Wilgen knotten


Eigenlijk had ik het hele karweitje willen uitstellen tot aan het eind van de winter, omdat ik geen zin had om de rest van de winter tegen die kaalgezaagde stammen aan te kijken. Maar wilgen knotten is uiteindelijk een werkje dat je de hele winter door kan doen, en over een paar maanden is er weer zoveel ander werk in de tuin, dat de wilgen er bij in zouden kunnen schieten.
En dus heb ik me niet zoals Bart laten verleiden door het excuus van het vriesweer, maar hebben zoonlief en ik snoeischaar en -zaag ter hand genomen.
Bart heeft natuurlijk gelijk dat je het ‘fijnere snoeiwerk’ bij vriesweer best even uitstelt. Tere planten als lavendel en roos lopen inderdaad het risico dat de snoeiwonden wat invriezen als je nu gaat kapper spelen. Maar het grove werk moet echt niet uitgesteld worden omwille van een paar graden vorst.

Wilgen knottenDe knotwilgen zijn deels ongeveer even oud als zoonlief die ze mee heeft helpen snoeien.
Toen we ons huis indertijd kochten, was de perceelgrens op die plaats zo vochtig, dat de beukenhaag die we daar plantten aan natte voeten is doodgegaan. Een winter later – zoonlief was een paar dagen oud – heeft manlief er dan maar wilgentwijgen in de grond gestoken. Maar plots stond er kraamvisite op de stoep, en dus werden de laatste paar twijgen in een bosje bij mekaar aan het einde van de rij ‘tijdelijk ingekuild’. En jawel, vervolgens kwam het er niet van om die twijgjes nog uit te planten, en nu staat er aan het einde van de wilgenrij een ‘knotwilgbosje’ met drie stammen bij elkaar.
(Later, toen de bodem droger werd, hebben we binnen de knotwilgenrij nog een meidoornhaag geplant, en een eikje dat op het ogenblik van de aankoop van het huis als een toevallige zaailing van hooguit een jaar op de rand van de weide stond, is intussen een aardig boompje geworden – Het is het boompje links op de eerste foto.)

Deze vakantie zijn de boompjes voor de tweede keer geknot. Manlief was er zeker van dat de dikste takken intussen het kaliber hadden waar een kettingzaag aan te pas moest komen, maar vrouw en kind hebben bewezen dat ze dat klusje ook met alleen maar ‘menselijke paardenkracht’ konden klaren. (Manlief voelde zich ellendig door een meer dan stevige verkoudheid, en was aan huis en houtkachel gekluisterd.)
Met z’n tweeën hebben we dus op drie middagen tijd zo’n vijftien wilgen geknot. En eerlijkheidshalve moet ik er aan toevoegen, dat de verdienste voor het feit dat de tweede helft van die klus veel sneller geklaard was, toch wel bij zoonlief ligt. Omdat ik de ‘grote ladder’ wilde gebruiken, en ik het niet vertrouwde dat hij op het wankele ‘kleine laddertje’ klom, sjouwde hij op een bepaald ogenblik de stelling (zie bovenste foto) naar buiten. Dat hadden we dus veel eerder moeten doen. Als je op zo’n stabiel platform – met ook nog eens een reling aan weerskanten – staat, werk je bijna dubbel zo snel als wanneer je je op een – zelfs stabiele – ladder in evenwicht moet houden.
(Het knotten was achteraf gezien trouwens niet eens het grootste werk – maar wel de verhuizing achteraf van al dat snoeihout naar het achterste deel van de tuin waar het op de takkenrillen terecht kwam. Die wandelingetjes op en neer zijn opgeteld toch ook wel enkele kilometertjes.)

Wilgen knottenAch, ik weet het. Helemaal volgens de regels der kunst is het snoeien wellicht niet altijd gebeurd, met die 11-jarige (‘ik ben al bijna 12!’) hulp bij de hand. De stompen die bleven zitten zijn best lang genoeg (ik zeg altijd: er moet op de zijkanten van de stomp voldoende plek zijn om minstens even dikke takken te laten groeien als je hebt afgezet), maar de zaagsnede is hier en daar wel een tikkeltje te vlak gebleven. (‘Zaag ook niet volledig horizontaal maar enigzins schuin zodat regenwater kan afvloeien.’) Maar oefening baart kunst, en in elk geval heeft zoonlief al begrepen dat hij eerst aan de ‘valzijde’ van een tak een zaagsnede moet maken, om te vermijden dat de schors afscheurt wanneer de tak omvalt. (Dat hij ‘vanonderen!’ moet roepen op het ogenblik dat hij merkt dat een tak gaat vallen, heb ik hem niet moeten vertellen, dat bleek hij hier of daar al te hebben opgepikt. En dat is immers stoer, dus dat wordt onthouden. Wellicht is het zelfs al bijzonder, dat hij de Vlaamse houtvestersterm, en niet het Engelse ‘Timber!’ gebruikt.)

Bart vond het te koud voor tuinwerk. En eerlijk is eerlijk: zaterdagvoormiddag was het ècht wel berekoud. OK, hooguit een graad of twee vorst, maar met een schrale oostenwind waardoor de gevoelstemperatuur een stuk lager lag. Zoonlief die het nooit koud heeft, vond zelfs dat hij koude oren kreeg, en dat hij iets ‘mutsachtigs’ nodig had. Bovenstaande foto’s tonen dan ook echt wel uitzonderlijke momenten ;-). Zelf had ik dunne zijden ‘onderhandschoentjes’ aan onder dikke wol-met-fleece handschoenen, maar zoonlief vond meer dan klassieke linnen-met-lederen werkhandschoenen volstaan. IJsbeer!

Nog meer wilgen knotten:

Deze buttons respecteren je privacy (zie info):
sig

13 thoughts on “Wilgen knotten

    1. Inderdaad, het waren heerlijke middagen… Middagen die je in een doosje wil doen en voor altijd bewaren.
      Over een maand is zoonlief 12, hij staat op de drempel van de puberteit… Hoelang gaat hij nog met zoveel intensiteit en plezier zijn ouwelui in de tuin willen helpen?

  1. Wat een prachtig verhaal ! In het 1e deel had je het over het evt. bevriezen van snoeiwonden bij o.a. Rozen. Er staat me bij dat daar 1 of ander “goedje” voor bestaat dat je er op kunt smeren om struik of boom te beschermen en de wond ook beter te laten herstellen. Hoe dat spul heet en wat de samenstelling er van is weet ik niet meer.

    Je schreef ook over het afvoeren van het snoeihout en daarover heb ik een vraag: jaren geleden heb ik ook eens een Wilgenstruik gesnoeid (dat was geen knotwilg maar hij groeide me te hard / snel). Ik had het snoeihout op tegels neergegooid zodat het dood kon gaan om het later te drogen. Dat was ook midden in de winter en maanden later dacht ik dat het hout wel dood was maar de “dooie” takken (die dus op tegels lagen en nergens de aarde raakten) begonnen zowaar spontaan uit te lopen en zelfs “luchtwortels” richting dichtsbijzijnde aarde te vormen. Dat bewijst wel hoe levenskrachtig Wilgen zijn, maar riep bij mij ook de vraag op “wanneer is iets dood” ? Hoe kan zoiets ? Gebeurt dat bij jullie ook ?

    1. Vroeger werd inderdaad aanbevolen om – vooral grotere – snoeiwonden in te strijken met een wondafdekmiddel. Dat was niet bestemd om de plant tegen vorst te beschermen, maar tegen infecties.
      Tegenwoordig wordt dat niet meer standaard aanbevolen – tenzij door de producenten – en soms zelfs eerder ontraden.
      Als je het al gebruikt, dan bij voorkeur enkel bij snoeiwonden met een doorsnede van minstens een tweetal centimeter, dus niet bij rozen en lavendel…

      Wilgen zijn inderdaad uiterst levenskrachtig…
      Het afgesnoeide kroonhout komt hier op een paar takkenrillen terecht, een afscheiding van dood hout dus… Het snoeihout komt dus terecht op een laag dode takken van het vorig seizoen, en niet al te rechtstreeks in contact met de bodem. Tot nu toe is het hier alvast niet voorgekomen dat het snoeihout terug uitliep. Maar mocht dat gebeuren, dan zou dat hier niet echt een probleem zijn.

      1. Dank voor je antwoorden, Annetanne, dat wondafdekmiddel alleen tegen infecties werkt wist ik niet. Evenmin wist ik wat takkenrillen waren en dat heb ik maar eens online opgezocht (ipv. er jou weer mee aan het hoofd te zeuren). Ik kwam er deze webpagina over tegen (Zie ook de foto onderaan pagina). Ik las daar dat het ook goed funtioneert als schuil- en nestelplek voor vogeltjes en zelfs kleine zoogdieren. Het maakt me haast nieuwsgierig naar een foto van jullie takkenril. Een beleefd verzoekje, geen bemoeizucht aangaande wat je met je blog wilt doen.

  2. Wat een leuke foto’s, krijg gewoon zin om mee te helpen.
    In ons eerste tuinjaar was het eerste echte tuinproject een enorme wilg die zo ontzettend groot en oud was en in de wind heel erg kraakte. Uit angst dat ie met storm om zou vallen hebben we ‘m toen zeer drastisch gesnoeid en van alle takken een takkenril gemaakt. Nu een mooi onderkomen voor kleine diertjes.
    Ben benieuwd naar je volgende berichtje. Mooie layout trouwens!

  3. Zo’n stelling, dat ziet er mij inderdaad een gerief uit! Zou ook handig zijn om m’n oude meidoornhaag te scheren, want daar moet ik telkens nogal diep ‘in gaan hangen’ (de haag is nogal breed), wat nogal pijnlijk kan zijn voor de benen 🙂
    Mijn zonen en dochter zijn nog niet aan het ‘echte werk’ in de tuin toe, maar het is inderdaad heel leuk om samen bezig te zijn in de tuin. Voorlopig is dieren verzorgen hun favoriete bezigheid, af en toe een kwartiertje meehelpen met maaisel afvoeren of snoeihout verslepen lukt ook wel.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.