Tag: zomereik

Winterse silhouetten – de eik

Quercus robur, wintereik. Foto: 1967geezer - Creative Commons License
Eén van de charmes van de winter, is het feit dat de boomsilhouetten zo mooi afsteken tegen de (af en toe) helderblauwe lucht.
Hier in de Zuiderkempen is de zomereik een boom die je heel veel ziet. Vroeger werden akkers en velden vaak van elkaar gescheiden door ‘een eikenkant’, die behalve als perceelgrens ook als houtvoorraad (voor stookhout en ‘boerengeriefhout’) diende. Er wordt wel gezegd, dat een houtkant van honderd meter lengte voldoende was om een boerenwoning continu van brandhout te voorzien: elk jaar werd 10 meter gekapt, en na tien jaar was je dus aan het einde van de rij gekomen. Maar intussen was de eerste tien meter ook opnieuw kaprijp.

De zomereik (Quercus robur) is de meest voorkomende inheemse eik. De wintereik komt in onze streken weinig voor, ook al omdat die toch de voorkeur geeft aan een gemiddelde temperatuur die net een tikkeltje hoger is.
Maar toch even een trucje om de twee van elkaar te onderscheiden: De Zomereik heeft bladeren Zonder steeltje, en de bladeren van de Wintereik hebben Wel een steeltje.
Ja, en dat trucje kan je ook nu nog hier en daar toepassen, want al is het intussen begin december, toch hebben veel inheemse eiken nog flink wat, weliswaar bruin verdroogde, bladeren. Die eiken verliezen hun blad immers pas echt helemaal tegen het eind van de winter.

Een oude zomereik is het hele jaar door een imposante verschijning, maar eigenlijk vind ik de boom in zijn winterse naaktheid nog op zijn mooist. Zelfs een gehavend exemplaar zoals hierboven op de foto straalt kracht en schoonheid uit. De eik op de foto staat in het Windsor Great Park in Berkshire (een foto van 1967geezer, Creative Commons Licentie), maar gelijkaardige landschappen zie je hier en daar in Zuiderkempen gelukkig ook nog wel.
Op Muggenbeets blog vind je een leuke fotomontage van de duizendjarige eik in Lummen. In vogelvlucht niet ver hiervandaan, maar wel aan de andere (voor mij nog steeds ‘de goeie’) kant van de Limburgs-Antwerpse provinciegrens.
Ik vraag me af, hoe het silhouet zal zijn van de Quercus robur ‘fastigiata’ die de laatste jaren regelmatig als straatboom wordt aangeplant. Het is een cultivar die een smalle, opgaande groeiwijze heeft, en in tegenstelling tot de soort dus ook geschikt is om in straten te worden gepland. Er valt natuurlijk heel wat voor te zeggen, dat gekozen wordt voor (een cultivar van) een inheemse soort in plaats van voor een echte uitheemse boom, maar tegelijk vraag ik me toch af, of niet beter voor een inheemse soort zou worden gekozen die van nature een kleinere omvang houdt.

Helaas vallen er de laatste jaren toch regelmatig slachtoffers bij de eiken tussen de velden in de streek: Hier vlakbij in de buurt bewerkt een boer al jarenlang een akker, die door een prachtige rij eiken gescheiden was van het aangrenzende perceel. Een jaar of tien geleden kwam dat tweede perceel vrij, en werd meteen door de boer gekocht. Sindsdien stierven er jaarlijks telkens één of twee eiken… Of de reden een veel te dichtbij ploegen was, of dat de boom met een kettingzaag even geringd is, dat durf ik niet zeggen, maar ik ben er zo goed als zeker van, dat het niet zomaar toevallig gebeurde. Momenteel rest er nog één boom van de oude bomenrij.

Reizigers en Cosmopolieten IV: de Amerikaanse eik

Dit bericht is deel 4 van 6 in de reeks Reizigers en Cosmopolieten

Na de en het , twee wereldreizigers die vanuit Europa andere continenten veroverden, en het , dat vanuit Zuid-Afrika nu Europa koloniseert, wil ik het vandaag hebben over een reus die vanuit Noord-Amerika een deel van onze bossen wil overnemen.
Neen, ik heb het niet over de (die inderdaad qua invasiviteit voor weinig andere exoten moet onderdoen), maar de Amerikaanse eik, de Quercus rubra (lett. ‘rode eik’), wier guerillatechtnieken nog wel eens worden onderschat.

Lees verder “Reizigers en Cosmopolieten IV: de Amerikaanse eik”