De geschiedenis van de boerentuin… (I) De Romeinen

Tja, het blog-animo wil maar niet terugkomen… Ik heb nu echt helemaal niet meer het excuus dat ik nog zo verschrikkelijk in vakantiestemming ben. Druk, ja dat geldt nog steeds, maar dat geldt volgens mij tegenwoordig voor (bijna) iedereen.
Druk met andere dingen, ja, dat is misschien nog het eerlijkste… Ik ben weer intensiever aan het handwerken de laatste tijd (patchwork en quilten), en heb weer regelmatiger een boek ter hand genomen.

De laatste weken hebben ik wat gelezen in ‘Der Bauerngarten im Wandel der Zeiten’ van Dr. Eleonore Hohenberger. Ik kocht het boekje in het begin van de zomer, en het was de luttele vier Euro nog wat die ik ervoor betaalde echt wel waard.

De auteur beschrijft in een goeie 50 bladzijden hoe de boerentuinen zich in Europa ontwikkeld hebben doorheen de jaren heen.
In Midden- en West-Europa was er hooguit sprake van een beetje akkerbouw toen in China, India, het Midden-Oosten maar ook in Griekenland en Rome al sprake was van een duidelijke tuincultuur. In de eerste eeuw na Christus spotte de Romeinse schrijver Tacitus zelfs met de armzalige tuintjes van de Germanen en de Galliërs, waar behalve wat kool, rapen, wat schrale (wilde) peentjes en peulvruchten nauwelijks iets groeide. Inderdaad was er in de oorspronkelijke flora van onze contreien weinig te vinden dat als groente te telen viel, al voorzag de natuur het dieet wel rijkelijk van fruit: uit archeologische vondsten blijkt dat bessen van sleedoorn en meidoorn, inheemse vogelkers, wilde appels en peren, hazel- en beukenootjes in grote hoeveelheden verzameld werden. (Planten als veldsla werden pas vanaf de late middeleeuwen aan het dieet toegevoegd.)
Maar al gauw nadat de Romeinen onze streken hadden veroverd en ze her en der hun villa’s bouwden, legden ze er de eerste tuinen aan met zuiderse planten. Al gauw werd er tot in het zuiden van Zweden aan wijnbouw gedaan, waaruit je al kan afleiden dat er in die periode hier een warmer klimaat heerste dan nu.
Een aantal planten die we nu als inheems beschouwen, werden rondom het begin van onze tijdrekening door de Romeinen in onze streken ingevoerd, waaronder bijvoorbeeld verfplanten als de wede (Isatis tinctoria) en de wouw (Reseda luteola), maar ook groenten als tuinkers, looksoorten, rammenas… Plinius de oudere schreef over die knollen:

De rammenas verlangt een losse, vochtige bodem, heeft geen bemesting nodig en is met wat strooisel tevreden. In koudere klimaten gedijt de plant zo goed, dat ze in Germanië zo groot als een babyhoofdje worden.

Jawel hoor! blijkbaar maakte de Romeinen dus ook al gebruik van mulch!
Andere nieuwe groentensoorten die in onze contreien geïntroduceerd werden, waren selder, rapen en enkele koolsoorten.
Ik was heel verbaasd in het boekje te lezen dat ook amarant in die periode in onze streken werd ingevoerd. Tot nu toe dacht ik, dat amarant een van oorsprong Zuid-Amerikaans plantengeslacht was. Maar inderdaad, de ‘Amarant’ uit het Duitse boekje is Amaranthus lividus (syn. Amaranthus blitum), in het Nederlands kleine Majer, in het Duits ‘Gemüse-Amarant’, en die plant komt hier inderdaad al sinds de oudheid voor. Oorspronkelijk werd de plant als groente geteeld, maar is uit de tuinen ontsnapt en verwilderd.
Peulvruchten, waaronder linzen, tuinbonen en vooral erwten, werden al langer voor de Romeinse invallen gekweekt, en bleven belangrijk als bron van koolhydraten en in mindere mate van eiwitten (dat vooral uit vlees werd gehaald). Op de aardappel moest immers nog anderhalf millenium gewacht worden…
Kruiden als look, dille, koriander, bonenkruid en tijm kwamen als smaakverbeteraars de al lang bekende karwei vervoegen.

Ook heel wat fruitsoorten werden hier onder de Romeinse overheersing ingevoerd. In die periode waren al acht appelvariëteiten bekend, zeventien peren, drie soorten kweeën, enkele pruimen en verschillende soorten kersen, zowel rode, met een zacht schilletje, als witte, die door hun harder velletje beter tegen vervoer bestand waren, als bonte variëteiten.
Er is weinig bekend over de geneeskruiden die in die tijd in de tuinen werden aangeplant. We weten dat hondsdraf een bekend kruid was, dat gebruikt werd bij de behandeling van wonden, en ook het duizendblad werd toegepast omwille van zijn bloedstillende eigenschappen. Allicht was er nog heel wat kennis voorhanden over andere kruiden, maar op dit ogenblik weten we daar helaas weinig over.

Nadat de Romeinen verdreven waren, was er waarschijnlijk een verval in de tuinkultuur hier ten lande…
Pas vanaf ongeveer de vijfde eeuw van onze tijdrekening zien we een belangrijke nieuwe invloed opduiken…

Series Navigation   |   De geschiedenis van de boerentuin… (II) De Kloosters >>
Deze buttons respecteren je privacy (zie info):
sig

8 thoughts on “De geschiedenis van de boerentuin… (I) De Romeinen

  1. Hey Ann,
    In je boeiende post over boerentuinen viel mij dit op: “Ik ben weer intensiever aan het handwerken de laatste tijd (patchwork en quilten)”

    Daarom heel kort:
    Foto’s? Waar? Wanneer? 🙂

    Omdat we het zelf heel mooi vinden, maar wegens tijdgebrek er gewoon nog niet aan denken om zelf te starten hiermee 🙁

  2. Prachtige quilts, Ann! Ik heb het ooit eens geprobeerd maar kreeg de techniek niet onder de knie! Trouwens, moest ik weer aan handwerk of breien beginnen dan komt er van boeken lezen niks meer in huis…nu is het echt kwestie van prioriteiten 😉

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.