Mierenplanten

speenkruid - Ranunculus ficaria (Foto: AnneTanne - Creative Commons License)Prachtig toch, hoe de natuur in mekaar zit!
De manier bijvoorbeeld, waarop de planten hun zaden verspreiden: Het heeft me altijd geboeit geboeid (met dank aan Bart voor de oplettendheid!) welke trucjes daarvoor zoal worden toegepast. En één van die trucjes heet met een heel duur woord myrmecochorie. Dat woord is bedacht door de Zweedse bioloog Rutger Sernander, en is samengesteld uit de Griekse woorden myrmex (mier) en chorein (gaan, trekken). Mijnheer Sernander toonde aan dat heel wat planten gebruik maken van de tomeloze werk- en verzamelwoede van mieren om hun zaden op een ander plekje te krijgen.
Volgens een Engels artikel over de zaadverspreiding door mieren, zouden er duizenden plantensoorten bestaan die voor hun verspreiding geheel of gedeeltelijk afhankelijk zijn van mieren. En in elk geval zijn er in België« en Nederland alvast een heleboel van die planten. Men schat zelfs dat zo’n 200 soorten uit onze inheemse flora, dat is zo’n 15%, voor hun verspreiding minstens ten dele op mieren beroep doen.

Een paar voorbeelden:

  • Sneeuwklokje
  • Witte dovenetel
  • Maarts viooltje
  • Korenbloem
  • Speenkruid
  • Bernagie
  • Klimopereprijs
  • Gewone veldbies
  • Hondsdraf

Mutualisme – Wederzijds voordeel

Deze vorm van zaadverspreiding zou nooit hebben kunnen evolueren, als het niet in het voordeel van allebei de partners zou zijn.

Voordelen voor de plant

Eén voordeel ligt alvast voor de hand: verspreiding van het zaad over een groter gebied. Zaden die anders op een paar centimeter van de moederplant zouden blijven liggen, kunnen door mieren over een afstand van meerdere meters worden getransporteerd.

De zaden worden meegesleept tot in het mierennest, en daar bevinden ze zich vaak in een ideaal milieu om te ontkiemen: door de activiteiten van de mieren is de bodem er veel luchtiger van structuur, en bovendien is er een wat verhoogde concentratie aan voedingsstoffen.

En tenslotte vormen de mieren een betrouwbare bodyguard tegen de aanvallen van sommige kevers en rupsen.

Zaden van Afzelia africana met mierenbroodje (Foto: Jeffdelonge - GNU Free Documentation License)Voordelen voor de mier

Het garen dat de mier bij deze samenwerking weet te spinnen, ligt voor de hand: voedsel!

Als je zaden die door mieren verspreid worden van dichtbij bekijkt, zie je daar vaak een andersgekleurd stukje aan zitten. Dat is het mierenbroodje of elaiosoom, een klein aanhangseltje van het zaad, propvol met vooral oliën en vetten, maar daarnaast ook suikers, eiwitten, vitamines.
De zaden, die soms veel groter zijn dan de mieren zelf, worden naar het nest gesleept waar het mierenbroodje dan tot voedsel dient voor de larven.

Kenmerken van de planten

Planten die voor hun verspreiding afhankelijk zijn van mieren, zijn vaak planten die erg vroeg bloeien, en waarvan het zaad rijp is in mei-juni. Vreemd is dat niet, want dat is net de periode dat de mieren het meest actief zijn.

Bij verschillende plantensoorten zal, nadat de bloem is uitgebloeid, de bloeistengel nog langer uitgroeien en naar de grond toebuigen. Dit zien we bijvoorbeeld heel duidelijk bij het sneeuwklokje. De zaden komen hierdoor dicht bij elkaar op de grond terecht. Mieren die zo’n mooi voedselvoorraadje voor hun neus krijgen, blijken dit aan hun nestgenoten door te geven, want in no time is een hele transportcolonne gevormd.
Bij andere soorten, zoals de dovenetel, blijft de stengel rechtop, maar de zaden zijn wel altijd heel gemakkelijk bereikbaard.
Tenslotte zijn er een paar plantensoorten (zoals viooltjes) die hun zaden met kracht wegslingeren.

Mieren hebben een voorkeur voor wat drogere plekken, en het is dan ook niet gek dat planten met mierenbroodjes, of die voor hun verspreiding grotendeels afhankelijk zijn van mieren, zelden te vinden zijn in moerassige vegetaties, slikken en schorren. Planten uit muurvegetaties, droge duinen, bossen en bermen daarentegen vindt je wel vaker in deze groep terug.

In 22% van de in onze streken voorkomende plantenfamilies zijn soorten terug te vinden met mierenbroodjes. En alleen daaruit al blijkt, dat mieren heel wat meer zijn dan vervelende stoorzenders bij een zomerse picknick.

De foto met de zaden (van Afzelia africana) is gemaakt door Jeffdelonge en valt onder de GNU Free Documentation License
En neen, het speenkruid bloeit nog niet in mijn tuin, de foto bovenaan dateert van vorig jaar.

Deze buttons respecteren je privacy (zie info):
sig

8 reacties op “Mierenplanten

  1. Dank je wel voor dit uitgebreid verhaal (ondanks de dt-fout helemaal in het begin, hihi). Ik had al van het mierenbroodje gehoord, maar interessant om het eens grondig uitgelegd te krijgen.

  2. Zo heeft heeft elk diertje groot en klein zijn goede eigenschappen. Mooi geschreven.

  3. Mijn dag kan niet meer stuk – ik heb weer iets bijgeleerd! 🙂

  4. Ai, oei… dt-fout intussen gecorrigeerd. Shame on me!
    Dank je wel alledrie.

  5. beste Anne,
    leerzaam artikel, het heeft mij veel geholpen bij het schrijven van een hoofdstuk over bloemplanten in gemengde iepenbossen. Dit zijn opvallend veel planten met zaden met mierenbroodjes.
    Het boek gaat over iepen en biodiversiteit, verwachte uitgave december 2008 bij KNNV uitgeverij,
    Leo

  6. Leuk om te horen…
    En dat boek, dat ga ik in de gaten houden, niet in het minst omdat ik in een dorp woon dat ‘Olmen’ heet… weliswaar niet omdat er veel olmen/iepen groeien, maar dit maakt wel dat het een boom is die mij boeit.

Reageren niet meer mogelijk