Vanuit Langerwehe naar de wieg van het geslacht van Merode

Laufenburg

Vanuit Langerwehe naar de wieg van het geslacht van Merode

Afstand: 16 km
Hoogtemeters: 288 m stijgen en evenveel dalen
Ondergrond: Over het algemeen eerder brede bospaden.  Enkele korte stukjes langs verkeersweg, en het laatste stukje daarvan voor je terugkeert in Langerwehe is wat drukker
Duur: 4 u 30 min
Moeilijkheidsgraad: technisch niet moeilijk, te doen voor iedereen met een behoorlijke conditie.
GPX: downloadlinks onder het kaartje.
Park&Hike: aan het station van Langerwehe.  Mocht je daar geen plaats vinden (toen wij de wandeling maakte stond die parking behoorlijk vol), dan kan je ook terecht op de Parkplatz Kindergarten, op de overgang van Auf dem Hiebchen naar Dechant Kallen Straße.  De wandeling is dan net iets korter en je passeert net niet voorbij het Töpfereimuseum.
Openbaar Vervoer: Station Langerwehe op de lijn Aken-Keulen
Horeca: Tijdens de openingsuren van het Töpfereimuseum is er koffie, thee en frisdrank verkrijgbaar in het cafetaria, en in het weekend ‘hausgemachter Kuchen’.
In de Laufenburg is een eenvoudig restaurant, en op het terras kan je drank en (ja, ook hier) hausgemachter Kuchen krijgen…
Erfgoed: Het Tôpfereimuseum in Langerwehe, in de voormalige pastorie van de Kirche auf dem Rymelsberg
Het kasteel van Merode in het gelijknamige dorpje, wieg van het zeer grote geslacht van Merode (van, von Merode, de Mérode) 
De Mattheuskapel, opgericht door de Belgische Henri de Merode en zijn vrouw Nathalie de Croÿ.  
De ruïnes van het klooster van Schwarzenbroich
De Laufenburg
Natuur: de wandeling voert ons door het meest oostelijke deel van de Hoge Venen. 
Het landschap is deels heuvelachtig met mooie vergezichten, vooral in het noordelijke deel rondom Langerwehe, deels het typische hoogveenlandschap zoals we dat ook kennen uit het Belgische deel van de Hoge Venen.  In de kilometers net voorbij Merode is het naaldbos een paar jaar geleden gerooid, en de lange, kaarsrechte weg door het vlakke grasland werd naar het einde toe een beetje saai.  
Honden: (steeds onder voorbehoud: ik heb zelf immers geen hond) overal toegelaten, maar aan de leiband want je komt door verschillende natuurgebieden

Ons oordeel?

4.5/5

Landschappelijk is dit ‘best een mooie wandeling’.  Absoluut geen tegenvaller, maar heel zeker ook geen topper.  Bovendien loop je een eindje voorbij het dorp Merode een paar kilometer door dat typische vlakke hoogveenlandschap omzoomd door naaldboombossen waar wij niet zo gek op zijn. (Het overige deel van de wandeling gaat wel grotendeels door gemengd loofbos).

Maar deze wandeling verdient wel zijn sterren door het cultureel erfgoed dat je onderweg passeert! Ik zal daarom in de routebeschrijving hieronder daarover wat meer te vertellen (vermits je dit blog allicht toch gebruikt om de wandelroute te downloaden, heb je daar meer aan dan aan turn-by-turn instructies…)

Routebeschrijving

Langerwehe ontstond in de middeleeuwen uit drie woonkernen gelegen langs het beekje de Rote Wehe. Het kwam tot bloei dankzij de vele pottenbakkers, die als specialiteit het vervaardigen van aardewerken pelgrimshoorns hadden. (Op de Duitse pagina van wikipedia zijn vooral afbeeldingen van Aachhorne te zien, pelgrimshoorns van het type dat in Langerswehe gemaakt werd.)
Vanaf het station lopen we door het straatje In de Peitsch naar de Pastoratstraße.  In die Pastorijstraat bevindt zich het pottenbakkersmuseum in een mooi vakwerkgebouw dat oorspronkelijk de pastorie was die behoorde bij de oude Kirche auf den Rymelsberg waar we zodadelijk voorbij komen.
De Pastoratstraße komt uit op Auf dem Hiebchen, en vrijwel aan de overkant leidt een trap je omhoog tot aan het kerkhof van de kerk op de Rymelsberg.  De route loopt met een boog om de kerk heen, en dan de straat Rymelsberg in.
Net voorbij de bebouwing heb je aan je linkerkant een pad.  We dalen daar af tot aan de Wehebach, en volgen aan de overkant de verkeersweg een stukje naar links.
Even goed uitkijken, want je kan het pad aan de overkant over het hoofd zien als je er de gps-route niet bijneemt!
Aan de overkant van een beekje (dat Mûhlenteich zou heten, hoewel het dus geen vijver is, maar wel een molenvijver bevloeit) klimmen we weer omhoog.

De route slingert eerst door velden, dan door bossen,

Alte Kirche auf dem Rymelsberg

Net voorbij de bebouwing heb je aan je linkerkant een pad.  We dalen daar af tot aan de Wehebach, en volgen aan de overkant de verkeersweg een stukje naar links.
Even goed uitkijken, want je kan het pad aan de overkant over het hoofd zien als je er de gps-route niet bijneemt!
Aan de overkant van een beekje (dat Mûhlenteich zou heten, hoewel het dus geen vijver is, maar wel een molenvijver bevloeit) klimmen we weer omhoog.

Zicht op Langerwehe en het dal van de Wehebach

De route slingert eerst door velden, dan door bossen. We merken dat hier en daar naaldbos gerooid wordt, waarbij de loofbomen op het perceel gespaard bleven. 
Al na een goed uur wandelen komen we aan de dorpsrand van Merode waar we rechtsaf gaan. (Op deze hoek vind je het ‘Johnesch Krözje’, genoemd naar de familie Johnen, die het perceel in bezit had toen het kruis daar oorspronkelijk geplaatst werd.)
We lopen dus door de Schloßstraße, met aan onze linkerkant het park rondom het Kasteel van de Prinsen van Merode.

Kasteel van Merode - Foto: Käthe und Bernd Limburg

Maar ligt dat kasteel niet in Westerlo? 
Inderdaad, ook in België woont een omvangrijke tak van de familie von Merode (van Merode/de Mérode), maar dit adelijk geslacht vond zijn oorsprong in dit kleine dorpje.
De genealogie van het geslacht de Merode gaat terug tot 1263. De zoon van de stamvader Werner, Jean Scheiffart de Merode was medeheer van Merode dat zijn naam zou geven aan de adellijke familie. Het oude slot is na meer dan achthonderd jaar nog steeds in het bezit van de familie.
De familie had vanaf het begin al veel invloed in het Rijnland, maar die invloed werd geografisch gevoelig uitgebreid door het huwelijk van Richard von Merode met Margaretha van Wesemael, waarmee de familie Westerlo en Olen in bezit kreeg.  Het huwelijk van Johan II van Merode met Adelheid van Hoorn voegde daar nog Geel, Diepenbeek en Duffel aan toe.
Al snel werd de familie een van de belangrijkste adelijke geslachten in het Hertogdom Brabant.

Maar na een lunchpauze op een bankje in het midden van het dorp wandelen we verder, eerst nog een stukje door bos, maar al snel komen we op een kaarsrecht pad dat ons licht stijgend een paar kilometer lang in zuidelijke richting voert, door een landschap dat wordt gedomineerd door lange grassen tussen gerooide sparrenstronken, en nog meer sparrenbossen aan de horizon.  Dit wordt al snel het saaiste stuk van de route!

Op het Hohes Venn

Uiteindelijk komen we aan een T-kruising waar we rechtsaf gaan.  Vanaf hier volgen we tot bijna aan de Laufenburg de Jakobsweg van Wuppertal naar Aken.  De route blijft nog steeds licht stijgen, maar al snel komen we weer in een aangenaam beukenwoud. 

Op ongeveer het hoogste punt van de route bereiken we het Mattheuskapelletje met een paar uitnodigende rustbanken.
Dit kapelletje werd hier geplaatst eind 19de eeuw door de Belgische Henri van Merode en zijn vrouw Nathalie de Croÿ.  Het ten dele  (pseudo-middeleeuwse) Nederlandse opschrift verwijst naar de legende over de oorsprong van het iets verder gelegen klooster van Schwarzenbroich: 
Werner van Merode, kleinzoon van stamvader Werner van Rode, nam op deze plek een rustpauze tijdens een tocht en in een droom verscheen de apostel Mattheus aan hem, die hem opdroeg op hier een klooster te bouwen.

 

Mattheuskapel

A° MCCCXL (24 FEBR)
S. MATHIAS APOSTOLUS APPARUIT
ILLUSTRI D. WERNERO DE MERODE
DORMIENTE E VENATIONE LASSO
HIS EUM COMPELLANS VERBIS:
EN KENDU MIJ NIET WERNERE
IK BEN MATHIAS APOSTEL
CHRISTI ICK KOOME U VERKON-
DIGHEN DER WILLE GOD IS DIE IS

DAT GHIJ OP DESE SELVE PLAETSE
MIJ TER EERE SULT TIMMEREN
EEN BIDPLAETSE ENDE DAERBIJ
EEN CLOOSTER INT WELCK RELI-
GIEUSEN VAN DESE OORDEN VAN
WELCKEN DESEN DIE HIER BIJ MIJ SIJN
IN MIJN LEVEN GEWEEST SIJN GODT ENDE 
MIJ MOOGHEN DIENEN. ITA CHRONICON ORD.

 

Dat klooster, of beter de ruïne ervan, ligt een paar honderd meter verderop.  

Dit klooster van de orde van de Kruisheren dateert uit de 14de eeuw, en lag destijds aan een belangrijke handels- en pelgrimsroute die van Düren naar het bedevaartsoort Kornelimünster liep.  De monikken waren vaak zonen van de Rijnlandse adel, die bij hun intrede geld en (land)goed inbrachten, wat de grote rijkdom van het klooster verklaart.
In het jaar 1792 werden de monikken door het leger van de Franse revolutie verjaagd.  In 1802 werd het door de Franse bij opbod verkocht aan enkele plaatselijke boeren, die er een aluinfabriek in startten.
Een hevige brand in 1835 richtte flinke verwoestingen aan. De gebouwen werden niet meer opnieuw opgetrokken, maar het werd kort nadien opnieuw te koop aangeboden. Het was de familie van Merode die het toen weer terugkocht.
De gebouwen bleven echter verder vervallen, en de hevige gevechten in deze regio in 1944 gaven ze de genadeslag.
Tenslotte zou de plaatselijke bevolking in de naoorlogse jaren alle materiaal dat niet te heet of te zwaar was van de plek hebben weggehaald, om bij bouwwerkzaamheden voor eigen gebruik toe te passen.
De ruïnes raken dus langzaamaan overwoekerd… maar hebben net daardoor een eigen charme.

Aan het eind van het kloosterdomein gaan we naar rechts.  Bij een eerste kruising een paar honderd meter verderop iets verderop gaan we min of meer rechtdoor, maar het is vooral bij een volgend kruising, ongeveer een halve kilometer voorbij het klooster, dat je even goed naar de gps moet kijken: Het brede pad waar je tot dan toe loopt maakt een flauwe bocht naar links, maar het is het smallere pad dat linksaf het bos in gaat dat je moet hebben! (Een fijne afwisseling na toch wel erg veel brede paden!) Een paar honderd meter verderop aan een kruising van paden gaat het rechtsaf, en vervolgens min of meer rechtdoor tot aan het Fransozenkreuz, een reconstructie van een moordkruis dat de dood van een Frans officier in 1679 herdenkt.

Voorbij het Fransozenkreuz gaan we rechtsaf, via een pad dat de sterk meanderende Rotenbruchbach stroomafwaarts volgt.  Maar lang dalen we niet meer: na ongeveer een kilometer gaan we rechtsaf, en klimmen gestaag naar de Laufenburg waarvan de toren al snel even boven de bomen zien uitsteken.
Het kasteel was de vesting van de heren van Laufenburg, die afstamden van de hertogen van Limburg. De naam van het kasteel is vermoedelijk afgeleid van oude naam Löwenburg die nog te zien is in het wapenschild van de eerste eigenaren, de heren van ‘s-Hertogenrade. Zij bouwden in 1250 het kasteel, dat toen de meest oostelijke versterking van de hertogen van Limburg tegen de hertogen van Gulik en de keurvorsten van Keur-Keulen vormde. Aan het eind van de 17e eeuw werd het kasteel verwoest door de Fransen tijdens gevechten onder Lodewijk XIV. Het kasteel bleef bewaard als ruïne, maar werd in 1895 weer gerestaureerd.  Tegenwoordig is er een eenvoudig café-restaurant gevestigd, en het terras nodigde ons vriendelijk uit om even een pauze te nemen…

Laufenburg

Na een dorstlessende stop gaat het weer verder.  Het pad wordt een stuk smaller en gaat door een mooi bos bergaf…
Wanneer je bijna aan de verkeersweg beneden bent, hou je bij de kruising rechts aan, en je volgt de bosweg opnieuw omhoog.  Maar let op: al snel is er een smal pad dat weer naar beneden voert (en dat niet heel goed zichtbaar was door het pasgevallen blad). Je komt al vlug weer aan de (drukke) verkeersweg.  Die volgen we aan de overkant op het fietspad ongeveer een halve kilometer, om dan via een mooi pad tussen de weiden al snel weer in Langerwehe arriveert.

Weiden nabij Langerwehe

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.