hebt staan, ga het dan eens van dichtbij bekijken… maar ook bij aardappelen zijn de bloemen groot genoeg om het fenomeen zonder hulpmiddelen goed te kunnen zien.)

De nachtschade is een met geheimzinnigheid en magie omringde familie: een aantal van de belangrijkste toverplanten behoren er immers toe.
Over de wolfskers schreef ik al eerder, in de tijd dat ik voor mijn toenmalige ‘kruidenmand’ nog hele uitgebreide artikelen schreef. Intussen heb ik (met dank aan Yo voor de zaadjes) ook een paar doornappels. Het eerste ‘doornige appeltje’ is zich aan het vormen, dus daarover volgt later alvast nog een verhaal.
En dan zijn er nog het bilzekruid, de alruin… allemaal planten die in het verleden – en nu nog steeds – tot de verbeelding hebben gesproken…

(Dat klinkt alvast alsof ik met dit blogje nog even kan verdergaan… maar niet vandaag… ik ben meer dan doodop, dus ik hou het vandaag bij het stukje hierboven. Het medicinale gebruik van bitterzoet moet wachten tot volgende week…)

Series Navigation<< Bitterzoete folklore   |   
Deze buttons respecteren je privacy (zie info):
sig

4 thoughts on “Bitterzoete nachtschade (kenmerken)

  1. Wat ik mij al dikwijls afgevraagd heb: er moeten toch verschrikkelijk veel mensen gesneuveld, dan wel eens flink ziek geweest zijn vooraleer al die kennis via trial en error voldoende verzameld was. Want ooit moet er toch iemand als eerste al die paddestoelen / bessen / blaadjes geproefd hebben. En kijken naar de beestjes is geen avance, want die kunnen soms dingen verteren die bij ons danig op de maag liggen. En wie komt dan op het idee om een paddestoel die giftig gebleken is toch maar eens te gaan bakken en ‘m dan op te eten, om dan tot de slotsom te komen dat deze of gene soort rauw giftig is, maar gekookt wel eetbaar. Dapper hoor !

  2. Ja Bart, dat is precies wat ik me al heel lang afvraag. Zou het kunnen dat deze kennis al in prehistorische tijden is opgedaan door de toen levende jagers/verzamelaars, en dat dit al duizenden jaren van generatie op generatie wordt overgeleverd?

    Victor

  3. Ik zie dat ten dele zo:
    We zijn niet van de ene dag op de andere als Homo sapiens op de wereld gekomen, maar daar ging een hele evolutie aan vooraf. En allicht is er bij die verre voorouders een vorm van ‘instinctieve’ voorkeur/afkeur geweest voor bepaalde planten, net zoals je nu ook nog ziet dat dieren soms instinctief die planten gaan eten die goed voor hen zijn, helend zijn of tekorten aanvullen.
    Op een bepaald moment zal die ‘instinctieve’ overerving ook wel zijn aangevuld met ‘talige’ informatie, en langzaamaan zal het instinctieve weten wel deels zijn uitgedoofd.

    Allicht is men dan op een bepaald ogenblik ook wel gaan ‘uittesten’ of die overgeleverde kennis wel klopten.
    Hier en daar zal het bewijs er ook wel gekomen zijn door accidentele vergiftigingen.

    En op een bepaald ogenblik zal er ook wel een vorm van ‘proefondervindelijk uittesten’ ontstaan zijn: een piepklein stukje van een onbekende plant eten, en nauwkeurig observeren wat je gewaarwordt. Merk je niets, dan vervolgens een wat groter stukje…
    (zeker als de smaak goed is…)

    Wat mij ook puzzelt, is hoe men er op een bepaald ogenblik achter is gekomen dat bepaalde giften ‘stapelen’: bv die ene paddestoel, de naam ontsnapt me, waarvan je gerust een zekere hoeveelheid kan eten, zonder kwalijke gevolgen, maar waarvan het gif toch achterblijft, stapelt, en als je dan – bij een maaltijd maanden of jaren later – plots de grens overschrijdt pas negatieve gevolgen heeft. Hoe leg je dan in hemelsnaam de link tussen de paddestoelen die al regelmatig probleemloos werden gegeten, en net dat ene stukje dat nu te veel blijkt…

  4. Vooral onze geurzin is er naar verluidt op achteruitgegaan. Net als dieren konden we het gif vroeger ruiken.

    In ieder geval is het enige plantenaccident dat wij hier ooit hadden met kinderen er een met bitterzoet. Anton (toen twee jaar) at een/ een paar bessen van de plant die spontaan naast de zandbak was komen wonen. De hulp van het AZ van Jette en actieve kool werd ingeroepen. Probleem van de baan. Ik kreeg wel een strenge terechtwijzing van de verplegers van dienst en werd met mijn neus op de poster in de gang gedrukt: een hele trits giftige planten waarvan er nog veel in onze tuin stonden…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.