Reizigers en Cosmopolieten IV: de Amerikaanse eik

Na de en het , twee wereldreizigers die vanuit Europa andere continenten veroverden, en het , dat vanuit Zuid-Afrika nu Europa koloniseert, wil ik het vandaag hebben over een reus die vanuit Noord-Amerika een deel van onze bossen wil overnemen.
Neen, ik heb het niet over de (die inderdaad qua invasiviteit voor weinig andere exoten moet onderdoen), maar de Amerikaanse eik, de Quercus rubra (lett. ‘rode eik’), wier guerillatechtnieken nog wel eens worden onderschat.

Vooral in de herfst is de Amerikaanse eik met zijn oranje-rood verkleurende bladeren een veel flamboyanter verschijning dan onze inheemse zomereik, wiens groen-gele winterkleed in vergelijking met dat van zijn verre neef maar saai oogt. Maar zelf vind ik dat de gedrongen en knoestige zomereik als boom een veel mooier en imposanter silhouet heeft dan de Amerikaanse eik. Door zijn snellere groei is ook het hout van deze eik minder duurzaam dan dat van de zomer- en wintereik. Bovendien worden de bomen beduidend minder oud: op de leeftijd van 200 jaar zijn ze echt al wel hoogbejaard, terwijl de inheemse eiken, wanneer ze ongemoeid worden gelaten, minimaal het dubbele van die leeftijd kunnen bereiken. (De vermeldingen van eiken van 1000 tot 2000 jaar die je soms vindt, gaan bij nader toezien vrijwel allemaal om eikenstobben, niet om solitaire bomen, om eiken dus, die op een bepaald ogenblik zijn omgehakt en vanuit hun stronk weer wortelopslag vormden.)

De Amerikaanse eik is vanaf de 19de Eeuw veel in onze streken aangeplant omdat hij op arme en zure gronden nog behoorlijk goed groeit, beter dan de inheemse eiken. De Duitse Wikipedia meldt ook dat de Amerikaanse eik – net zoals de Amerikaanse vogelkers – wel werd aangeplant in brandsingels van naaldbossen: door hun slecht verterend blad dat voor verzuring van de bodem zorgt ontstaat er verder weinig ondergroei waardoor de uitbreiding van een bosbrand wordt vertraagd.

Maar daarmee komen we ook meteen op één van de problemen die de Amerikaanse eik met zich meebrengt: niet alleen door dat verzurende, slecht verterende blad, maar ook door de dichte kruin laat de boom weinig ander begroeiing in zijn omgeving toe. Als je dan ook nog weet dat de eikels van deze soort veel gemakkelijker kiemen dan die van de inheemse neven, en dat de soort veel minder natuurlijke vijanden heeft, wordt duidelijk dat het steeds grotere overwicht van Amerikaanse eik in sommige bossen, vooral op zandgronden, de biodiversiteit stilaan gaat bedreigen.

Tenslotte is de leefgemeenschap op en rond een inheemse eik veel diverser dan die rond een Amerikaanse eik. Die soort komt hier immers nog maar een paar eeuwen voor, heeft geen lange gedeelde geschiedenis met andere levende organismen in onze streken, en er zijn minder schimmels, bacteriën, vlinders… die de Amerikaanse eik voor hun bestaan nodig hebben (een lichtpuntje hier: de wordt dan ook veel minder vaak op de Amerikaanse eik aangetroffen).. Bovendien speelt het feit dat de Amerikaanse eik een vrij gladde bast heeft, hier waarschijnlijk ook een rol. De gegroefde schors van een zomereik biedt veel meer steun en onderkomen voor insecten en dergelijke.

De Amerikaanse eik hoeft geen rechtstreekse bedreiging voor onze flora te vormen, en een te vuur en te zwaard willen uitbannen van alle exoten en neophyten gaat zeker te ver (de natuur is geen statisch gegeven, veranderingen zullen altijd optreden). Maar toch lijkt het zinvol om bijvoorbeeld in de Kempen het bestand enigszins onder controle te houden. Maar hiervoor is in de eerste plaats ook voorlichting nodig. Dat Amerikaanse vogelkers wordt gedecimeerd, daar kan vrijwel iedereen inkomen, maar dat grote bomen met prachtige herfstkleuren geringd worden, stuit vaak op onbegrip. En dat snap ik heel goed…

Daarom, heren en dames beleidsmakers en natuurbeschermers: Voorlichting graag! En dan niet enkel aan de incrowd die al lang weet waar het allemaal om draait, maar eerst en vooral aan het brede publiek, dan echt niet snapt waarom enerzijds gepleit wordt voor natuurbescherming, terwijl tegelijk ‘prachtige bomen’ gerooid worden.


Series Navigation<< Reizigers en Cosmopolieten III: Kweekgras   |   Reizigers en Cosmopolieten V: De Teunisbloem (a) >>
Deze buttons respecteren je privacy (zie info):
sig

One thought on “Reizigers en Cosmopolieten IV: de Amerikaanse eik

  1. Dat moet zeker een probleem zijn en dan denk ik gelijk aan de konijnen in australie.
    Maar ik denk wel dat de natuur er wel weer een oplossing voor vind.
    Net zoals bijvoorbeeld de sintjacobskruizekruid… Door iedereen wordt het in het landschap verspreid, terwijl het vroeger een zelfdzaam kruidje is. Je kan waarschuwen voor de negatieve gevolgen, en ze worden zelfs uitgbrand.. Maar ik heb foto’s van dit kruizekruid dat opgegeten wordt door de sintjacobs rubsen, die ze helemaal opvreten, voordat ze echt tot groei komen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.