Eén, twee of drie beuken?

Eén van de beuken achter ons huisHet huisje dat we zo’n 13 jaar geleden kochten, was niet veel bijzonders. Erger nog, in de ogen van onze familie hadden we weinig meer dan een bouwval in ons bezit. En eerlijk is eerlijk, het was eigenlijk ook dat kleine keuterboerderijtje niet, dat ons de koop deed sluiten.

Nee, naast het huis stond een eik, die we met ons tweeën nog niet konden omspannen, en achter het huis ook nog eens twee kolossale beuken, met daartussen een hele oude haagbeuk.
Of… twee beuken?
Daar zijn we eigenlijk nog altijd niet helemaal uit. Op de foto zie je de achterste van die twee beuken. Maar is die ene beuk er echt maar één? Of zijn het er twee? Of misschien zelfs drie?

Op de bovenste foto, waar je de beuk vanuit het oosten bekijkt, ga je al vermoeden dat die ene beuk met dubbele stam er eigenlijk twee zijn, die alleen bij de wortels met elkaar vergroeid zijn.
Maar als je hem van de andere kant bekijkt – de tweede foto dus – dan zie je dat er tussen die twee stammen nog een derde, veel dunnere uit komt piepen. Zelf heb ik alvast de indruk dat dat dunnere stammetje een zaailing is, die is ontkiemt in de wig tussen de twee oude stammen waarin zich allerlei organisch materiaal heeft verzameld. Maar als dat zaailingetje toch tot een stam van ruim 15 cm diameter is kunnen uitgroeien, dan moet die toch diep hebben kunnen wortelen, en dat zou er op wijzen dat de twee oorspronkelijke stammen niet helemaal vergroeid zijn.

Beuk - Fagus sylvatica Die reusachtige bomen hebben natuurlijk wel als gevolg, dat er in ‘de binnentuin’ (de deel van de tuin tussen het huis en de achterliggende schuur) niet echt veel wil groeien: het grootste deel van de dag ligt die immers in de schaduw, en bovendien in de regenschaduw. (Als je tijdens een echte stortbui buiten bent, in de buurt van oude beuken, moet je eens opletten hoe die met water omgaan: De takken staan zo op de stam ingeplant, dat het grootste deel van het water over de takken naar de stam wordt afgevoerd. Je ziet het water letterlijk in stroompjes langs de stam naar beneden gutsen. De boom zorgt er op die manier voor, dat het regenwater dichtbij de stam in de bodem terecht komt. Maar daardoor valt er dus in de bredere perimeter van de stam nauwelijks regen op de grond.)

In een kleine tuin snap ik heel goed dat zoveel schaduw, waarin dan door de droogte ook nog eens weinig typische schaduwplanten willen groeien, niet echt welkom is. Maar omdat ruimtegebrek in onze tuin het laatste van onze zorgen is, trekken we ons er niet zo veel van aan.

En in het voorjaar, dan is die kale aarde onder de beuken alles behalve kaal.
Het begint eigenlijk al in oktober: dan komen de tuincyclaampjes open. Ook nadat de bloemen uitgebloeid zijn, blijft hun mooie geaderde blad een boeiend plekje vormen. En na nieuwjaar zie je dan als eerste de blaadjes van het speenkruid te voorschijn komen. Wat later komt het blad van de sneeuwroem door de aarde priemen, en bijna gelijktijdig ook de kantachtige blaadjes van de vingerhelmbloem. Eind maart, begin april is het echt heel kleurig daar onder die beuken. En dan houdt het al snel weer op. Zo gauw de beuken hun bladerdek sluiten en de zon en de regen tegenhouden, sterft alle bovengrondse groen af… om een jaar later nog massaler weer te voorschijn te komen.
Op de website van Daniëlle Houbrechts vond ik een recept voor Beukenbladjenever. Dat moet ik binnenkort eens uitproberen.

(Ik heb al een paar jaar pogingen gedaan om ook bosanemoontjes onder de beuken te planten, maar dat is tot nu toe nog niet zo’n succes geweest.)

Deze buttons respecteren je privacy (zie info):
sig

6 reacties op “Eén, twee of drie beuken?

  1. Zeer mooie bo(o)m(en). Zelf heb ik eenzelfde amoureuze verhouding met twee prachtige kerselaars: die hebben ook hun steentje bijgedragen bij het doorhakken van de knoop toen we ons huis kochten.
    Wat de bosanemoontjes betreft: die kicken op mooi geaffineerde bosgrond, van enkele eeuwen oud liefst. Gewone tuingrond is voor hen niet te doen blijkbaar.

  2. Probeer zeker en vast ook eens Liriope muscari te planten aan de voet van die prachtige bomen. Liriope is niet enkel zeer mooi qua bloei, het is vooral een van de weinige planten die het bijzonder goed doet onder bomen.

  3. @ Bart: Dat had ik inderdaad moeten bedenken… Ik herinner me nog dat ik een jaar geleden iemand er op wees dat in België bosanemoontjes worden beschouwd als indicatoren van zeer oude bosbestanden (in een discussie of bosanemonen inheems zijn of behoren tot de (Nederlandse) Stinzenflora)

    @ Menck: En blijft die Liriope muscari onder die beuken ook het hele jaar door groen?
    Het is inderdaad een hele dankbare plant, die lang bloeit, en het hele winter door een groen accent blijft geven. Maar ik heb het in de halfschaduw staan.
    (Dus toch nog maar wat extra plantjes gaan bedelen bij mijn ouders – die potten al hun zaailingen en gescheurde plantjes op, en voorzien daar hun hele familie- en vriendenkring mee.)

  4. Enkele jaren geleden vond ik eindelijk een plantje dat het onder mijn berk erg goed doet. Inderdaad, de Liriope muscari. Op dit moment is hij nog groen. In denk dat hij in de zomer helemaal verdwijnt om in het late najaar weer blaadjes te krijgen. Hier staat hij wel in volle zon.

  5. @ Chelone: Mijn Liriope muscari heb ik pas in het najaar geplant, maar volgens mijn ouders kan je best in de loop van maart het oude blad wegsnoeien. In de loop van het voorjaar wordt dat immers lelijk, maar het sterft maar heel langzaam af, omdat het zo taai is. Vanaf maart-april komt het prille groen tevoorschijn, en dat blijft dan weer een jaar fris van kleur. (Maar dit is dus geen ‘ervaringsdeskundigheid’, maar alleen maar wetenschap-van-horen-zeggen!)

    Overigens: dat hij het onder je berk goed doet, is zeker goed nieuws, want een berk geeft weliswaar lang niet zoveel schaduw als een beuk, maar droogt de bodem in de onmiddelijke omgeving wel verschrikkelijk uit. Het plantje kan dus in elk geval ook goed tegen droogte!

Reageren niet meer mogelijk