Reizigers en Cosmopolieten II: Bezemkruiskruid

Senecio inaequidens | Bezemkruiskruid - Narrow leaved Ragwort
Senecio inaequidens | Bezemkruiskruid – Narrow leaved Ragwort

Toen ik een paar weken geleden door mijn tuin liep, zoekend naar wat er half oktober nog bloeit, vond ik op ‘het veld’ (een nog grotendeels braakligend perceel van zo’n 3500 m²) een geelbloeiende composiet die ik de laatste jaren steeds vaker meen te zien, maar die ik echt niet bij naam kende. Dus even een mentale aantekening gemaakt om die plant toch eens te gaan uitsleutelen, met daarbij het vermoeden dat het om een adventiefplant ging, een plant dus die vanuit het (verre?) buitenland hier is gearriveerd, wellicht met trein- of scheepsladingen meegekomen. Ik vroeg me dat af, omdat ik die plant voor het eerst opmerkte langs de snelweg waarlangs ik dagelijks naar mijn werk rijdt (en waar ik de bloemen elk najaar in grotere getale zag bloeien).

Intussen ben ik dus gewapend met mijn flora naar buiten gelopen, en ben even op de koude grond gaan zitten om op het gemak één en ander op te zoeken.
En het beestje, sorry, het plantje heeft nu dus een naam: Senecio inaequidens.
Overigens… mijn (oude) flora van Heimans, Heinsius en Thysse had voor de plant nog geen Nederlandse naam, maar de nieuwste uitgave van de flora van Heukels wel. Want inderdaad, het bezemkruiskruid komt echt nog niet zo lang in onze streken voor.
In een Duitse blog, ‘Mehrzweckbeutel’, schreef Richard Gleim over dit plantje:

Wanderer in den Welten ohne Füße noch Beine zu haben, ohne Flügel und ohne Herz und zentrales Nervensystem. Ein Wanderer, der nur existieren kann, wenn er fest verwurzelt in der Erde sein Leben gestaltet, ernährt von Luft, Wasser, Sonne und löslichen Mineralien. Es handelt sich um eine Pflanze, eine Pflanze, der unsere Eltern in ihrer Jugend kaum begegnet sein dürften, denn es gab sie schlichtweg nicht, nicht hier in unseren Breiten.

(Zwervend over de wereld zonder voeten of benen te bezitten, zonder vleugels of hart of centraal zenuwstelsel. Een zwerver, die slechts kan blijven bestaan, wanneer hij, vast geworteld in de aarde, zijn leven gestalte geeft, gevoed door lucht, water, zon en oplosbare mineralen. Het gaat om een plant… een plant, die onze ouders in hun jeugd nauwelijks tegenkwamen, want ze kwam simpelweg niet voor, hier op onze breedtegraad.) (mijn vertaling)

Bezemkruiskruid is oorspronkelijk afkomstig uit Zuid-Afrika, en komt daar van nature voor op steenachtige hellingen. Het plantje lijkt in twee etappes, waarschijnlijk met woltransporten, in Europa te zijn geïntroduceerd. Begin vorig eeuw kwam het in Zuid-Europa terecht, en heeft het zich van daaruit langzaamaan in noordelijke richting verspreid. Maar waarschijnlijk is het vervolgens in de zeventiger jaren van de vorige Eeuw ook via België in Europa ‘binnengedrongen’. ‘Heimans, Heinsius en Thysse’ schrijft in 1983 nog dat de soort vooral voorkomt in België en het zuiden van Nederland, maar intussen is de plant ook overal in Nederland algemeen. Op dit ogenblik wordt het Bezemkruiskruid beschouwd als één van de meest invasieve neofieten (planten die na de Middeleeuwen bij ons in het wild zijn verschenen), en in Duitsland, Zwitserland en Frankrijk ziet men de soort als een bedreiging voor de inheemse flora.

Bezemkruiskruid valt op door zijn bloeitijd: het bloeit overvloedig vanaf het einde van de zomer tot in de late herfst, wanneer er in het wild nog weinig andere bloemen bloeien. De reden daarvoor is natuurlijk, dat het afkomstig is uit het zuidelijk halfrond. Overigens lijkt het hier jaar na jaar vroeger in bloei te komen, en is het best mogelijk dat het op termijn niet meer zo opvallend laat bloeit.
Het plantje is van nature toegerust om met weinig vocht toe te komen – kijk maar naar de smalle, bijna naaldvormige blaadjes – en komt in steden dan ook op de meest onherbergzame plaatsen voor. Richard Gleim schrijft dat hij het in Düsseldorf aantrof op één van de drukste verkeersknooppunten van de stad, op kiezelvlaktes, in barsten in het asfalt, in dakgoten en op andere plaatsen waar van ‘aarde’ nauwelijks sprake is. Eén constante is wel waar te nemen: het bezemkruiskruid houdt het meest van plekjes in de volle zon…

Behalve het feit dat de plant zo verbluffend snel oprukt, is het ook een voor mens en dier giftige plant (zoals wel de meeste kruiskruidsoorten in meer of mindere mate). Dat hoeft niet altijd een probleem te zijn, wanneer zo’n plant natuurlijke vijanden heeft, maar dat geldt niet voor het Bezemkruiskruid. Konijntjes knabbelen er wel even aan, maar vinden het duidelijk niet smakelijk genoeg als dagelijkse kost, de meeste slakken laten de plant links liggen, en tegen de meeste schimmelziekten blijkt het plantje ook bestand. (Nu ja, er zijn ook inheemse planten waartegen geen kruid gewassen lijkt… of is het iemand al gelukt om zevenblad uit zijn tuin te krijgen, eens het zich daar gevestigd heeft 😉 ?)

Conclusie? When you can’t beat it, join it… Als we het dan toch met het bezemkruiskruid moeten leren leven, laat ons er dan van genieten… In een seizoen dat de natuur steeds kleurlozer wordt, zorgt het bezemkruiskruid voor het noodzakelijke beetje kleur!

Series Navigation<< Reizigers en Cosmopolieten I: Grote Weegbree   |   Reizigers en Cosmopolieten III: Kweekgras >>
Deze buttons respecteren je privacy (zie info):
sig

9 thoughts on “Reizigers en Cosmopolieten II: Bezemkruiskruid

  1. Dat bloemetje komt bij ons niet voor – allez, toch niet op ons grondgebied 😉
    De flora van Heiman & Co was verplichte aankoop op school toen ik 14 was. Ik heb het boek nog altijd, met de originele plastic kaft, en het wordt regelmatig gebruikt…

  2. In onze ‘tuin’ (dwz de helft die je ‘aangelegd’ kan noemen) lijkt het voorlopig ook geen voet aan de grond te krijgen, maar wel op ‘het veld’, de helft die we nu pas een beetje onder handen beginnen te nemen.

    Ik heb een flora van Heimans uit 1983, eentje met een harde, stoffen kaft, en de twee laatste drukken van Heukels.
    Eerlijk gezegd sleutel ik nog het liefst met die van Heimans & Co, en alleen als ik er daarmee niet uitraak, pak ik die van Heukels erbij. (Die gebruik ik wel – de laatste druk dan – voor de officiële wetenschappelijke naam, omdat daar recent veel door elkaar geschud is….)

  3. En laat ik nu afgelopen weekend alweer een mij nog onbekende gele composiet met alleen maar lintbloemetjes in de tuin gevonden hebben ;-). Nee, ik ben nog niet de uitdaging van het determineren aangegaan.

    Edit (19/10/08): ik realiseer me dat ik hier nooit meer op terug gekomen ben. Die onbekende gele composiet was het schermhavikskruid.

  4. die gele composieten zijn niet mijn favorieten, juist omdat ze nogal moeilijk op soort te brengen zijn (ik ben nogal lui in die dingen 😉 ). Het zal dus pas zijn als ze in mijn tuin opduiken dat ik er me in ga verdiepen (vingers gekruist houden dat ik nog lang gespaard blijf).

  5. Beste Anna Tanne,
    Mooi artikeltje over Bezemkruiskruid. Zelf zie ik het plantje al jaren staan in Kessel-lo langs een fietspad achter het station van Leuven, maar ik heb het nooit kunnen thuisbrengen. Sinds enkele jaren (1997) groeit het bij mij in de tuin en wel op een plaats waar niets anders wil groeien, nl. onder een hoge chamaecyparis op de afgevallen blaadjes, 10 cm. diep geen grond te bespeuren, maar wel veel zon.
    Groetjes,
    Ernest

  6. @ Ernest: Dank je wel voor je reactie. Ik herken je verhaal: op één of andere manier valt het bloemetje op. Misschien omdat het zo laat nog bloeit, maar ook omdat ‘mensen vanaf een bepaalde generatie’ gewaarworden dat het ‘iets nieuws is’, iets dat ze vroeger nooit zagen bloeien, hoewel het er zo ‘wild en onkruidachtig’ uitziet.
    En inderdaad, het groeit vaak op plekken waar gewoon niks anders wil (en kan) groeien…

  7. Hallo Anne Tanne,

    Zou je eens wat meer kunnen uitweiden over het jacobskruiskruid. Volgens mij komt het wel overeen met wat hier staat over het bezemkruiskruid. Het begint hier een plaag te worden voor de melkveehouders. De plant is namelijk zeer giftig en kan in het hooi of kuilgras komen. Ik zou graag willen weten op welke natuurvriendelijke manier dit plantje bestreden kan worden.

    Groetjes
    Anita

  8. @Anita: Een erg goede site over Jacobskruiskruid is jacobskruiskruid.com, maar die had je allicht zelf al ontdekt.
    Overigens, jacobskruiskruid is geen neofiet, maar een inheemse plant. De redenen dat de plant zich de afgelopen tien, twintig jaar zo expansief verspreidt, zijn niet helemaal bekend, maar men vermoedt dat de mens en de door de mens teweeggebrachte verstoringen van de bodem daar toch wel een factor in vormen.
    De site die ik hierboven noemde geeft volgens mij degelijke informatie over bestrijding en voorkoming. Vermits het dan gaat om het voorkomen van de plant in paardenweiden, iets waar ik helemaal geen ervaring mee heb, lijkt het mij zinnig dat je dat artikel ook even leest.

    Maar wellicht dat ik tzt ook over jacobskruiskruid een berichtje pleeg…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.