Wat een Blaaskop!

Toen ik gisteren probeerde een paar leuke foto’s te maken van de koevinkjes die in grote getale in onze tuin rondvliegen, merkte ik plots een vliegje op dat er op z’n minst ‘bijzonder’ uitzag.

Roestbruine Kromlijf | Sicus ferrugineus
Roestbruine Kromlijf | Sicus ferrugineus

Het beestje had de korte antennes die duidelijk maakten dat het een vlieg was, maar toch zou ik het beestje in de gauwte misschien eerder als een wespje hebben aanzien.
Omdat de ogen van het beestje behoorlijk ver uit elkaar stonden, ging ik eens snuisteren tussen foto’s van blaaskopvliegen, en jawel hoor… Bingo!

De Roestbruine Kromlijf (Sicus ferrugineus) lijkt verdacht veel op het vliegje in onze vlinderborder.

Hoewel… roestbruine? Om heel eerlijk te zijn zou dit beestje ook de Mystieke Kromlijf (Siccus fusenensis) kunnen zijn – die twee verschillen slechts op één enkel zeer onopvallend kenmerk – maar mijn stelregel is altijd: als van twee verschillende (maar sterk gelijkende) soorten er één erg algemeen, en één uiterst zeldzaam is, dan is de kans dat die zeldzame mijn tuin als zijn tuin heeft uitgekozen wel uiterst minimaal.
De kenners van waarnemingen.nl hebben me intussen bevestigd dat het hier inderdaad vrijwel zeker de Roestbruine is. De enige waarneming in Nederland (in 1900), en de twee waarnemingen in Duitsland die van de Mystieke bekend zijn, vonden plaats in uitgestrekte heidegebieden met veen in de buurt. En dat is nu echt een biotoop dat je niet in onze tuin kan vinden!

Blaaskopvliegen

Conops sp.
Conops sp.
Dat ik bij het zien van dat toen nog onbekend vliegje moest denken aan blaaskopvliegen, dank ik aan een andere blaaskopvlieg, die ik jaren geleden in Herberg ’t Zandblauwtje aan de toog zag hangen, en waarvan ik pas onlangs de naam leerde.
Ook deze vlieg is ook weer zo’n vlieg die er op het eerste zicht niet erg vliegerig uitziet. Ze behoort in elk geval tot het geslacht Conops, en als ik me voor verdere determinatie beperkt tot de in ons land algemene soorten, dan is het waarschijnlijk de Zwartgele Blaaskop (Conops flavipes).

En daarmee is meteen al duidelijk dat die blaaskoppen een heel divers groepje vliegen zijn…
Een aantal zijn door hun kleurenpatroon behoorlijk wespachtig van uiterlijk, zoals de Zwartegele hiernaast, maar andere zijn eerder zwart of roodbruin. Ook hun afmetingen kunnen erg verschillen. Er zijn soorten van maar een drietal millimeters lang, maar andere halen twee centimeter. (De Roodbruine Kromlijf haalt ongeveer een centimeter, de Zwartgele Blaaskop is een beetje groter.)
Maar over het algemeen zijn het eerder slanke vliegen met een in verhouding brede kop. Een kenmerk waaraan je met quasi zekerheid een Blaaskop van een andere vliegensoort kan onderscheiden, is de afstand tussen de ogen. Waar de ogen van veel vliegen mekaar bijna raken, is de afstand tussen de ogen bij de blaaskopvliegen altijd minstens de breedte van een oog. (En het zijn precies die slanke gestalte en die ver uit elkaar staande ogen, die maken dat ze er zo on-vliegachtig uitzien.)

Parasitoïden

Alle blaaskopvliegen zijn parasitoïden. Dat betekent dat ze op een gastheer parasiteren, maar in tegenstelling tot een gewone parasiet die gastheer ook doden.
Die gastheren zijn meestal bijen, hommels en wespen. Maar van heel veel blaaskopvliegen is nog niet met zekerheid bekend welke gastheer ze precies gebruiken.
Het is zelfs nog niet met zekerheid bekend, hoe de eitjes van de vliegen eigenlijk in de gastheer terechtkomen.
De blaaskopvliegen botsen in de vlucht tegen de gastheren aan, en zetten daarbij eitjes af. Eén verklaring is, dat de eitjes kleverig zijn, en aan de buitenkant van de gastheer blijven kleven, waarbij de larven na uitkomen zich een weg banen tussen de tergiet- of sternietplaten door (zie op pagina 4 van deze tekst over hommels van Albert de Wilde). Maar een in de literatuur vaker genoemde verklaring is, dat het blaaskopwijfje met haar ‘klampje’ (een klein orgaantje aan de onderzijde van het achterlijf, dat met een blikopener vergeleken wordt) in de vlucht de achterlijfsegmenten van de gastheer uit elkaar drukt, en vrijwel gelijktijdig de eitjes afzet. De besmette gastheer zal de besmetting niet overleven, maar omdat de zieke dieren zich verstoppen, weet men weinig over de precieze soortrelaties tussen blaaskoppen en hun gastheren.
(Overigens, voor wie het zou interesseren: Het minieme verschil tussen de Roestbruine en de Mystieke Kromlijf dat ik eerder noemde, zit hem in de vorm van het dat klampje…)

Op natuurbericht.nl is een leuke beschrijving (met video) te vinden van een waarneming van een door Slanke Blaaskopvliegen (Conops scutellatus) belaagd nest van de Duitse Wesp (Vespula germanica).

Deze buttons respecteren je privacy (zie info):
sig

Eén reactie op “Wat een Blaaskop!

  1. Leuke foto’s, leuke uitleg, weer wat bijgeleerd.
    Fruitberg recently posted…LysimachiaMy Profile

Reageren niet meer mogelijk