Vlier – Sambucus nigra

Vlier - Sambucus nigra. Foto: UrbanLegend - Creative Commons License

De vlier is één van mijn favoriete struiken (maar ik geef toe dat dat lijstje bij mij héél erg uitgebreid is). Veel mensen beschouwen hem als weinig meer dan onkruid, en inderdaad, een vlier verspreidt zich erg gemakkelijk, maar je krijgt er zoveel van…

Het is dan ook niet verwonderlijk dat de vlier, na de alruin, wellicht de Europese plant is waar het meest folklore, verhalen en legenden omheen hangen…

Beschrijving

Vlier – Sambucus nigra: een grote, bladverliezende struik waarvan de jonge twijgen nauwelijks verhout
zijn. Bij het ouder worden ze houtig, en krijgen een grijsbruine kleur, zijn wat wrattig van aspect en vertonen dan grove lengteribbels. De takken bevatten een zacht sponsachtig wit merg.
De vijf- tot zevendelig geveerde bladeren die na kneuzing wat onaangename geur verspreiden, hebben bij de soort een donkergroene kleur. Vroeg in de zomer bloeit de vlier en tooit zich dan met honderden vlakke schermen met roomwitte bloemetjes, die zich in de loop van de zomer tot zwarte besvruchten ontwikkelen.
Een in de natuur voorkomende variëteit van de gewone vlier is de peterselievlier (S. nigra laciniata), die diep ingesneden bladeren heeft. Cultuurvariëteiten zijn o.a. S. nigra ‘Aurea’, die helder geelgroene bladeren heeft, S. nigra ‘Guincho Purple’ (syn. S. nigra ‘Purpurea’), met donkerpaarse bladeren en bloesems die roze lijken door de rozerode meeldraden, en S. nigra ‘Marginata’, met witgerande bladeren. (Als in de wetenschappelijke benaming van een plant de variëteitsnaam tussen aanhalingstekens staat, gaat het om een gekweekte vorm, is dat niet het geval, dan komt de variëteit ook in de natuur spontaan voor.)

S. ebulus – Kruidvlier: Ik beschrijf deze hier kort om verwarring van deze meer giftige soort met de gewone vlier te vermijden. De kruidvlier is geen echte struik, maar eigenlijk een vaste plant, die in het najaar afsterft en in de lente weer uitschiet. De stengels zijn dan ook niet echt verhout , en de struik blijft kleiner dan de zwarte vlier (hooguit anderhalve meter). De bladeren zijn zeven- tot elfdelig geveerd, en de struik bloeit wat later dan de Zwarte Vlier.
Hoewel de struik in de fytotherapie wel eens wordt gebruikt, is hij in alle delen giftig, en moet dus omzichtig gebruikt worden.

S. canadensis – Amerikaanse vlier: lijkt uiterlijk sterk op de gewone vlier, maar is in al zijn onderdelen wat giftiger.

S. racemosa – Bergvlier: kleiner dan de gewone vlier, en de bloeiwijzen zijn eerder trossen dan schermen. De bessen zijn niet zwart maar rood.

(Terug naar boven)

Teelt en oogst

Eigenlijk behoeft dit nauwelijks verdere uitleg, de Vlier voelt zich goed in de meeste tuingronden, met een voorkeur voor een vochtige, (stikstof)rijke, neutrale tot alkalische bodem en een plek in zon of halfschaduw. In de natuur treft men de vlier aan in hagen en bosranden.

De vlier kan in het voorjaar vermeerderd worden door stekken of door afleggen. Met zaaien helpen de vogels je een handje…

Medicinaal Gebruik

Inhoudstoffen

Bloesem: tot 3 % flavononoïen (waaronder rutine, isoquercitine en kampherol) sambunigrine (een hydrocyaan-glycoside), tannines (looistoffen), essentiële oliën en slijmstoffen.

Vlier - Sambucus nigra. Foto: Roger B. - Creative Commons LicenseBessen: invertsuiker, fruitzuren, tannines, Vitamine A, C en P, anthocyaan-pigmenten, sporen etherische olie.

Bladeren: cyanogene glycosiden

Eigenschappen

Schors: sterk laxerend, braakverwekkend, vochtafdrijvend

Bladeren: extern verzachtend en wondhelend, intern sterk laxerend, hoeststillend, vochtafdrijvend en
transpiratiebevorderend

Bloesem: transpiratiebevorderend en slijmlossend

Bessen: transpiratiebevorderend, vochtafdrijvend en laxerend

Gebruik

Heel wat kruidenboeken noemen de Vlier ‘een volledige medicijnkist op zichzelf’ (zouden ze bij mekaar gespiekt hebben?).
En de kruidenkundige John Evelyn verklaarde in vroeger tijd: Als de medicinale eigenschappen van de bladeren, schors, bessen enz. voldoende zouden bekend zijn, dan zou ik niet kunnen zeggen aan wat voor ziekte de mensen op het platteland nog zouden kunnen lijden waarvoor ze niet in elke vlierhaag een remedie zouden kunnen vinden.

De bladeren worden gebruikt bij kneuzingen, verstuikingen, wonden en winterhanden.
De bloesems zijn dan weer uiterst waardevol in de behandeling van verkoudheden en ‘grippale syndromen’ (‘griepjes’, dwz virusinfecties van de luchtwegen gepaard gaande met koorts) en griep. Ook bij allerhande aandoeningen van de bovenste luchtwegen die gepaard gaan met verhoogde slijm- en vochtafscheiding (hooikoorts, sinusitis) kan vlierbloesem goed worden toegepast, en ook bij gehoorsvermindering tijdens verkoudheden bewijst die zijn diensten (die lastige ‘stoppen in je oren’ bij verkoudheid). Bij een verkoudheid kan, door de zwelling van de slijmvliezen, de buis van Eustachius (een verbinding tussen de keel en het middenoor) afgesloten raken. Daardoor ontstaan drukverschillen tussen middenoor en gehoorgang, en als gevolg daarvan kan het trommelvlies minder goed trillen, met een tijdelijk verminderd gehoor als gevolg.
Bij verkoudheid en koorts kan vlier gecombineerd worden met Pepermunt, Duizendblad of eventueel Hyssop.

Vlierbessen kan je gebruiken voor dezelfde indicaties als vlierbloesem (uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat vlierbessen een stof bevatten die de werking kunnen belemmeren van het enzyme dat de griepvirussen gebruiken om lichaamscellen binnen te dringen.), en ze komen bovendien ook van pas bij reumatische klachten.

Cosmetisch gebruik

Vlierbloesem wordt beschouwd als tonisch voor de huid, is licht astringerend (trekt de bloedvaatjes wat samen) en kan daarom nuttig zijn bij couperose, en wordt vaak aangeraden om sproeten en huidverkleuringen te bleken en om de huid een wat lichtere teint te geven. Tenslotte heeft het kruid reinigende eigenschappen.

Gebruik als verfstof

Vlierschors geeft met ijzersulfaat als loog een grijsbruine tot zwarte kleur aan wol en katoen, en met aluin als loog een gele tot bruine kleur aan katoen
Vlierblad geeft met aluin als loog een gele tot groene kleur aan wol en katoen.

(Terug naar boven)

Naamgeving

‘Sambucus’ is afgeleid van het Grieks ‘sambuke’, dat fluit betekent. Inderdaad maakte men van oudsher fluitjes uit de jonge twijgen, wat je nu bij ons nog terug vind in het woord ‘Flierefluiter’ (‘Vlierefluiter’), dus iemand die ‘tijd genoeg’ heeft om zich te amuseren met het maken van en spelen op een vlierfluitje… In het Italiaans bestaat nog het woord ‘Sampognia’ waarmee een fluitje uit vlierhout wordt bedoeld.

Het Nederlandse ‘Vlier’ is een samentrekking van het Middelnederlandse ‘Vlieder’. De herkomst van dit in een beperkt taalgebied voorkomend woord is onbekend.

Verder valt mij op dat de Vlier in verschillende talen erg verschillende benaming heeft (E. Elder, D. Hollunder en Fr. Sureau). Het Duitse Holunder heeft allicht een verband met Vrouw Holle. Het Engels Elder (dat ook verband houd met de Lady Ellhorn) zou dezelfde stam hebben als het Angelsaksiche “Ellaern” of “Aeld”, dat ‘vuur’ of ‘aansteker’ betekent, omdat de holle twijgen gebruikt werden om een vuur aan te maken.
Nederlandse volksnamen voor de vlier zijn Vlierder, buizerhout en klokbushout. De kruidvlier wordt wel lage vlier, dwergvlier of wilde vlier genoemd.
(In de Duitse taalgebieden bestaat de volksnaam ‘Frau Holle’ voor Vlier, en in de Groot Brittanië heeft men het hier en daar over ‘Ellhorn’, ‘Lady Ellhorn’, ‘Old Lady’ en Ellanwood, maar ook over ‘boortree’, bourtree’ (Schotland), bountry’. Die zeer verschillende benamingen zijn overigens al een aanwijzing op zich van de grote betekenis die de vlier altijd voor de mens gehad heeft: hoe meer volksnamen een plant heeft, en hoe meer die van elkaar verschillen, des te meer heeft men op verschillende plaatsen onafhankelijk van elkaar de waarde van de betreffende plant herkend.

Volksnamen

Nederlands: Vlierder, buizerhout, klokbushout
Engels: Black Elder, European Elder, Ellhorn, Lady Ellhorn, Old Lady Ellanwood, boortree, bourtree (Schotland), bountry, Black-berried elder, Pipe tree, Common Elder, German elder, Aeldrum (Anglo-Saxon).
Duits: Frau Holle, Schwarzer Holunder, Holler, Hollerbusch, Flieder, Ellhorn, Elderbaum, Schwarzholder
Frans: surreau

(Terug naar boven)

Geschiedenis en Folklore

De Vlier wordt al van in de oudheid als een uiterst waardevolle struik beschouwd: In Zwitserland heeft men in nederzettingen, daterend uit het stenen tijdperk, vlierpitten gevonden in zodanig hoeveelheden dat dit er op wijst dat de bessen als voedsel werden gebruikt.
Voor de Germanen was de Vlier een heilige struik gewijd aan Thor, de Vlier bood bescherming tegen boze geesten, door die naar zich toe te trekken. Je mocht daarom niet zomaar een Vlier omhakken, doch moest altijd eerst je respect betonen. (Begin 20ste eeuw werd in sommige gebieden nog gezegd: ‘Voor de vlier moet je je hoed afnemen’ – waarmee nog iets van dat oude respect duidelijk wordt.)
Ook het snoeisel werd niet verbrand, maar op de grond gelegd zodat de erin aanwezige geesten stilletjes de grond in konden kruipen.
Wie zich onzeker voelde zocht een oude vlierstruik op. Je pakte die dan goed vast en concentreerde je, en na een tijdje voelde je je zelfvertrouwen terugkomen.
Met een eenvoudig rijmpje kon je je jicht ook aan de Vlier overdragen: ‘Vlier, ik heb de jicht, jij hebt ze niet – Neem ze me af, dan heb ik ze niet!’.

Sambucus nigra - gewone vlierBij elke woning werd een vlierstruik geplant, en Vrouw Holle, Vrouw Ellhorn of Hyldemoer die er in woonde, zorgde dan voor het gezin dat er woonde. (Een verklaring voor deze bescherming ligt erin dat vliegen over het algemeen de vlier mijden, en dus ook minder gauw zullen binnenvliegen in een keuken of een stal waar een vlier voor deuren of open vensters staat… er zullen dan ook minder besmetting worden binnengebracht!).
Vrouw Holle is overigens een andere benaming voor de Germaanse godin Hel, de koningin van de onderwereld, die ook een taak had in het begeleiden van de geesten van het overledenen naar het schaduwland.
Deze associatie van de vlier en haar hoedster met de door bestond overigens niet alleen bij de Germanen: Ook voor de Kelten had de Vlier een betekenis als verbinding met de onderwereld, en nog lang werd door doodgravers een takje vlierbloesem op hun hoed gestoken als ze ergens een overledene gingen ophalen (ook de zwepen, gebruikt door de koetsiers van de rouwkoetsen hadden een vlierhouten handvat – een zweep om vee op te drijven werd daarentegen nooit van vlierhout gemaakt).
Deze associatie met de dood bestond trouwens al veel langer: Zowel in de oude als in de nieuwe steentijd werden pijlpunten gemaakt in de vorm van een vlierblad, en in oude begraafplaatsen vind men soms openingen in de vorm van een vlierblad tussen twee kamers. Lange tijd werden er vliertwijgjes begraven met de doden om hen te beschermen tegen kwade geesten, en ook na de kerstening kregen overledenen vaak een kruisje uit vliertakken mee.
Zoals wel meer met macht beladen bomen en struiken kreeg de Vlier na de kerstening van onze streken een eenzijdig slechte reputatie: Zo zou Judas zich aan een vlier hebben opgehangen, nadat hij zich eerst een oor had afgesneden. Dat oor groeit nu nog altijd op oudere vlierstruiken: een (eetbare) zwam die inderdaad judasoor heet. Ook zou het kruis waaraan Christus werd gekruisigd van vlierhout zijn gemaakt. Het lijkt weliswaar zeer onwaarschijnlijk dat dat hout stevig genoeg is om voor dat doel dienst te doen, maar de verklaring ervoor is terug te vinden in een oud Schots rijmpje dat aangeeft dat net zijn broosheid en kleine gestalte een straf zijn voor de vlier omdat hij zich leende tot het vervaardigen van een kruis:

Bour-tree, bour-tree, crookit rung,
Never straight and never strong,
Eer bush, and never tree,
Since our Lord was nailed t’ye

In bepaalde streken in Duitsland bond men in de maand mei een blauw lint (de kleur van Freya) in de vlierstruiken, en bad men vervolgens tot Maria. Was de Vlier ‘onschuldig’, dat gebeurde er niets, was hij daarentegen van de duivel bezeten dan begon hij te wiegen en met zijn takken te slaan. Na een tijdje stopte dit akelig vertoon en kon de struik rustig verder leven, de duivel was dan op de loop gegaan.

Niet alleen in onze contreien was de Vlier van oudsher een uiterst belangrijke boom, ook in het Mediterrane gebied wist men hem te waarderen:
Hippocrates, de ‘Vader van de Geneeskunde’ beschreef al het gebruik van vlierbessen bij oedemen. Plinius wist dan weer te vertellen dat de bessen, de bladeren en de wortel van de Vlier, afgekookt in oude wijn, weliswaar maaglast kunnen veroorzaken, maar ook water uit de onderbuik afdrijven. We weten ook dat de Romeinen het vlierbessensap als haarverf gebruikten.
De bekende Romeinse kok en fijnproever Apicius gebruikte vlierbessen in een bereiding met peper, wijn, ‘garum’, olie, rozijnen en eieren. Tragus tenslotte gebruikte de in wijn afgekookte schors als laxeermiddel.

Dichter naar onze tijd – en opnieuw naar onze streken – toe, komen we bij Dodoens (1513-1585) die de Vlier beschrijft als waterafdrijvend, transpiratiebevorderend en laxerend. Zijn tijdgenoot Matthiolus (1500-1577) geeft een recept waarvan hij garandeert dat het absoluut werkzaam is om bij (nier)steenlijders de stenen af te voeren: Neem 50 perzikpitten, 100 kersenpitten, een handvol vlierbessen en twee pond malvezij. Doe dit alles in een aarden pot en laat die tien dagen op een warme plek staan. Zeef daarna de hieruit ontstane likeur en drink er een glas van voor de maaltijd.
In de vorige eeuwen bereidden veel apothekers ‘vlierazijn’ door 2 ons gedroogde bloesem te overgieten met een liter goede azijn. Dit liet men vervolgens een weekje in de zon trekken, of wat langer op de schoorsteenmantel. Van het filtraat kon men vervolgens dagelijks ëën tot twee eetlepels gebruiken voor een veelheid van doeleinden: men beschreef de azijn als reinigend, transpiratiebevorderend, diuretisch en anti-reumatisch… werkingen die ook nu nog onderschreven worden.

Volkse tradities die nog lang hebben bestaan is het gebruik om op Sint-Jan, of met midzomer, bij het haardvuur – de zetel van de huiselijke beschermgeesten – een vlierkoekje of vlierbloesembeignet te eten, men kreeg dan een jaar lang geen koorts.
Als een jong meisje trouwens op midzomeravond een bloeiend vliertwijgje (met de linkerhand geplukt) achter haar bed hing, zou ze de hele nacht over haar toekomstige echtgenoot dromen.
In bepaalde delen van Schotland was de Vlier al bijna even belangrijk als de lijsterbes in het afweren van vervloekingen en betoveringen. Kruisjes gemaakt uit vliertakjes werden in stallen en schuren opgehangen om het vee te beschermen.

(Terug naar boven)

Magisch gebruik

De vlier wordt beschouwd als een vrouwelijke struik, horend bij de planeet Venus en het element lucht.
‘Vlier’ kan staan voor ‘Crone’ (wijze, oude vrouw), het Schaduwland, Litha, verdediging tegen, afbuiging en verdrijving van negatieve krachten, visioenen, contact met de geesten.

Als een zichzelf respecterende ‘groene’ heks een tuin van enige omvang heeft, zou daarin zeker een vlier moeten staan. De vlier verdrijft negatieve invloeden, en kan gebruikt worden in zegeningsrituelen. Op Litha konden wezens uit de elfische wereld rond de struik worden gezien, zeker als je je ogen vooraf gebet had met het sap uit de groene twijgen, en op diezelfde Sabat kan je de bloesems gebruiken als altaargave. In de Schotse traditie is het op Samhain dat je staande onder een vlierstruik, de elfen voorbij kon zien rijden .

Een 17de eeuws manuscript beschrijft een beschermend amulet uit vlierhout: Je plukt een vliertwijg in oktober vlak voor volle maan. Het hout van dat twijgje dat zich tussen twee ‘knopen’ in bevindt, breek je in negen stukjes, die je in een linnen doekje bindt en om je hals draagt zodanig dat ze je hart raken. Je houdt het amulet om tot de draad breekt, en begraaft het dan op een plek waar het niet kan gevonden worden.

Vraag, vooraleer je enig deel van de vlier gebruikt, altijd toestemming aan Hecate of aan de dryade/deva die in de vlier woont. Gebruik echter nooit vlierhout om het (in je ketel of als wierook) te verbranden: In de Wiccan Rede wordt in paragraaf 14 gesproken over de 9 soorten hout die je in je ketel verbrand, zonder die soorten te specifiëren, zodat ieder die naar wat er in zijn omgeving groeide kon uitzoeken (Nine woods in the Cauldron go -burn them quick and burn them slow), doch in paragraaf 15 wordt duidelijk dat er één soort hout is die absoluut niet gebruikt mag worden: Elder be ye Lady’s tree – burn it not or cursed ye’ll be.

(Terug naar boven)

Deze buttons respecteren je privacy (zie info):
sig

23 reacties op “Vlier – Sambucus nigra

  1. Wat een prachtige en heerlijke + inspirerende verhalen schrijf je toch steeds weer. Over het een wat langere verhalen dan over het andere. Terecht dat je vrij uitegbreid schreef over de bij ons van origine inheemse Vlier. Ik heb vroeger ook vele liters thee van de bloesems gedronken, zowel van verse als van gedroogde bloesems . Die laatste vond ik altijd wat minder lekker en dat was niet omdat ie em verkeerd gedroogd had, drogen is een vak an sich.

    Ook van de bessen maakte ik jarenlang jam, maar door de toevoeging van gerafinneerde suiker ben ik daarmee gestopt. Ik ben zowieso geen zoetekauw maar als er dan toch iets gezoet moet worden zweer ik tegenwoordig bij Honing.

    Sorry voor bovenstaand gewauwel, waar ik naartoe wilde was een andere toepassing van de delen van die Vlier waar ik ooit over las en die ik heb geprobeerd toe te passen doch zonder zichtbaar succes en het is iets wat ik niet in jouw verhaal las, al kwam je dicht in de buurt: je schreef dat Vliegen de plant veelal mijden en wat ik indertijd las was dat als je gekneusde bladeren over bijv, je handen en armen wreef dat dan niet gestoken zou worden door Muggen. Nou dat kwam me duur te staan zeg 🙁

    Het wel of niet gestoken worden door Muggen is overigens weer een verhaal apart: Volgens sommigen is dat afhankelijk van je bloedgroep en resusfactor maar ken ook verhalen dat het te maken heeft met de zuiverheid van je bloed (ik bedoel niks racistisch) dus in hoeverre er afvalstoffen in je bloed zitten van voorgaande consumpties of door andere oorzaken.

  2. Men vertelt mij dat een vlier geplant tussen een haag de aangrenzende bomen dood maakt, ik geloof dat niet, kunt U dat voor mij uitzoeken ?
    MVG Sabine

  3. @sabine: Dat hoef ik niet uit te zoeken… Neem van mij maar aan dat dat echt niet zo is.
    In onze haag staan een paar vlieren. Eén er van is onlangs van ouderdom doodgegaan, maar de aangrenzende bomen en struiken zijn allemaal springlevend.

  4. Ik wist wel dat de vlier dat niet doet, de buurman heeft dit uit zijn duim gezogen, hij heeft onze eeuwenoude haag kapotgesproeid en is met deze uitvlucht gekomen, bedankt voor de informatie.

  5. Wat ik zelf, naast jam en siroop, ook van vlierbessen heb gemaakt is wijn/port. Dit heeft echt een heel lekker resultaat opgeleverd. Als je er niet te veel van drinkt heeft het een verwarmend effect en werkt het erg goed bij verkoudheid.
    Ik heb hierover ook gelezen dat in Engeland vlierbessenport werd gemaakt als vervanging voor de echte (van druif uit Portugal) wat resulteerde in de ontdekking van de werking hiervan tegen reuma.

  6. @Tjeerd: Leuk te horen…
    Ik heb mij nog nooit gewaagd aan het maken van fruitwijnen, dus daar heb ik totaal geen ervaring mee…

  7. hallo,

    ik wil linnen verven met vlierbessen, hoeveel vlier moet ik gebruiken? heb het ergens gelezen, maar ben het kwijt

    • Hallo Luuk,
      Ik wil graag wol verven met vlierbessen maar heb nog niet kunnen vinden hoeveel je dan moet gebruiken. Misschien heb jij ondertussen antwoord gekregen op je vraag en zou je dat willen doorgeven?

      • Ik denk dat dat vooral een kwestie van ‘trial and error’
        Aluin wordt in elk geval als loog gebruikt bij het verven met vlierbessen.

        Een vuistregel die wel eens wordt aangeraden: starten met gelijke hoeveelheden plantenmateriaal en water en daarmee een kleine hoeveelheid stof verven. Op basis van de ervaring daarmee de hoeveelheden aanpassen…
        De intensiteit van de kleur is behalve van de hoeveelheid plantenmateriaal ook afhankelijk van de tijd dat je de stof laat trekken (en bij ander plantenmateriaal dan bessen ook van de tijd dat je de planten vooraf laat trekken).

  8. ik heb ook wel jam gemaak maar dan 50/50..50%vruchten en 50
    50%suiker. en wat moet je nou doen om vlierbloesemsiroop langer te bewaren?

  9. zijn er meer struiken met de vlierbes. ik ken nl die met het blad met kartelrandje, maar er is bij mij ook een struik met bijna de zelfde bessen , alleen dan is het blad niet gekarteld, meer gladder en breder. mijn vraag is dus is dat ook een vlierbes en kan ik die op de zelfde manier gebruiken als de andere met het kartelrandje?

  10. Hoy Marion, ik ben een verwoed spinster en daarbij vind ik wol verven met natuurlijke materialen zalig. Zorg als eerst dat je voldoende wol hebt om te verven van tweemaal hetzelfde kleur kan je nooit bekomen. Om te verven met vlier bessen (ook de bladeren en takken kunnen gebruikt worden maar geven dan een andere kleuren schakering) moet je de wol eerst voor beitsen(methode idem als verven) met aluin (30 gr aluin voor 100 gr wol). De vlier bessen laat je eerst opkoken in ruim wat water en laat deze dan een hele dag en nacht trekken. De wol uitspoelen nadat het is afgekoeld in het aluin bad. Dan het verfbad opwarmen (=- 40° C)en de wol toevoegen. Laten verhitten tot een 90 °C een een uurtje de wol in het verfbad laten sudderen. Laten afkoelen in verfbad. Wol uitspoelen en in spoelbad een weinig ammoniak om de kleur intenser te maken.
    De verhouding om te verven met planten is :
    -De hoeveelheid verse planten = 4 maal de hoeveelheid wol
    -Je hebt minder gedoogde planten nodig voor dezelfde
    hoeveelheid wol. 200 a 300 gr op 100 gr wol.
    Heel veel succes met het verven.
    Grtjs Annick.

  11. Ik wil graag zelf vlierbessensiroop maken.
    Maar hoe weet ik nu zeker dat ik de goede vlier hebt.
    Ik kan geen plaatje vinden van de amerikaanse vlier.
    Kun je mij vertellen wat het verschil is tussen de gewone vlier en de amerikaanse?

  12. Beste Luuk, Marion, Annick,
    Wol verven (dierlijk vezel)is een heel andere zaak dan linnen/katoen (celluloze vezel).
    Het bijtsen van die laatste groep is niet simpel en bewerkelijk.
    Wol is veel gemakkelijker maar volgens mijn informatie is vlier, net als bv. braam en (bos-)bes, niet licht- en wasecht. Er zijn veel betere natuurlijke verfstoffen te vinden. Het Groot Plantaardig Verfboek van Iet v.d. Vrande geeft je heel veel informatie.
    Succes!
    Yetta

  13. Hoi ,

    wij maakten in 2008 voor ’t eerst een vlierbloesembier , dat werd zo’n succes dat we in 2011 een brouwerij zijn gestart …

    toetëlèr is vlierstrik in ons regio dialect , …

    ook maken we fluitjes ( toetjes ) van de takken

    http://i1031.photobucket.com/albums/y376/erwinduts/flotsfluitje.jpg

  14. Hallo, ik wilde vragen of je de bessen ook in zijn geheel kunt invriezen voor de winter bijvoorbeeld. Ik had van een kruidenvrouw gehoord dat de pitten uit de bessen blauwzuur bevatten, moet je dan voordat je ze invriest de pitten eruit halen?

    Groetjes Maud.

    • De pitten bevatten inderdaad blauwzuur. Dat pitten giftig zijn komt vaker voor. Vaak betreft het ook een gif op basis van cyanide, maar deze twee giffen worden geheel afgebroken bij stevige verhitting, wat gebeurt bij het maken van jam of saus hiervan. Het invriezen van verse vruchten is af te raden aangezien de celstructuur aangetast wordt en je na ontdooiing wel eens de eigenaar zou kunnen worden van een onsmakelijke drap. Dit is de rede waarom men de vruchten zo snel mogelijk inmaakt, zodat men door de gehele winter een bron van vitamines had. Bedenk als je zeer schoon te werk gaat, de jam van vlierbessen (ongeopend) makkelijk 6 jaar meegaat. Als bonus zal zelfs blijken dat de Jam na-rijpt en zelfs nog stukken lekkerder wordt. (dit is uit eigen ervaring) Dat ons voedsel vaker in verband wordt gebracht met gif, is de gewoonste zaak van de wereld. Neem bijvoorbeeld de tomaat. Prima voedsel, terwijl de plant waaraan hij groeit in zijn geheel giftig is.

      • Dankjewel voor de aanvulling…
        Overigens: Cyanide en blauwzuur zijn eigenlijk synoniemen. Het omvat een hele groep van scheikundige verbindingen die een -CN-groep bevatten.
        Zo is er bv HCN, blauwzuurgas of waterstofcyanide, KCN, cyaankali…

        Wat je in pitten van vlierbessen, maar ook in amandelen, pruimen- en kersenpitten, maar ook in appelpitten e.d. vindt zijn zgn Cyanogene glycosiden.
        Een glucoside is een verbinding bestaande uit een suiker- en een niet-suikergedeelte. Bij de cyanogene glucosiden is dat niet-suikergedeelte natuurlijk de -CN-groep.
        Wanneer die cyanogene glucosides door enzymes (ook in het fruit aanwezig) gesplits worden, komt blauwzuurgas vrij.
        AnneTanne recently posted…Van Juffers bij Beken in Bossen en WeidenMy Profile

Laat een reactie achter op sabine Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge