Loser, Hochanger en Bräuningzinken

Loser, Hochanger en Bräuningzinken

Wandeltijd: 4,5 uur, inclusief rustpauzes (totale afstand 8 km)
Hoogteverschil: totaal 870 m
Laagste punt: 1600 m (Loseralm)
Hoogste punt: 1899 m (Bräuningzinken)
Moeilijkheidsgraad: gemiddeld (als bergwandeling, we vergelijken hier niet met een tochtje in de Voerstreek!). Prima doenbaar als je enigszins in conditie bent, maar je hoeft geen Iron Man-gestel te hebben.
Park&Hike: Parkeerplaats Loseralm.  Parkeren is gratis, maar je bereikt de Loseralm via de ‘mautpflichtige’ Loser Panoramastraße (€ 16,00 in 2019)
Openbaar Vervoer: De Narzissenjet (soort belbus) brengt je eventueel tot aan de ‘Loserarena’ aan het beginpunt van de Panoramastraße, maar dichterbij kan je niet komen.  Vanaf dat punt kan je eventueel te voet naar de Loserhütte en daar inpikken richting Loser.  De tocht wordt dan natuurlijk een stuk langer en daardoor zwaarder.
Horeca: Loseralm

Vanuit ons hotel in Bad Aussee hadden we een prachtig zicht op het Loser-massief (zie eerste foto bij deze wandeling).  Om daar te gaan wandelen was dan ook heel aanlokkelijk.

Voor mij was deze tocht echt het hoogtepunt van onze vakantie (die overigens in mineur eindigde toen ik twee dagen later bij een poging tot fietstocht richting Hallstättersee lelijk ten val kwam en mijn schouder brak (mij krijgen ze niet meer op zo’n e-mountainbike!)

“Bad Aussee, nooit van gehoord”, die reactie hoorden we regelmatig als we over onze vakantieplannen vertelden.  En inderdaad, In het hele Ausseerland hoor je nauwelijks een andere taal dan Duits spreken.  (De enige Belg die we er ontmoetten, woonde trouwens in Wenen.)  Maar toeristisch is het er zeer zeker wel… Maar je ontmoet er hoofdzakelijk Oostenrijkers, die de streek als één van de mooiste van hun toch niet onaardige land beschouwen.  En ik kan ze geen ongelijk geven.  De bergen zijn er nochtans niet hoog.  Het Dachsteinmassief haalt bijna 3000 meter, maar de bergen in de onmiddelijke omgeving van Bad Aussee halen nauwelijks de 2000.  Toch is de natuur er vaak heel ruig, en daar haalt het ‘Totesgebirge’ (waar het Losermassief een uitloper van is) trouwens haar naam vandaan.  

Wij maakten deze tocht op een zonnige dag (in België werden temperatuur van 40° voorspelt, en ook al was het in Oostenrijk ook warmer dan normaal, op deze hoogte was het ‘maar’ zo’n 25°).  We kozen ervoor om al rond 9:00 u te vertrekken, en om de tocht in wijzerzin te maken, en dat bleek een goede keuze.
Het eerste stuk van de beklimming van de Loser is dan immers nog heel erg rustig. Je beklimt dan bovendien als laatste de hoogste top die dan met recht de bekroning vormt (en het tweede deel van je tocht verloopt in alle rust.  Doe je de tocht omgekeerd, dan is het allicht nog veel drukker wanneer je eindelijk de Loser bereikt.)

Vertrekken doen we dus aan de ‘dalkant’ van de parking van Loseralm,  en niet via het pad dat verderop vanaf de parking vertrekt en door de meerderheid van de wandelaars wordt gekozen.
De route loopt langs het vertrekpunt van een paar skiliften, daarna over de grazige hellingen van Sechserfleck en door een smal dal omhoog naar de Loser. Boven in dat dal zie je van rechts de wandelaars komen die de Loser vanuit de andere richting benaderen.  We gaan mee linksaf, en weten nu al waar we straks naartoe moeten!

Op de Loser (1837 m) heb je bij helder weer een prachtig uitzicht in de richting van de Altausseer See en verder naar het Dachsteinmassief.  Wellicht zie je kletteraars via de Sissi-steig naar boven komen.

We keren op onze stappen terug, om aan het kruispunt een stukje lager nu niet rechtsaf terug te gaan in de richting van de Loserhütte (die staat ergens in de buurt van de skiliften), maar rechtdoor te lopen, en bereiken al snel de Hochanger (1837 m).  Die top is net zo hoog als de Loser, maar lijkt om één of andere reden toch maar een molshoopje.  We vervolgen de weg in oostelijke richting, en komen opnieuw aan een drukbezocht punt, het Loserfenster.   Hier is het even opletten: we volgen niet het drukbelopen pad langs de zuidwestelijke over van de Augstsee, maar gaan die aan de noordrand voorbij.  We blijven het pad dat stilaan in noordelijke richting buigt volgen.  (Als je wil, voeg je nog een vierde top aan het rijtje toe, en maak je een uitstapje naar de Greimuth, 1871 m).  Wij lieten de Greimuth letterlijk links liggen en volgden het pad rechtdoor richting Bräuningzinken.  De drukte heb je nu al lang achter gelaten en je hebt bijna het gevoel nu de bergen voor jou alleen te hebben!

Na een vrij lange traverse kom je aan een splitsing waar je rechtdoor en omhoog naar de Brauningzinken (1899 m) klimt, of (straks) rechtsaf (en dan kom je van de andere kant en is het dus naar links!) rustig afdaalt naar de Bräuningalm, en dan verder naar de Loseralm (waar je op het terrasje van een verdiende verfrissing kan genieten!)

Vooral in het tweede deel van de tocht, nadat je het Loserfenster achter je hebt gelaten, krijg je een indruk van de ruige en soms bizarre karstformaties waar het Totes Gebirge zo bekend voor is.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.