Sint Maarten

Ritueel vuur. Foto: Engola. Creative Commons License

Stookt vier, maakt vier:
Sinte Maarten komt hier,
Sinte Maarten is zo koud.
Geeft hem ’n turfjen of een hout,
hij zou zich geren warmen
met zijn blote armen.

(Felix Timmermans in ‘Van nieuwjaar tot ouderjaarsavond’)

In mijn kindertijd, leefde in Lommel waar ik opgroeide, de traditie van Sint Maarten (Sinte Merte) nog sterk.
Je kon er elk jaar de klok op gelijk zetten: vanaf eind augustus werden vooral de jongens uit het hele dorp gegrepen door het Sinte-Mertevirus. In groep gingen ze brandhout verzamelen, snoeihout bedelen… (Tja, hout… ook afgedankte autobanden kregen in de loop der jaren steeds meer aantrekkingskracht!)
Op een braakliggend terrein in de buurt (in elke buurt was dat toen nog wel te vinden… ) werd dat hout opgestapeld tot een metershoge berg.

Op 11 november werden dan overal de ‘Sinte-Merte hopen’ in brand gestoken.
De kinderen gingen in groep, ook de vuren in de onmiddelijke omgeving bezoeken, en droegen vaak een lantaarn met zich mee, die in zijn oorspronkelijke vorm gemaakt was van een uitgeholde biet, maar steeds vaker werd vervangen door een kaars in een blik aan een touw.

Aangekomen bij een ‘vijandig’ vuur, was het vooral voor de meisjes oppassen geblazen. Het was immers de sport om elkaar (maar vooral: de meisjes waar men een oogje op had) te pakken te krijgen, tegen de grond te werken en het gezicht in te smeren met roet.
Nee, ‘erger’ dingen dan een zwart gezicht zijn me nooit ter ore gekomen, al weet ik niet of dat kwam doordat ik zelf in die jaren zo ‘jong en onschuldig’ was, of doordat er toch altijd wel een paar volwassenen rondom de vuren mee een oogje in het zeil hielden.

In de loop van de jaren gingen de volwassenen zich trouwens steeds meer met de organisatie van de vuren bezighouden, door bijvoorbeeld warme chocolademelk te maken en wafels te bakken en die bij de vuren uit te delen. Tegenwoordig worden er nog nauwelijks Sint Maartens vuren aangestoken, en mag het nog slechts op welomschreven locaties en mits toestemming van het stadsbestuur.
Tja, enerzijds natuurlijk heel begrijpelijk, anderzijds gaat daardoor alle charme en spontaneïteit van die vroegere vieringen verloren.

Hoewel ‘Sint’ Maarten een christelijk, katholiek feest lijkt, zouden al deze gebruiken hun wortels in de voorchristelijke periode hebben. Het is de eerste van de reeks winterfeesten. Het is niet vreemd dat net in die laatste, donkere maanden van het jaar de feesten elkaar zo snel opvolgen. Door de korte dagen, de naderende winter, was de werkdag kort en het werk op het veld nog slechts minimaal, en was er de tijd om te vieren. En bovendien was er de menselijke behoefte om precies in die koude, sombere tijd zelf de gelegenheid tot plezier-maken te creëren.

Bovendien werd vanaf half november een deel van het vee geslacht, en dat bracht dus een overschot aan vlees en gelegenheid tot ‘schransen’ met zich mee. Hiervan getuigen nog sommige oude zegswijzen, bijvoorbeeld uit de regio rond Venlo (NL Limburg): As de kinder Sintermertes Veugelke zinge, make de verkes eur testament (Als de kinderen een Sint-Maartens vogelke (een volksliedje zingen), dan schrijven varkens hun testament)

Het vuur dat ontstoken wordt vindt wellicht zijn oorsprong in een oud Germaans ritueel, waarbij een vuur ontstoken werd op de velden nadat de laatste oogst was binnengehaald, en waarmee vruchtbaarheid voor de velden werd afgesmeekt. Vervolgens werd het vuur in het dorp rondgedragen, wellicht aanvankelijk met fakkels, later in lampions gemaakt van uitgeholde bieten. Deze vlammentocht, in een periode dat de zon in kracht afnam, had als functie het kwade te verjagen en de zon te ondersteunen.

(Ik denk dat ik niet meer hoef te vertellen dat de eerste kolonisten in Amerika dit gebruik hebben meegenomen vanuit ‘de oude wereld’, en dat ze al snel pompoenen in plaats van bieten gingen gebruiken… en dat hun nakomelingen er in slaagden dit gebruik in de meest-gecommercialiseerde vorm weer naar Europa te exporteren.)

En als ik dan in deze periode overal de pompoenen in de tuin zie liggen, dan denk ik toch weer even vol heimwee aan die Sinte-Mertenfeesten van vroeger…

Nota: het bovenstaande is de meest courante verklaring van de oorsprong van het Sint-Maartensfeest. Het (een onderzoeksinstituut dat zich bezighoudt met de bestudering en documentatie van Nederlandse taal en cultuur) spreekt echter deze verklaring tegen, en zegt hierover het volgende:

Een originele verklaring voor het lopen met lichtjes op Sint-Maarten werd gegeven door de Duitse volkskundige Dietz-Rüdiger Moser. Hij staat op het standpunt dat de oorsprong van veel gebruiken ligt in de liturgie van de katholieke kerk. Gedurende het kerkelijk jaar werden telkens bepaalde teksten uit de bijbel (perikopen) gelezen, waarover vervolgens gepreekt werd. Vele eeuwen was dat op 11 november: ‘Niemand steekt een lamp aan en zet die in de kelder of onder de korenmaat, maar op de standaard, opdat wie binnentreden het licht zien’ (Lukas 11:33 e.v.). Deze tekst gaf volgens Moser een duidelijke aansporing om op deze dag met lichtjes rond te gaan. De mogelijkheid dat juist deze tekst gekozen werd, omdat het gebruik al eerder bestond, wijst hij nadrukkelijk af. Deze verklaring is niet onaannemelijk. Het gaat echter te ver te stellen, zoals Moser impliceert, dat de Sint-Maartensstoeten in wezen, en nog steeds, een soort religieuze optochten zijn.

Romantische ziel als ik ben, hou ik meer van de ‘Germaanse’ verklaring. Maar ik wilde jullie deze informatie toch niet onthouden… (en stiekem stel ik me bovendien de vraag: als de uitleg van Stichting Meertens klopt, dan is het toch wel vreemd dat in de Angelsaksische landen dat lopen met lampionnen op een ander moment, namelijk met Halloween (all hallow’s eve) plaatsvindt? Vanuit de ‘voorchristelijke’ verklaring lijkt het me logischer dat een dergelijke traditie niet overal op exact hetzelfde tijdstip plaatsvond?)

Foto: Olaf Engel. Creative Commons License

Deze buttons respecteren je privacy (zie info):
sig

2 thoughts on “Sint Maarten

  1. Hier hangen de bieten (met dank aan de lokale boer) nog her en der in de tuin, en ’s avonds worden ze regelmatig eens aangestoken. De kindjes griezelen er graag mee, voor ons geeft het een mooie sfeer, en is het leuk terug denken aan vroeger. Het gemeentebestuur organiseert hier jaarlijks nog de “sint-Maarten feesten”. Vuurwerk, een groot vuur op de markt, en de leden van de jeugdbewegingen houden een stoet met, jawel, bieten. En dan nog heel wat randanimatie.
    Maar het is zoals je aangeeft, de spontaniteit van vroeger is verdwenen. Het is allemaal duidelijk afgelijnd en in regeltjes gegoten. Helaas pindakaas of hoe zeggen ze dat 🙂

  2. Hier bij ons in Zuid-WestVlaanderen (regio Kortrijk) wordt St. Maarten niet gevierd! Vroeger of héél lang geleden misschien wel – ik zou het niet kunnen zeggen…
    Terwijl ik je artikel las moest ik denken aan mijn vader (86) en zijn uitspraken toen zijn huis nog vol was met ‘jong volk’ – we waren met vier.
    En soms lieten we wel eens hier of daar een licht branden waar het niet moest. Toen pleegde hij te zeggen:
    ‘Het is niet nodig dat al die lichten branden, het is nog geen 11 november!’
    Zou dat er iets mee te maken hebben?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.