Speenkruid

Speenkruid - Ficaria verna subsp. verna
Vorig jaar rond deze tijd schreef ik ook al een stukje over dit leuke voorjaarsbloeiertje. Ik kan er ook niet aan doen… hoewel de natuur zo langzaamaan ontwaakt, kan je het aantal bloeiende planten toch nog steeds op een paar handen tellen, en ben je opgetogen over elk bloempje meer.

Dit jaar ontdekte ik het eerste gele sterretje achteraan in de tuin, in het bos. Ik was al dagenlang de plek speenkruid onder de beuken vlakbij het huis aan het naspeuren, maar kan daar tot nu toe zelfs nog geen knopje ontdekken. Maar in het bos, bijna op de hoogste (en droogste) plek van de tuin, zag ik plots een sterretje op de grond schitteren. (Dat was een week geleden. Het voorbije weekend was dat ene bloempje uitgebloeid en was er nog nergens een tweede te bekennen. Geduld dus…)

Speenkruid was ook voor de dichter Wordsworth één van zijn favoriete bloemen, waaraan hij zelfs drie gedichten opdroeg, waaronder het volgende:

The Small Celandine (1804, 1807)
THERE is a Flower, the lesser Celandine,
That shrinks, like many more, from cold and rain;
And, the first moment that the sun may shine,
Bright as the sun himself, ‘tis out again!

When hailstones have been falling, swarm on swarm,
Or blasts the green field and the trees distrest,
Oft have I seen it muffled up from harm,
In close self-shelter, like a Thing at rest.

But lately, one rough day, this Flower I passed
And recognised it, though an altered form,
Now standing forth an offering to the blast,
And buffeted at will by rain and storm.

I stopped, and said with inly-muttered voice,
“It doth not love the shower, nor seek the cold:
This neither is its courage nor its choice,
But its necessity in being old.

“The sunshine may not cheer it, nor the dew;
It cannot help itself in its decay;
Stiff in its members, withered, changed of hue.”
And, in my spleen, I smiled that it was grey.

To be a Prodigal’s Favourite–then, worse truth,
A Miser’s Pensioner–behold our lot!
O Man, that from thy fair and shining youth
Age might but take the things Youth needed not!

Gedenksteen voor Wordsworth in de kerk van GrasmereOp de gedenksteen voor Wordsworth in St. Oswaldschurch in Grasmere werden de favoriete bloemen van de dichter afgebeeld: het sneeuwklokje, de narcis (‘I wandered lonely as a cloud’), het viooltje en het speenkruid. Helaas was de beeldhouwer die de opdracht kreeg geen plantenkenner, en in plaats van het speenkruid (lesser celandine) beeldde hij de stinkende gouwe (greater celandine) er op af.
(Edit op 21/02/08:  Vandaag kreeg ik  van de maker van de foto, Trey, de toestemming om de foto ook in dit artikel te gebruiken.

Intussen heb ik in mijn foto-flora ook de pagina toegevoegd van de Ranonkelfamilie, waartoe ook het speenkruid behoort. Het is allicht niet vreemd, dat ook de dotterbloem en de boterbloemen tot die familie behoren. Maar sinds de laatste wijzigingen van de plantenklassificatie behoren ook de geslachten Helleborus (nieskruid) en Aquilegia (Akelei) tot die familie, en dat vind ik toch even wennen.

Deze buttons respecteren je privacy (zie info):
sig

14 thoughts on “Speenkruid

  1. De bedoeling was inderdaad op de gedenksteen speenkruid af te beelden, want dat was een van de bloemen waarvan Wordsworth hield. “In January 1851 the young Pre-Raphaelite sculptor Thomas Woolner (1825-92) was commissioned for the medallion portrait and commemorative tablet for St Oswald’s Church. . . . The memorial, erected in August 1851, is a white memorial tablet in the shape of a squat, stylized obelisk, with the poet’s profile in relief on the base section, against a panel of grey marble. . . . ‘in two narrow squares on each side of the head are introduced the daffodil, the celandine, the snowdrop and violet'”. Op internet zijn slechts twee afbeeldingen van de gedenksteen te vinden (naar eentje verwijs je), maar voor mij is de afbeelding onduidelijk: ik kan niet precies onderscheiden welke planten zijn gebeeldhouwd.
    Ook in het Nederlands is er op het speenkruid gedicht, bijvoorbeeld deze (door Frans Hoppenbrouwers)
    (zie http://www.cubra.nl/poezie/franshoppenbrouwers/wildeplanten/wideplanten01.htm):

    LXXVII Ranunculus ficaria
    17 maart; Speenkruid

    Dit malse kruid, dit sieraad, ongekroond,
    begroet ik steeds met half geloken ogen
    en ieder jaar tot in mijn ziel bewogen,
    word ik, verguld tot in het hart, beloond.

    Dit kruid gedijt aan boorden van rivieren
    die ’s winters zwellend uit hun bedding treden,
    met vette klei het groene land bekleden,
    dat keel geeft aan de stem der populieren.

    Dit boterkruid dat in het eerste licht
    zich stil ontvouwt om zijn gewaad te tonen,
    dit zonnegeel, dat als een ijlbericht

    de wandelaar wil groeten en belonen,
    opdat hij, sterk op tederheid gericht,
    het winterbed weer hoopvol op zal schonen.

  2. @ Dini: van wie is die vertaling?

    @ Bart: Dankjewel… Intussen bloeit er geen enkel bloemetje meer. Maar dat zal in het weekend wel veranderen vermoed ik.

    @ Rob: De andere foto is inderdaad iets scherper, maar daarvoor moest je heel ver naar beneden scrollen, daarom heb ik naar deze versie verwezen. Volgens mij heb je linksboven de ‘daffodil’, rechtsboven de stinkende gouwe, Linksonder het (maarts) viooltje en rechts het sneeuwklokje.

    De andere foto waar Rob op doelde vind je op deze pagina over het dorpje Grasmere

  3. Knap dat je dit kunt zien op de foto die je bijvoegt. Het sneeuwklokje herken ik, de andere slechts een beetje (het meest nog de narcis, links boven) en dan vooral omdat het bekend is om welke planten het zou moeten gaan en op welke plek ik moet kijken. Een vergroting van dit gedeelte van de gedenksteen zou meer duidelijkheid verschaffen.
    Uitvoeriger zoeken (niet via Google afbeeldingen) leverde me onderstaande twee foto’s op, waarop een en ander beter is te zien (de foto’s kunnen vergroot worden):
    1) http://www.artandarchitecture.org.uk/images/conway/0c8f562c.html (hele gedenkteken)
    2) http://www.artandarchitecture.org.uk/images/conway/77a86c67.html (detail van het hoofd van W. en de bloemen ter weerszijde)
    Rechtsboven is de stinkende gouwe, te herkennen aan de vier kroonblaadjes. Het blad is echter niet karakteristiek voor Chelidonium majus. Het volwassen blad van stinkende gouwe heeft bijna altijd twee duidelijk te onderscheiden (vaak vrij grote) lobben aan de onderzijde van de bladstengel. Dit zie je zelden goed op tekeningen en ook bijna nooit op foto’s. Het plaatje in de Heukels geeft enigszins een indruk, hoewel niet exact. Een benadering van de werkelijkheid is te zien op de bladfoto van Chelidonium majus onder deze link: http://botany.cz/cs/chelidonium-majus/.
    Citaat uit een boekje van Jaap Huibers, “Migraine”: “Als we haar bladeren goed bezien, zullen we ontdekken, dat er een zekere verwantschap bestaat met de agrimonie. Ook bij de stinkende gouwe zien we het verschijnsel van kleine blaadjes tussen de grote bladeren [dit heet: afgebroken geveerd]. Het grote verschil met de agrimonie is echter, dat in het geval van de chelidonium, de kleine, tussenstaande bladeren niet meer op zichzelf staan, maar verbonden zijn met de grote bladeren. Hierbij wil ik nog aantekenen, dat die kleine bladeren, die verbonden zijn met de stengel van het grote blad, in richting anders geaard zijn dan de grote bladeren. De kleine, tussenliggende bladeren staan als het ware achterwaarts gericht.” Huibers gaat verder nog uitvoerig in op de afleiding en betekenis van chelidoon, volgens hem hier niet zwaluw betekenend maar holte onder in de hoef van het paard (naar de gevorkte staart van een zwaluw), wat inderdaad een van de betekenissen van het Griekse woord chelidoon kan zijn (naast de hoofdbetekenis zwaluw). Maar het gaat wellicht te ver hier verder erover uit te weiden.

  4. @ Muggenbeet: Ik laat die ‘speentjes’ gewoon ter plekke liggen, uit nieuwsgierigheid eigenlijk waar ze door beestjes allerhande naartoe worden gesleept. Daardoor breiden de plekken speenkruid hier zich slechts langzaam uit.
    Maar ik snap inderdaad ook nog steeds niets, waarom je op tuinfora of nieuwsgroepen af en toe wel eens de vraag krijgt hoe je dit ‘onkruid’ kan uitroeien.
    Immers: het bloemeke bloeit en geeft kleur als er eigenlijk nog heel weinig bloeit, en als de rest van de tuin kleur begint te krijgen, is er zelfs van het blad van het speenkruid al vrijwel niks meer terug te vinden. Half mei is alles bovengronds vergaan, behalve – inderdaad – de okselknolletjes…

    @ Rob: dank je wel… en inderdaad: de stinkende gouwe is voor een andere keer. (‘k Heb nog een paar leuke foto’s achter de hand waarmee het in één oogopslag duidelijk is dat die plant tot de papaverfamilie behoort….)

  5. @ Cheyenne: ik hou er inderdaad niet van mezelf te herhalen ;-).
    In het stukje van vorig jaar, waar ik in het begin van bovenstaand stukje naar verwees, schreef ik wat meer over de herkomst van de naam:

    Dezelfde analogie zien we in het gebruik in ons taalgebied bij de behandeling van aambeien (’het speen’), hoewel het woord ’speen’ in speenkruid niet naar die aandoening verwijst, maar naar de vorm (’speentjes’) van de wortelknolletjes.

    Als je op zoek bent naar artikelen met naamsverklaringen, dan zal je vooral in de categorie Etymologie moeten zoeken.

  6. Pingback: Zonne-bloemen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.