Viooltjes – Viola sp.

Viola odorata - Maarts Viooltje.  Foto: AnneTanne - Creative Commons LicenseAlleen al in ons land komen er een twaalftal viooltjes in het wild voor, waarvan een aantal weliswaar erg zeldzaam of zelfs met uitsterven bedreigd zijn.

Medicinaal zijn vooral het driekleurig viooltje en het maarts viooltje belangrijk, maar voor culinaire doeleinden kunnen vrijwel alle soorten gebruikt worden (al ogen de grote tuinviolen wat mij betreft niet erg smakelijk…)

Beschrijving | Teelt en Oogst |
Medicinaal Gebruik | Naamgeving
Geschiedenis en Folklore
| Symbolisch Gebruik
Het geheim van ‘Caporal violet’

Beschrijving

De Flora van Heymans, Heinsius en Thysse deelt het geslacht Viola op in twee ondergeslachten, Melanium en Nominium. De meer wetenschappelijk ‘tegenhanger’, de Flora van Heukels, maakt deze indeling niet.
Zelf vermeld ik dit onderscheid wel graag, omdat het gelijk loopt met de verdeling van het geslacht in zowel het Frans (pensée – violette), het Duits (Stiefmütterchen – Veilchen) als het Engels (Pansy – Violet)(zie ook Naamgeving)

Het Driekleurig viooltje behoort, net zoals Akkerviooltje, Duinviooltje, Zinkviooltje en de Tuinviolen, tot het ondergeslacht Melanium binnen het geslacht Viola. Het andere ondergeslacht, Nominium, omvat de andere inheemse viooltjes die meestal blauw van kleur zijn. Ook een aantal andere, éénkleurige viooltjes, zoals het Witte viooltje, Viola alba, behorend tot de flora van kalkrijke bergstreken, behoren tot het Nominium-geslacht.
De beide ondergeslachten kunnen gemakkelijk van elkaar onderscheiden worden door de vorm van hun bladeren, door de stand van de middelste kroonblaadjes, en door hun kleur.

Het driekleurig viooltje is een klein plantje, hooguit tien tot twintig centimeter hoog, dat heel de zomer bloeit, maar toch een hoogtepunt bereikt in de maand mei.
Afhankelijk van ondersoort, hoogte en andere plaatselijke omstandigheden zijn het éénjarige dan wel vaste planten.
De tweezijdig symmetrische bloemetjes, die in grootte kunnen variëren van een kroon die nauwelijks breder is dan de kelkblaadje, tot wel tweeënhalve centimeter breed, vertonen meestal een drietal kleuren uit een palet van paars, blauw, geel en wit, al komen er ook vrijwel monochrome (éénkleurige) vormen voor.

Het bloempje heeft vijf kelkblaadjes, en een kort, nauwelijks buiten de kelk uitstekend spoortje dat gevormd wordt door het onderste en grootste kelkblad. De andere kroonblaadjes zijn twee aan twee gepaard: twee wijzen naar boven, twee zijwaarts en wat naar boven.
De stijl heeft een bolvormig uiteinde met een lipje, waar het stuifmeel opgebracht wordt insecten die van andere viooltjes komen. De vijf meeldraden vormen als het ware een kokertje rondde stijl. De helmknoppen zitten
onderaan de meeldraden. Twee meeldraden hebben een aanhangseltje, dat in de spoor nectar afgeeft. Insecten die op zoek zijn naar deze nectar, verlaten de bloem met stuifmeel op hun hoofd.

De bloemen rijpen tot zaaddoosjes met drie kleppen, waaruit de zaadjes na rijping met kracht worden weggeslingerd.
Bovendien dragen de zaden een zgn ‘mierenbroodje‘, waardoor mieren er voor zorgen dat ze nog verder worden verspreid.

Het plantje heeft een rechtopstaande stengel. Hieraan vind je de ovale tot lancetvormige blaadjes. Ze hebben een gekartelde rand en vertonen steunblaadjes die drie- tot achtlobbig, soms veerspletig zijn. Deze steunblaadjes kunnen bijna zo groot zijn als het ‘echte’ blad. De eindstandige lob van het steunblaadje is het sterkst ontwikkeld.

Viola odorata - Maartse viooltjes. Foto: Leo Michels ©Het Maarts viooltje is een overblijvende plantje. Het heeft geen bovengrondse stengels (wel bloem- en bladstelen), maar vormt wel langgerekte uitlopers die op de knopen wortelen en een nieuw plantje vormen. De langstelige bladeren staan in rosetten. Jonge bladeren zijn niervormig, en nemen met het ouder worden een hartvorm aan. De bloemen, die in maart bloeien, staan op wortelstandige stelen en hebben vijf gelijkvormige, stompe kelkblaadjes en vijf paars-violette kroonblaadjes die een twee-zijdig symmetrische bloem vormen. De ‘middelste’ kroonblaadjes wijzen, in tegenstelling tot die van het driekleurig viooltje, duidelijk schuin omlaag. Het onderste kroonblad heeft een spoor.
Zoals bij alle andere violen is ook hier het doosvruchtje driekleppig.

Insectenbezoek: Weinig soorten richten zich uitsluitend op viooltjes:
Voor de rupsen van verschillende parelmoervlinders zijn viooltjes een voedselplant.
De viooltjessnuittor (Orobitis cyaneus) legt in het voorjaar zijn eitjes in het vruchtbeginsel van viooltjes. De larven brengen hun hele ontwikkeling in de vrucht door, tot die openspringt en het blauwzwarte kevertje naar buiten komt.
Ook enkele galmuggen, zoals de Dasineurum viola, bezoeken viooltjes, en geven aanleiding tot bladgallen.

Teelt en Oogst

Zowel het Driekleurig als het Maarts viooltje zijn in onze streken volledig winterhard.
Het Maarts viooltje is een vaste plant, het Driekleurige kan zich als een éénjarige, of als een vaste plant gedragen. Waar het Maarts viooltje een vochthoudende, goeddoorlatende bodem vraagt, bij voorkeur in de halfschaduw, is het driekleurig viooltje een stuk toleranter, en verdraagt ook drogere en zonnigere standplaatsen.

Het driekleurig viooltje wordt bij voorkeur vermeerderd door zaaien, en zaait zich ook spontaan makkelijk uit. Het Maarts viooltje kan gezaaid worden, maar laat zich ook vermeerderen door delen (in de herfst), of door stekken in voorjaar of zomer.

Zowel het driekleurig als het maarts viooltje worden in hun geheel geoogst en gedroogd (plant met wortels). Het oogsten gebeurt bij voorkeur bij het begin van de bloei, waarna ze snelworden gedroogd op een goed verluchte en droge plaats. Als het drogen te traag gebeurt, verkleurt de plant geel, en, omdat ze niet snel genoeg afsterft geraken de bloemetjes uitgebloeit en de zaden rijpen verder.
Als het weer het toelaat, is het aan te bevelen om de planten te drogen op een droogrek in de zon, maar natuurlijk wel afgedekt met wit papier. Vergeet ook niet om ze ’s avonds binnen te halen.

Medicinaal Gebruik

Inhoudstoffen

(voor eigenschappen van deze inhoudstoffen, zie Dr Dukes Phytochemical en Ethnobotanical database)
Viola tricolor - Driekleurig viooltje. Foto: AnneTanne - Creative Commons License

Driekleurig viooltje
  • Gaultherine
  • Iso-oriëntine
  • Methyl-salicylzuur
  • Myricetine
  • Orientine
  • P-coumarinezuur
  • Quercetine
  • Rutine
  • Salicylzuur
  • Vicenine-2
  • Violine
    Violine is een braakverwekkende,vluchtige stof, die zowel in het driekleurig als in het maarts viooltje wordt gevonden. De aanwezigheid van deze stof is wellicht de reden dat in sommige bronnen wordt aangeraden om aan jonge kinderen geen verse, maar steeds gedroogde viooltjes te geven (hoewel je al flink wat viooltjes moet eten om deze werking gewaar te worden!)
  • Zeaxanthine
Maarts viooltje
  • Alpha-ionon
  • Benzyl-alcohol
  • Beta-ionon
  • Beta-nitropropionzuur
  • Cyanine
  • Eugenol
  • Ferulinezuur
  • Friedeline
  • Gaultherine
  • Isoborneol
  • Kamferol
  • Appelzuur
  • Methyl-salicylaat
  • Piperonal
  • Propionzuur
  • Quercetine
  • rutine
  • Salicylzuur
  • Saponines
  • Scopoletine
  • Sinapine zuur
  • Vaniline
  • Violine

Eigenschappen

Viola curtisii - Duinviooltje. Foto: AnneTanne - Creative Commons LicenseExpectorans (bevordert het ophoesten van slijmen), alteratief (ondersteunt het functioneren van diverse
organen en orgaansystemen) en hoestbedarend, pijnstillend en ontstekingswerend, diuretisch, diaforetisch (zweetdrijvend), anti-neoplastisch

Gebruik

Het Maarts Viooltje is het enige geurige viooltje, en geniet daarom vaak de voorkeur bij culinaire toepassingen van het bloempje, doch voor het medicinaal gebruik zijn eigenlijk alle wilde vormen (Viola calcarata, V. canina, V. palustris, V. cornuta…), doch niet de (grootbloemige) tuinviolen bruikbaar. De kleine ‘tuinviooltjes’ (Violatricolor ‘hortensis’) zijn wel medicinaal bruikbaar
Overigens spreken de verschillende bronnen elkaar tegen betreffende de vraag welk viooltje medicinaal het best werkzaam is: sommigen geven de voorkeur aan het driekleurig viooltje, anderen aan het maarts, nog anderen noemen de werking nauwelijks verschillend, en dit voor vergelijkbare toepassingen. Om deze reden durf ik aannemen dat de verschillen in werking eerder gering zijn.

De viooltjes worden vaak gebruikt in combinatie met andere ‘pectorale’ kruiden bij de behandeling van aandoeningen van de luchtwegen, en dat zowel voor verkoudheden, bronchitiden of gripale beelden. Kruiden waarmee het viooltje voor deze indicaties wel worden geassocieerd zijn bijvoorbeeld Malrove (Marrubium vulgare), Heemst (Althea officinalis), Vlier (Sambucus nigra), en Klein Hoefblad (Tussilago farfara).
(Met betrekking tot het Klein Hoefblad wil ik echter wel vermelden dat het gebruik ervan tegenwoordig vaak wordt afgeraden omwille van de aanwezigheid van pyrrolizidine alkaloïden, lees hierover meer bij Smeerwortel (Symphytum officinale).)
Ook wordt van viooltjes wel een hoestsiroop gemaakt.

Een andere belangrijke indicatie van viooltjes zijn allerhande huidaandoeningen, met name melkkorstjes, acné en exzeem.
Het kruid wordt hiervoor inwendig gebruikt onder vorm van een infusie (5 tot 10 gram per kop, 3 tot 4 koppen per dag – ingeval van optreden van diarree of misselijkheid de dosis verminderen).In het begin van de behandeling kunnen de verschijnselen soms tijdelijk verergeren, om vervolgens af te nemen.
Voor de behandeling van melkkorstjes bij babies wordt volgende behandeling voorgesteld (P. Lieutaghi): Doe ’s avonds 4 tot 8 gram kruid in 250 mlkokend water, en laat het de hele nacht trekken. Zeef het aftreksel ’s ochtends, voeg 50 ml melk toe, en eventueel wat suiker, en laat het de baby opdrinken. Herhaal dit gedurende een veertiental dagen.
Men kan ook een klassieke infusie maken van viooltjes maken, en die drie keer per dag in de maaltijd (flesvoeding) van de baby gebruiken i.p.v. melk. Een borstvoedende moeder kan de thee eventueel zelf drinken. Ook hier ziet men vaak een tijdelijke toename van de symptomen vooraleer de verbetering intreedt.

Beide viooltjes hebben ook een diuretische werking. Bij gebruik van het kruid ziet men de hoeveelheid urine over het algemeen duidelijk toenemen, en de urine heeft een slechte geur. Hierover moet men zeker niet verontrust te zijn, maar het kan belangrijk zijn om de gebruiker hiervan op de hoogte te brengen.

De aanwezigheid van salicylzuur geeft het kruid ook zwak-pijnstillende en ontstekingswerende eigenschappen, en dit verklaart de aanbeveling van het kruid bij pijnlijke ontstekingen van het tandvlees.
Tegelijk is de aanwezigheid van deze stof een reden dat sommige bronnen het gebruik van viooltjes bij koorts of virusinfecties bij jonge kinderen afraden, om het risico op het syndroom van Reye te vermijden.

Er is onderzoek verricht naar de antitumorale activiteit van de viooltjessoorten, en in elk geval zou het – hier niet inheemse – Viola striata bij onderzoek op muizen een aantoonbare werking hebben.

Naamgeving

De naam Viola komt uit het latijn en is door de Romeinen overgenomen van het Griekse ‘ion’, waarmee een welriekende plant, in het bijzonder het viooltje werd aangeduid.
Bij Homeros wordt die naam al gebruikt. De stad Athene werd ook wel Iostephanos genoemd, wat wil zeggen met viooltjes omringd.
‘Ion’ werd echter voor meerdere welriekende bloemen gebruikt: Het Maarts viooltje was bij de Grieken ‘ion porfuroun’, maar ook de Muurbloem (Cheiranthus cheiri) en de Lakooibloem (Cheiranthus incanus) werd ion genoemd.
Overigens zijn er auteurs die zich afvragen of de Viola van de Romeinen wel het (Maarts) viooltje was, en niet eerder een Irissoort. De gedroogde wortels van de Florentijnse lis (Iris florentina, syn Iris Germanica) ruiken naar het maarts viooltje, en iriswortelpoeder wordt soms wel eens viooltjeswortel genoemd…

Sommige bronnen brengen ‘Ion’ in verband met Io, die, zoals een bepaalde versie verteld, de bloemetjes kreeg aangeboden ter gelegenheid van de stichting van de stad Athene. Hoe mooi deze
legenden ook, dit zijn wellicht verklaringen achteraf, en het viooltje zou geen rechtstreeks verband hebben met Io (één van de liefjes van Zeus) of met Ion, de mythische stamvader van de Ioniërs). Zie ‘Geschiedenis en Folklore

In oudere boeken vindt men vaak de naam Drievuldigheidsbloem of Herba trinitatis. De achterliggende legende vertelt dat het Driekleurig Viooltje oorspronkelijk een nog heerlijker geur zou
hebben gehad dan het Maarts Viooltje. Omdat het bloemetje meestal tussen het koren groeide, kwamen daar dikwijls veel kinderen om ze te plukken en ze vertrapten dan het graan, met slechte oogsten tot gevolg. Het driekleurig viooltje wilde dat niet op haar geweten hebben, en bad daarom tot de H. drievuldigheid om haar haar geur te ontnemen. Dit gebeurde, en sindsdien heette het drievuldigheidskruid… Deze volksnaam bestaat over heel Europa.
Daniëlle Houbrechts vertelt een variant van dit verhaal, waarin het Driekleurig Viooltje geurig, en het Maarts Viooltje geurloos was. Omdat de mensheid, die op zoek naar het geurige viooltje de graanvelden vertrappelde, op zoek naar die heerlijke geur, vroegen de goden of het zijn geur niet wilde afstaan aan het Maarts Viooltje, dat niet in het open veld, maar onder hagen en struiken groeide…

De soortnaam ‘tricolor’, driekleurig, vergt nauwelijks toelichting, net zo min als het ‘odorata’, welriekend, voor het geurige Maarts Viooltje.

Onder ‘beschrijving‘ wordt vermeld dat de viooltjesfamilie wordt verdeeld in de twee ondergeslachten Melanium en Nominium. In het Nederlands bestaat er geen equivalent voor deze geslachten, doch wel in het Frans, waar men het respectievelijk over
‘Pensées’ en ‘Violettes’ heeft, in het Duits, waar men deze ondergeslachten resp. ‘Stiefmütterchen’ en ‘Veilchen’ noemt, en in het Engels, waar men het over ‘Pansy’ en ‘Violet’ heeft.

Volksnamen

Nederlands: (Driekleurig Viooltje) Achterumkiekertje, akkerviooltje, Blauw Engeltje, Blauw klokje, Drie-eenheidsbloem, drievaldige bloem, Drieverwige bloem, Dryvuldigchetsbloem, Drievuldigheidsbloempje, Duinviooltje, Eksterogen, Fiegeletje, Filet, Freyssamcruyt, Gezichtje, Glazen muiltje, Grilkieker, Klein violetje, Nacht en
dagjes, Pansee, Pas(s)ijntje, Pensee(bloem), Schoen en muiltje, Schoenlapper, Soldaatje, Stiefmoedertje, Stiefmoerskruid, Swe(al)tsjeblom, veldvioletten, vieultje, wild viooljte, Wilde pensee, zeeschulpje, zevenkleurbloempje,
zuanewiezertje, Zwaluwtje.
(Maarts Viooltje) Bla Violetten, Blaauwe Violette, Blaeuwe Violetten, Blauw Engeltje, Blauw Vioeltje, Vlauw filetjes, Boodskapjes, Boschviooltje, Ditselbloemen, Fikelette, Filetten,
Fletteken, Fletteren, Fleutte, Gemeene Violette, Gemeyne Violetten, Maartsche Vioole, Nachtviooltje, Ruikende viool, Stiefmoederkens, Stijfmoertjes, Tamme blauwe violen, Viooltjes (in alle mogelijk varianten en schrijfwijzen), Weesjes,
Welriekend viooltje, Wilde violen
Engels: (Driekleurig Viooltje) Heartsease, Wild Pansy, Love-lies-bleeding, Love-in-Idleness, Live-in-Idleness, Loving Idol, Love Idol, Cull Me, Cuddle Me,
Call-me-too, Call-me-to-you, Jack-jump-up-and-kiss-me, Kiss-me, Kitty-on-the-run, Leap-up-and-kiss-me, Meet-me-in-the-Entry, Kiss-her-in-the-Buttery,Three-Faces-under-a-Hood, Face-and-hood
(Maarts Viooltje) Violet
Duits: (Driekleurig Viooltje) Dreifarbiges Veilchen, Stiefmütterchen, Lieb-G’schichtli, Liebesgesichtli, Mädchenaugen, Ackerstiefmütterchen, Dreifaltigskeitsblume,
Fronsamkraut, Feld-Stiefmütterchen, Freisam, Gedenkemein, Glotzböckle, Jesusblümchen, Kathrinchen, Mädchenaugen, Muttergottesschuh, Schöngesicht, Tag- und Nachtveilchen
(Maarts Viooltje) Veilchen
Frans: (Driekleurig Viooltje) Pensée, Pensée des champs, Petite pensée, Violette tricolore, Violette sauvage, Fleur de la Trinité, Fleur de Notre-dame
(Maarts Viooltje) Violette

Ik heb me lange tijd afgevraagd waar de toch wel ‘onvriendelijk’ klinkende naam ‘Stiefmoedertje’ vandaan komt. Bij M.C. Blöte-Obbes vond ik volgende verklaring:
Terwijl de blauwe viooltjes voor heizaam en gelukbrengend werden gehouden, golden de driekleurige als symbool voor nijd en jaloezie: vandaar de naam stiefmoedertje. Het onderste min of meer gele bloemblad stelt de stiefmoeder voor, die op twee stoelen (twee grote kelkblaadjes) zit.
Haar eigen dochters zijn de twee blaadjes aan weerszijden erboven,die zijn bontgekleurd en hebben elk een “stoel”, maar de beide stiefkinderen, in donkere kleuren – dat zijn de twee bovenste bloemblaadjes – zitten samen op één stoel. De vader heeft van kwaadheid een wit hoofd gekregen(de stamper). Hij zit met zijn benen diep in de voetenzak en kan haast niet kijken; hij komt pas tevoorschijn als vrouw en kinderen uitgegaan zijn (n.l als men de bloemblaadjes afplukt.

In het ‘Compendium van rituele planten in Europa’ wordt een iets prozaïscher verklaring gegeven: in het vruchtje van het viooltje kan men met enige fantasie een zittend oud vrouwtje ontdekken (zie hiervoor de figuur op p 231 in het genoemde boek)

Geschiedenis en Folklore

Geschiedenis

Zowel Hippocrates (ca. 460 – ca. 377 B.C.E.) als Theophrastus (ca. 372 – ca. 287 B.C.E.) vermelden het (Maarts) viooltje al.
Nadere beschrijvingen zijn te vinden bij Celsus (20-30 C.E.), Dioscorides (ca. 50 C.E.) en Plinius de Oudere (77 C.E.): De eerste wendt het aan om (lokale) vochtophopingen te verdelen over het lichaam, Dioscorides beveelt het aan bij ontstekingen van keel en ogen, net zoals Plinius. Verder vermeldt deze laatste ook nog brandende hoofdpijn, en uitstulpingen van baarmoeder of aars, en ook anale kloven.
Verder is bekend dat de Romeinen viooltjeskransen droegen om een kater na een drinkgelag tegen te gaan.

Ook in de Kruidenboeken van de Renaissance wordt het Maarts viooltje omstandig beschreven. Zo vermeld Rembert Dodoens in zijn Kruidenboek uit 1554:

Violetten in water ghesoden ende ghedroncken /sijn goet tsegen die heete cortsen ende tsegen alle verhittinghen van der levere ende van alle inwendighe leden /ende iaghen af duer den camerganck die heete geelecholerijcke vochticheden. Tselve doen oock /dat sap /syrope ende conserve van Violetten. Syrope van Violetten /es goet tseghen verhitte longhene ende borste /ende es goet in dat Pleure is en tseghen den hoest ghebruyckt /ende tseghen die cortse sonderlinghe van den kinderen. Die selve syropa gheneest alle verhittinghen ende rouwigheden van der keelen alsmense dicwils in den mont neempt. Tselve doen oock dat suycker / conserve ende tsap van Violetten. Tgeel dat middel in die bloemkens wast in water ghesoden es goet tseghen den gezwel van der keelen daer mede ghegorgelt /ende tseghen die vallende ziekte van den ionghen kinderen ghedronken. Violetten ghestooten ende alle oft met olie vermenght op thooft gheleyt leschen ende nemen af,die hitte ende versueten die pijne des hoofts,ende verwecken tot slapen /ende maken die hersenen vochtich /ende midts dyen sijn goet tseghen die verdrooginghe van den herssenenmelancholie /swarigheyt ende diepe ghepeysen. Violetten gestooten ende met meel van gersten mout ghemenght / sijn goet gheleyt op alle heete gheswellen ende apostumatien / ende ghenesen die verhittinghe ende pijnen der ooghen / ende dat uytgaen des eersderms. Tsaet van Violetten met wijn oft water gedroncken es goet tsegen die steeck van den scorpioenen. Tcruyt van den violetten es goet ghebruyckt tseghen die heete cortsen / ende verhittinghen van der levere / ende verweckt tot camerganck. Die wilde Violetten sijn den
welrieckende van crachten wat gelijck maer veel onsterker / ende daer om oock in der medecijnen niet oorhoorlijck.

Viola arvensis - Akkerviooltje. Foto: AnneTanne - Creative Commons LicenseHet is waarschijnlijk pas vanaf ongeveer 1500 dat het driekleurig viooltje medicinaal wordt toegepast. Dodoens, die het dan heeft over ‘Pensée’ of ‘Dreijfuldicheyt bloemen’ geeft aan dat ze gebruikt worden bij Dauwworm of melkkorstjes (“freyssem ende die besiektheyt van den ionghen kinderen” – vandaar de volksnaam Freysamkruid.
Overigens vond ik ook een bron die freyssem als stuipen verklaart.), en ook bij longinfecties.
Matthijs de Lobel voegt daar ook nog ‘ieucksel ende craeuwagie’ (jeuk en schurftigheid) aan toe.

Mythologie, legenden en folklore

Indien niet expliciet anders vermeld is het onderstaande met name van toepassing op het Maarts viooltje.

Zoals reeds aangestipt in ‘Naamgeving‘, zijn er heel wat mythen die de naam ‘Viola’, afgeleid van ‘Ion’ (welriekende bloem) trachten te verklaren vanuit een verband met Ion met Io.
Volgens de dichter Nicander (2de E BCE?) boden de Ionische nymfen aan Ion viooltjes aan.
Een ander verhaal vertelt hoe Zeus zijn geliefde Io in een koe veranderde om haar voor zijn vrouw Hera te verbergen. Hij liet toen viooltjes groeien als voedsel voor Io. Sommige auteurs zien hierin ook de oorsprong van het Latijnse Viola. Zo schreef Dodoens:

…selfs sommighe ghelooven dat den latijnschen naem Viola daer van oock sijne oorsprongh ghenomen heeft al ofmen viola in plaetse van vitula, dat is jonghe koe oft kalf seynde.

Er zijn bovendien nog tal van verhalen in de Griekse oudheid, die niet trachten een etymologische verklaring te geven.
Zo is het Maarts viooltje bijvoorbeeld gewijd aan Persephone, de godin van de onderwereld:
Toen de goden het monster Agdestes castreerden ontstond uit zijn bloed het Maarts viooltje (en volgens andere versies een amandelboom). Zowel het maarts viooltje als de amandelboom bloeien op een ogenblik dat Persephone nog in de onderwereld verblijft.

Het driekleurig viooltje zou oorspronkelijk wit geweest zijn, maar werd gewond door een pijl van Cupido, waardoor er gekleurde vlekken op kwamen. Tjeu Leenders verklaart hieruit de betekenis van liefde, vooral in de betekenis van ‘ik ben in gedachte (pensée) bij je’ die het viooltje in de bloementaal heeft, en verwijst onder andere naar Shakespeare, die zegt: ‘Pray you love, remember, and there are pansies, that’s for thougts’.

In heel wat streken hadden bepaalde viooltjes een slechte reputatie, en het lijkt hier vooral om de niet-geurige, blauwbloemige viooltjes (ondergeslacht Nominium, zie ‘beschrijving‘) te gaan. In sommige streken in Duitsland dacht men dat als men aan zo’n reukeloos viooltje rook, men zomersproeten zou krijgen. In andere streken werd vertelt dat als men zo’n viooltje in zijn mond stak, men een ‘kwade mond’ zou krijgen of zijn reukzin zou verliezen.
In bepaalde delen van zowel Duitsland als Frankrijk dacht men dat het ruiken aan zo’n viooltje gek maakt.

In het Franse Pas-de-Calais werd het driekleurig viooltje gebruikt in een orakelspelletje: Om te weten wie haar toekomstige echtgenoot zou worden, hield een meisje een viooltje (pensée) tussen de vingers en zei

“Penses bien!
Où tu arrêteras,
Mon amant sera.”

[“Denk goed na!
waar je zal blijven staan
daar zal mijn minnaar zijn.”]

Shakespeare kende blijkbaar deze ‘kruidenlore’, want in ‘a Midsummernightsdream’ knijpt Oberon wat sap uit een viooltje en druppelt dat in de ogen van Titania, opdat ze verliefd zou worden op het eerste levende wezen dat ze zou zien als ze wakker wordt.
Shakespeare noemt het viooltje hier met één van zijn Engelse volksnamen, nl ‘Love-in-idleness’.

“Yet mark’d I where the bolt of Cupid fell:
It fell upon a little western flower,
Before
milk-white, now purple with love’s wound,
And maidens call it love-in-idleness.
Fetch me that flower; the herb I shew’d thee once:
The juice of it on sleeping eye-lids laid
Will make or man or woman madly dote
Upon the next live creature that it sees.”

Het viooltje heeft, ondanks zijn bescheiden formaat trouwens wel meer literaire inspiratie geboden: Bekend is Goethes ‘Das Veilchen’ (Overigens doet het verhaal de ronde dat Goethe zoveel van het viooltje hield dat hij het zaad steeds bij zich droeg en het tijdens wandelingen uitstrooide):
Viola odorata - Maarts viooltje. Foto: AnneTanne - Creative Commons License

Ein Veilchen auf der Wiese stand
Gebückt in sich und unbekannt;
Es war ein herziges Veilchen.
Da kam eine junge Schäferin,
Mit leichtem Schritt und munterm Sinn,
Daher, daher,
Die Wiese her und sang.Ach, denkt das Veilchen, wär ich nur
Die schönste Blume der Natur,
Ach, nur ein kleines Weilchen,
Bis mich das Liebchen abgepflückt
Und an dem Busen matt gedrückt!
Ach nur, ach nur
Ein Viertelstündchen lang!

Ach! aber ach! das Mädchen kam
Und nicht in acht das Veilchen nahm,
Ertrat das arme Veilchen.
Es sank und starb und freut’ sich noch:
Und sterb ich denn, so sterb ich doch
Durch sie, durch sie,
Zu ihren Füssen doch.

Viooltjes hebben ook een rol gespeeld in politieke intriges:
Generaal Napoleon (1769-1821) werd door zijn aanhangers ‘caporal violet’ of ‘le père de la violet’ genoemd. Het viooltje was dan ook het embleem van de Napoleontische partij. (Er wordt overigens wel eens gezegd dat de voorliefde van Napoleon voor viooltjes de reden was dat zijn bruid Joséphine op haar huwelijksdag een krans viooltjes in haar haar droeg – doch in veel West-Europese landen was het Maarts viooljte een symbool van liefde en werden de bloempjes tussen geliefden
uitgewisseld (zie verder)… Ik waag het dus te veronderstellen dat de liefde van Napoleon voor dit bloemetje dan ook wel eens kon ontstaan zijn als gevolg van dit gebruik!)
Maar wat er ook van zij, beide echtelieden hadden, naast hun liefde voor elkaar, ook een levenslange liefde voor het Maarts viooltje: Joséphine zou zelfs een viooltjestuin hebben gehad, en ze kreeg op haar verjaardag van haar echtgenoot elk jaar een tuiltje ‘Violettes’.
Ook ten tijde van de verbanning van Napoleon bleven zijn aanhangers het viooltje, of een ring met een violette steen, als herkenningsteken gebruiken. Tijdens de Restauratie werd het viooltjes als embleem dan ook verboden.

Omwille van haar verleidelijke geur werden in de oudheid al verleidelijke eigenschappen aan het Maarts viooltje toegeschreven. Maar in combinatie met de blauwe kleur, die met trouw en duurzaamheid werd geassocieerd, ontstond de betekenis van duurzame liefde. Het Maarts viooltje werd daarom door een kind aan zijn moeder, of door een bruidegom aan zijn bruid geschonken, en werd ook vaak bij liefdesbrieven bewaard.
Daarnaast is het een symbool van zuiverheid, maagdelijkheid en zedigheid. De combinatie met de voorjaarssymboliek die natuurlijk ook met dit vroege bloeiertje samenhangt, vindt men terug in een aantal Europese volksgebruiken:
Zoals in Nederland het vinden van het eerste kievitsei het signaal was dat de lente in het land was, zo vervulde op vele andere plaatsen het vinden van het eerste Maartse viooltje die rol. In Wenen zocht men onder hertog Leopold VI de Glorierijke in de maand maart het eerste viooltje. De gelukkige vinder waarschuwde de hertog, die er dan met zijn hele hof op uit trok om het viooltje, en de lente, te begroeten. Een maagd mocht vervolgens het bloempje plukken.

Een sage bij de Wenden, een Slavische volksstam, die woonden in wat nu het oosten van Duitsland en Polen is, vertelt over de God Czorneboh, die in een prachtige burcht woonde. De christenen vernielden zijn burcht en daarmee zijn kracht, en Czorneboh werd in een rots veranderd, zijn dochter in een viooltje. Dat viooltje bloeide slechts éénmaal in de honderd jaar, tijdens de Walpurgisnacht. Wie er in slaagde op die nacht dat bloempje te vinden en te plukken zou het meisje weer haar menselijke gestalte teruggeven, haar mogen trouwen en bovendien ook nog alle schatten van haar vader krijgen.

De hier beschreven folklore is slechts een uittreksel van wat er over het viooltje geschreven staat. Ik verwijs met name naar het boek van Marcel de Cleene en Marie-Claire Lejeune (Compendium van rituele planten in Europa), en naar de website ‘Meanings and Legends of Flowers‘.

Symbolisch gebruik

In de astrologie wordt het viooltje beheerst door de zon in het teken leeuw.

Isidoor Teirlinck schreef dat Magiërs viooltjes gebruiken voor ‘Vrijdagmagie’, meer bepaald liefdesmagie.

Danielle Houbrechts vermeldt een – naar mijn mening behoorlijk omslachtig – liefdesritueel, waarvoor je niet alleen een lokje haar, maar ook een kledingstuk van je beminde moet trachten te bemachtigen. Het
kledingstuk dien je te verbranden op een afgelegen plek in het bos, en de as strooi je vervolgens, samen met een paar driekleurige viooltjes, over de haarlok. Je doet dit alles in een witte doek, en begraaft die onder je drempel.
Gedurende het hele ritueel mag je door niemand gezien worden. Het resultaat zal zijn dat je beminde minimaal gedurende één maan ook op jou zal vallen… Waarbij ik me dan afvraag of de inspanningen tegen het beoogde resultaat opwegen!

Maar afgezien van het ingewikkelde van het beschreven ritueel, lijkt het mij, als je de oude associaties van het (Maarts) viooltje met liefde en trouw in aanmerking neemt, erg vanzelfsprekend om deze associaties over te nemen.

Deze buttons respecteren je privacy (zie info):
sig

5 reacties op “Viooltjes – Viola sp.

  1. Fantastisch ! Zowel het maarts viooltje al de driekleurig en witte groeien hier lekker wild in mijn tuin. En lekker zal ik nu ook in praktijk omzetten. Nog even en ik eet alleen het zand niet in mijn tuin ! Al dat ‘onkruid’ is best te doen !

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge