In den Aprillen

In den aprillen
so die bloemen springen,
so louven die linden
ende groenen die boeken,
so heven mit willen
die vogele here singen,
sint sie minne vinden
al da sie se soeken
ane heren genoot,
want here blitschap is groot
der mich niene verdroot,
want sie swegen al den winter stille.

Doe sie ane den risen
die bloemen gesagen
bi den bladen springen
doe waren sie rike
her manechfaldet wisen
der sie wilden plagen.
sie hoeven here singen
lude ende vrolike,
nedere ende ho.
miin moet steit ouch also
dat ich willen wesen vro.
recht is dat ich miin gelucke prise.

(…)

Henric van Veldeken in Minneliederen (12de Eeuw)

In april/ als de bloemen ontluiken, / als de linden hun bladeren krijgen / en de beuken groen worden / dan willen de vogels / graag beginnen zingen, / omdat ze de liefde vinden / waar ze ze zoeken / bij hun liefje, / en ze zijn zo ontzettend blij / en daar kan ik alleen maar gelukkig om zijn, / want ze hebben al de hele winter gezwegen.

Toen ze aan de twijgen / de bloemen / bij de blaadjes zagen ontluiken, / waren ze te koning te rijk / met hun voorraad liedjes/ die ze weer willen laten horen. Ze hieven hun gezang aan/ luid en vrolijk / zacht en dan weer luid. / En ik heb ook de hele tijd / zin om vrolijk te zijn./ Ik kan me terecht gelukkig prijzen.

Deze buttons respecteren je privacy (zie info):
sig

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.