De mijnwerkers

Boven de grond

ochtendmistNog dekt de morgennevel
Het grijs bedauwde veld,
Schoon ’t purper in het Oosten
Een held’re dag voorspelt.
Daar glanst de toorts des hemels,
De zwaluw klieft de lucht,
En menig deur en venster
Gaat open in ’t gehucht.
Daar komt allengs meer leven:
De mannen treden uit
Met spa, houweel en hamer;
De mijnklok wordt geluid.
Daar gaan zij, kloek en moedig,
Maar ernstig, stil en stroef,
En vrouwen, meisjes, knapen;
Gaan mee naar gindse groef.
Voor hen ook toeft de dagtaak
Op ’t bovenvlak der mijn,
Als duizend voeten lager
De vaders werkzaam zijn.
’t Flanel wordt aangeschoten,
Men wisselt kus en groet;
De werkers dalen neder,
De afgrond tegemoet.

W. J. van Zeggelen 1811-1879

(De foto is van Mance, en valt onder een Creative Commons Licentie.)

Deze buttons respecteren je privacy (zie info):
sig

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.