Klein kruiskruid

Senecio vulgaris - Klein kruiskruid

In sommige streken van Engeland wordt Klein kruiskruid geassociëerd met hekserij. Zo werd er in de streek rond Cambridge gezegd, dat een heks in de winter alleen kon sterven als het klein kruiskruid in bloei stond.
Welnu, dan zijn de heksen vrijwel geen moment meer zeker van hun leven: Net zoals het madeliefje en de paarse dovenetel is het klein kruiskruid een plantje dat je in zachte winters bijna voortdurend in bloei kan vinden (zie ook onderaan: de link naar het berichtje van Bart).

In dezelfde streek in Engeland zegt de folklore, dat waar een heks ergens langs de weg geplast had, er kruiskruid bloeit. Trouwens, een plantje kruiskruid dat op een dak groeide, dat moest wel een zeker teken zijn dat daar een heks geland of opgestegen was.

Het is niet helemaal duidelijk waar de Nederlandse geslachtsnaam ‘kruiskruid’ vandaag komt. Er wordt gezegd dat het een verbastering is van het Duitse ‘Greiskraut’ (dat ook in het Duits wel eens tot Kreuzkraut wordt vervormd), en daarin is dan een duidelijke link te zien met de Wetenschappelijke benaming ‘Senecio’. ‘Senex’ betekent immers bejaarde, grijsaard, en dat zou dan weer wijzen op het feit dat deze bloempjes snel uitgebloeid en ‘grijs’ zijn. Ze vormen immers vruchtpluis, zoals wel meer bloemen uit de familie van de composieten (Asteraceae), bijvoorbeeld de paardenbloem.

Ook in ons taalgebied zijn trouwens heel wat volksnamen rechtstreeks afgeleid van ‘Senecio’, zo heet het Seneçon in de streek rond Brussel, en noemde men het rond Heusden (Belg. Limburg) ook wel Simsam, en op de grens Oost-Vlaanderen/Antwerpen sprak men van Sinksom.
En dan wordt het duidelijk, dat ook ‘Sinksejoen’, ‘sinksenbloem’ en ‘sinksenkruid’ uit Zeeland/Zeeuws-Vlaanderen allicht niks met Pinksteren (‘Sinksen’ in heel wat Vlaamse en sommige Zuid-Nederlandse dialecten) te maken heeft, maar dat het ook weer vervormingen zijn van dat ‘Senecio’.
Ook ‘Heksenjuin’ (Schouwen-Duiveland) zit weer in dezelfde richting.

‘Knopperd’ in Drenthe verwijst allicht naar de vorm van de bloemen, die weinig meer dan knopjes zijn.

Maar er is één volksnaam, waar ik niks bij kan bedenken. Of beter gezegd, waar ik heel veel bij kan bedenken, maar niet de verklaring weet: Enkele bronnen vermelden voor de regio Utrecht namen als ‘Girtje Poep’, ‘Geertje Poep’ voor dit bloempje… Wie heeft er enig idee waar dat vandaan zou kunnen komen?

Bezemkruiskruid is een ander familielid van het Klein kruiskruid dat ik een paar maanden geleden beschreef.

Ook in de Eigenwijze tuin van Bart groeit en bloeit Klein kruiskruid, en hij gaat wat nader in op de verspreiding van de plant.

Deze buttons respecteren je privacy (zie info):
sig

3 reacties op “Klein kruiskruid

  1. De namen Girtje Poep en Geertje Poep komen volgens PLAND (Meertens Instituut) alleen in Reusel (Noord-Brabant) voor. Zie voor de verspreidingskaart en andere volksnamen (zeer vele) voor Senecio vulgaris:
    http://www.meertens.knaw.nl/pland/woordenboekartikel.php?term=Kruiskruid .

    Girtje en Geertje zullen denk ik samenhangen met Geertruida. Girtje is een voornaam die vaker in Brabant (en Vlaanderen) voorkomt. Met het tweede deel van de naam zit ’t denkelijk als volgt. E. Paque schrijft (in: De Vlaamsche volksnamen der Planten, 1896 – geciteerd in Onze volkstaal voor kruiden en artsenijen door L. Vandenbussche, 1978 tweede uitgave): “de bloeiende plant gelijkt niet slecht op een pop”. Dus Girtje Poep = Girtje Pop. Maar wat betekent pop in dit verband? Gelijkend op de pop van een rups (bloeiwijze) of een pop waarmee je speelt (dat laatste zie ik niet zo gauw)? In West-Vlaanderen zijn namen bekend als Poepstaal, Propstaal; staal is in deze namen een verbastering van stengel: Poppestengel, Proppestengel.

    Vervolgens is het mij niet duidelijk om welke plant het nu gaat. In Vandenbussche worden de namen Popstaal en Propstaal vermeld onder de (verouderde) naam Senecio vulgaris major oftewel groot kruiskruid, waarbij als alternatieven worden gegeven: Senecio jacobaea, Senecio aquaticus en Senecio erraticus. Senecio jacobaea is thans: Jacobaea vulgaris = Jakobskruiskruid.
    Senecio aquaticus is thans: Jacobaea aquatica = Waterkruiskruid. Senecio erraticus is een oudere naam van een variëteit van wat thans wordt genoemd: Jacobaea aquatica var. erratica. Girtje Poep heeft naar het zich laat aanzien dus hoogstwaarschijnlijk betrekking op Jacobskruiskruid.
    Het klein kruiskruid (Senecio vulgaris; bij Vandenbussche Senecio vulgaris minor) is de plant die met grijskruid, kruiskruid, kruiswortel e.d. wordt aangeduid.

    Het verwarrende is dat in het hieronder geciteerde gedichtje Girtje Poep wordt geassocieerd met klein kruiskruid en kleverig kruiskruid (Senecio viscosus). Het poeperige zou blijkens dit gedichtje verband kunnen houden met de viezige indruk die de plant volgens de dichter maakt.

    Anderzijds is er een Vlaamse naam schijtkruid voor klein kruiskruid, en dat staat weer dichtbij Girtje Poep (vgl. http://www.agris.be/organism/nl/o59.asp).
    Maar ook andere planten zijn uitgekreten voor schijtkruid, o.a. kaal knopkruid. Op een forum vond ik het volgende, dat betrekking heeft op kaal knopkruid (weliswaar een lang citaat, maar lezenswaard): “In verschillende Nederlandstalige flora’s werd de naam “mobilisatiekruid” niet aangetroffen. Ook Van Dale en het “Woordenboek der Nederlandsche Taal” kennen het woord niet.
    De suggestie dat met “mobilisatiekruid” “Kaal Knopkruid” (Galinsoga parviflora) bedoeld wordt, zou wel terecht kunnen zijn.
    In het “Woordenboek van de Vlaamse Dialecten. Algemene Woordenschat. Aflevering 3: Flora” (uitgegeven in 2002 door de Drukkerij G. Michiels, Tongeren) komt voor het “Kaal Knopkruid” de term “mobilisatiekruid” ook niet voor, maar er zijn toch enkele dialectnamen voor die plantesoort die aan oorlogssituaties doen denken.
    “Kaal Knopkruid” wordt in Vlaanderen soms “Frans kruid” genoemd, omdat het destijds met Napoleon meegekomen zou zijn met zijn veldtochten in Europa. In het Duits heet de plant trouwens “Kleinblütiges Franzosenkraut”. In Engeland heeft de plant ook een “soldateske” naam: “Gallant Soldier” (Krijgshaftige Soldaat?).
    Volgens weer anderen zou de plant vanuit Duitsland vooral Vlaanderen bereikt hebben, want in Wallonië is de plant zeldzaam. Vandaar de Vlaamse dialectnamen “Duits kruid”, “Duits vuil”, “Duits wied”, Duitse stront”, “Hitlerkruid”.
    Nog andere Vlaamse dialectnamen voor deze plant: “Amerikaans kruid”, “Armemensenonkruid”, “Gauwgroot”, “Helmenbruis”, “Herelkruid”, “Hoerekruid”, “Knopjeskruid”, “Miljoenenkruid”, “Papenvuil”, “Roetkruid”, “Schijtkruid”, “Schoenmakerkruid”, “Soldatenkruid”, “Springkruid”, “Vierlindekruid”, “Vogeltjeskruid”, “Witte rotse”, “Zomerwied”, “Boertjes”, “Hemdeknopjes”, “Ruttelaars”, “Soldaatjes”.
    “Kaal knopkruid” is oorspronkelijk afkomstig uit Westelijk Zuid-Amerika en men vindt de plant vooral in Peru. Ze is waarschijnlijk in het begin van de negentiende eeuw ontsnapt uit de plantentuin van Berlijn en is van daaruit over heel Duitsland verspreid geraakt. Er wordt gedacht dat de plant eventueel in Nederland is terechtgekomen met pootaardappels. De plant gedijt namelijk heel goed op aardappelvelden.
    Volgens andere bronnen zou de plant zich ook over heel Europa verspreid hebben vanuit Parijs en Madrid.
    Samenvattend kunnen we zeggen dat “Kaal Knopkruid” geleidelijk aan heel Europa ingenomen heeft, hetgeen ietwat lijkt op een leger dat een land inneemt nadat een mobilisatie plaatsgehad heeft.”

    Wil je het precies weten, dan is denk ik de snelste weg: proberen in contact te komen met Wim van Gompel. Hij is de auteur van het Reusels woordenboek en heeft ook andere bijdragen geschreven voor de Heemkunde Werkgroep Reusel, o.a. Plant en mens in Reusel; een overzicht (Bijdragen tot de kennis van het Reusels Heem, deel 3), zie:
    http://www.heemkundereusel.com/uitgebrachtepublicaties.htm
    website begin: http://www.heemkundereusel.com/, daar is ook een e-mailadres

    Een gedichtje op kruiskruid (Een Brabantse blomme), aangeduid met de Reuselse naam
    (gevonden op http://www.cubra.nl/corswanenbergbloemen/girtjepoep.htm):

    Girtje poep

    Och wè’n speul, ik ben nie veul,
    ik hiet mar ‘Girtje poep’.
    In ied’re geul bij’t geteul,
    ik groei bij ieders stoep.

    Umdè’k mar vies en smerrig ben,
    stoffig graow ok op m’n blad,
    zal ik ‘Girtje poep’ wèl zen,
    alt verlangend nor ’n bad.

  2. ik heb het gelezen! Leuk om dat allemaal te weten!

Reageren niet meer mogelijk