Series: Zwartmoeskervel

Zwartmoeskervel – vers groen in winterse dagen

Dit bericht is deel 1 van 7 in de reeks Zwartmoeskervel

Zwartmoeskervel – een vergeten groente

Zwartmoeskervel - blad
Zwartmoeskervel – Smyrnium olusatrum

Eigenlijk hou ik niet van de benaming ‘vergeten groente’.
In de eerste plaats zijn vele ‘vergeten groenten’ echt zo vergeten niet. En andere ‘vergeten groenten’ zijn vaak niet vergeten, maar ‘nog maar net in Europa bekend geraakt‘.

Maar zwartmoeskervel… Tja, zwartmoeskervel mag je wat mij betreft wel degelijk een vergeten groente noemen…
Maar voor ik de zwartmoeskervelse geschiedenis induik (nee, niet vandaag, dat is voor volgende week!), eerst wat meer over de teelt van deze uiterst gemakkelijke groente.

Zwartmoeskervel in de tuin

Ik zag zwartmoeskervel voor het eerst in de tuin van Lieven David, ondertussen toch al wat jaren geleden. En Lieven zou Lieven niet zijn, als hij mij niet verschillende keren wat zaad van die plant zou hebben meegegeven.
Mijn ervaringen met zwartmoeskervel

Zwartmoeskervel in de keuken

Dit bericht is deel 2 van 7 in de reeks Zwartmoeskervel

De smaak van Zwartmoeskervel

Verwacht geen anijs-achtige kervelsmaak als je zwartmoeskervel op je bord krijgt. De smaak zweemt wat naar die van zevenblad en pastinaak, met misschien een vleugje selder. Andere mensen noemen de smaak weer een kruising tussen peterselie en engelwortel.
Zelf zou ik de smaak als ‘aards, grondig’ beschrijven. Het mist de frisheid van selder, en heeft daarentegen een licht-bittere toets. Maar je zal dus zelf moeten gaan uitproberen hoe deze groente jou bevalt.

Zwartmoeskervel
Zwartmoeskervel

Gebruik van Zwartmoeskervel

Je kan het blad van zwartmoeskervel gebruiken als toevoeging in allerhande soepen en stoofpotjes, maar eigenlijk is elk deel van de plant eetbaar. (Net als van die andere schermbloemige die ik hier op mijn blogje eens beschreef: de Roomse Kervel).
Zelf heb ik nog niets anders dan het blad gebruikt: Mijn planten hebben nog nooit gebloeid, dus geen bloeistengels of bloemen, en de wortel opgraven zou ik jammer vinden…
Meer over het culinaire gebruik… en een receptje!

Zwartmoeskervel doorheen de geschiedenis

Dit bericht is deel 3 van 7 in de reeks Zwartmoeskervel

Vergeten groente? Vergeten groente!

Vorige week schreef ik al, dat je zwartmoeskervel terecht een vergeten groente kan noemen.
In de klassieke oudheid vinden we heel wat verwijzingen naar het gebruik van deze plant, zowel in de keuken als medicinaal.
En ook in de Middeleeuwen was zwartmoeskervel zeker geen onbekende.

Botanische prent van Zwartmoeskervel
English Botany, or Coloured Figures of British Plants, ed. 3, vol. 4: t. 631 (1865)
Maar tegenwoordig vind je geen zwartmoeskervel in de supermarkt, en ook in de meeste moestuinen is het een grote onbekende.
In Vlaanderen vind je het hier en daar in Velt-middens, dankzij ambassadeurs als Lieven David en Hugo D’hooghe.
De meeste recepten voor zwartmoeskervel vind je op Engelse websites, en die gaan er vrijwel stuk voor stuk vanuit dat je de zwartmoeskervel in de vrije natuur gaat oogsten. In Engeland zou je de plant in de kuststreken in het zuiden nog regelmatig kunnen tegenkomen. In België is ze in het wild zo goed als onvindbaar, getuige dit kaartje van de ‘vindplaatsen’ in België in de laatste drie jaar. In Nederland wordt de plant hier en daar aan de kust, en vooral op Texel aangetroffen, maar het is ook in Nederland een zeer zeldzame plant. Niet in het wild oogsten dus!
Het is weliswaar geen ‘echte’ inheemse plant, maar een zogenaamde archeofyt: een plant die zich voor 1492 en met behulp van de mens in onze contreien gevestigd heeft.

Zwartmoeskervel in de prehistorie

Oorspronkelijk is Zwartmoeskervel – zoals de meeste archeofyten – afkomstig uit Klein-Azië en het gebied rond de Middellandse zee.
Op ‘Seedaholic.com’ wordt beweerd dat er aanwijzingen zijn dat de plant al werd verzameld in het neolithicum (vanaf 11.000 voor Christus), en dat ze al gekweekt werd in het ijzertijdperk.

De klassieke oudheid

In de vierde eeuw voor Christus was Zwartmoeskervel een erg populaire groente in het rijk van Alexander de Grote (daar komt dus de Engelse naam Alexanders vandaan!), en de Griekse botanist Theophrastus maakte in die periode melding van het gebruik van de plant. De stengels werden als groente bereid (zoals tegenwoordig bleekselder), en de zaden werden gebruikt als kruiderij.
Hoe het de Zwartmoeskervel daarna verging lees je hier…

En waarom heet dat Zwart-Moes-Kervel?

Dit bericht is deel 4 van 7 in de reeks Zwartmoeskervel

Zwartmoeskervel - zaad
Zwartmoeskervel, zaad (Parque Natural de las Sierras Subbéticas – Cabra (Cordoba))
Foto: Jaoquím Ramírez ©
 
 
Met voorsprong de boeiendste lessen Nederlands uit mijn middelbareschooltijd waren de lessen etymologie. Ongelooflijk interessant vond ik het, om te horen wat de oorsprong was van de familienaam van al mijn klasgenoten, van allerlei oude straatnamen in mijn gemeente. (We hadden dan ook een leerkracht die dat onderwerp heel begeesterd kon behandelen. Een aantal jaren later werd Vic Mennen trouwens Doctor in de Germaanse Filologie met een verhandeling over de ‘Topononomie van de Vrijheid Lommel’.)
En toen in de jaren 2003-2004 ‘AnneTannes Kruidenmand’, de voorloper van AnneTannes Tuin, vorm kreeg, vond je in alle kruidenbeschrijvingen ook een paragraaf over de herkomst van de plantennaam, en over de volksnamen waaronder die plant bekend was. (Je kan die kruidenbeschrijvingen via dit menu, en via de knop ‘over kruiden’ in de horizontale menubalk nog steeds terugvinden.)
Ik weet niet wie er behalve ikzelf geïnteresseerd is in de naamsverklaring van Zwartmoeskervel, maar ik heb me in elk geval flink geamuseerd met het doorzoeken van boeken en internet, op zoek naar de ultieme uitleg, en naar volksnamen in allerlei talen…

Zwartmoeskervel. Zwart-Moes-Kervel

Zwartmoeskervel behoort, net zomin als Roomse Kervel, tot het geslacht Kervel. Voor de etymologie van ‘kervel’, verwijs ik naar etymologiebank.nl, ik zoek vooral een verklaring voor ‘zwartmoes’.
‘Moes’ is alvast niet moeilijk: hieraan zie je meteen dat Zwartmoeskervel in de middeleeuwen een plant was die vaak in groentebrij, groentestoofpotten gebruikt werd.
Maar dat ‘zwart’? De meeste bronnen noemen de zwarte zaden als verklaring.
Zie foto hierboven, maar ook op een foto op de website van Maurice Godefridi zijn de pikzwarte zaden en bloeischermen mooi te zien (tweede foto).

En toch, en toch…
Eigenzinnig als ik ben, ik weet toch niet zeker of dat ‘zwart’ echt slaat op de zaden, of toch niet eerder op het ‘moes’. Ik heb immers tijden het klaarmaken van de groente een paar keer gemerkt dat als ik ze wat (te) lang stoofde, meekookte, het donkergroen af en toe een niet zo aantrekkelijke grijsgroene kleur kreeg. Zou het daar misschien op slaan?
Vroeger heb ik overigens af en toe in ongeëmailleerde potten gekookt. Ik merkte toen dat sommige groene bladgroenten door de reactie met het blote ijzer zwartgroen verkleurden. Kan dat een verband hebben met ‘zwartmoes’?

Volksnamen?

‘Hedendaagse’ volksnamen voor zwartmoeskervel zijn er niet… Een plant die niet meer bekend is, daar heb je immers ook geen naam meer voor.

Smyrnium olusatrum

Smyrnium

In de klassiek oudheid heette zwartmoeskervel in het Grieks ‘Smyrnion’. Dat woord ontstond uit ‘smýrne’, dat op zijn beurt een verbastering zou zijn van ‘Smyrnaia myrra’, en dat zou betekenen ‘Myrrhe uit Smyrna’.
‘Smyrnion’ zou dan ook betekenen: ‘een plant waarvan de zaden naar myrrhe ruiken’.

olusatrum

Zwartmoeskervel heeft in het Duits, Engels en Frans telkens een hele andere naam, en telkens klinkt die ook heel anders dan de Nederlandse.
Maar in dit geval ligt de betekenis van de wetenschappelijke soortnaam wel heel dicht bij de Nederlandse betekenis:
‘Olusatrum’ is immers samengesteld uit ‘holus’ en ‘ater’.
Ater betekent ‘zwart’, en zou (alweer volgens dat Duitse etymologische woordenboek) dus verwijzen naar de kleur van de zaden, die ook opvallend groot zijn.
Holus betekent dan weer ‘een gekweekte of in het wildgroeiende plant die als groente gebruikt wordt’… Moes dus..
Smyrnium olusatrum is dus een ‘plant waarvan de zwarte zaden naar myrrhe ruiken en die als groente gebruikt wordt’.

Engels: Alexanders

Volksetymologisch is de verklaring van ‘Alexanders’ heel gemakkelijk… “Het gaat om een plant afkomstig uit het rijk van Alexander de Grote (zie ook mijn eerder blogberichtje over Zwartmoeskervel in de geschiedenis).”
Ook Middeleeuwse Nederlandse namen wijzen in die richting: lees maar mee in het Cruydeboek van Dodoens:

In de Apoteken is het teghenwoordigh ghewas niet sonder dwalinghe Petroselinum Macedonicum gheheeten, oft Petroselinum Alexandrium; ende hier te lande van den ghemeynen man Peterselie van Macedonien, oft Peterselie van Alexandrien; in Spaegnien oock Perexil Macedonico;

In de apotheken is het tegenwoordig gewas niet zonder dwaling Petroselinum Macedonicum genoemd of Petroselinum Alexandrium en hier te lande van de gewone man peterselie van Macedonië of peterselie van Alexandrië

Maar, zoals de Woelmuizenier een paar dagen geleden terecht opmerkte: Die verklaring is wat al te gemakkelijk. Toen de Romeinen de plant in onze contreien invoerden, was dat voor hen een doordeweekse voedselplant. Het zou dan ook vreemd zijn, dat men zich in Noordwest-Europa plots realiseerde dat de groente uit Klein-Azië, Alexandrië afkomstig was, en dat men in de naam daarnaar zou verwijzen.
Er is inderdaad ook nog een andere, en volgens mij waarschijnlijker verklaring: De Latijnse benaming ‘Olus atrum’, die al bij Columella en Plinius de Oudere is terug te vinden, zou zijn verbasterd tot oleratum, olisatrum, olosatrus of olixatrum, om vandaaruit in ‘Alexandr(in)um’ te veranderen, toen men er de betekenis van ‘zwarte moesgroente’ niet meer in herkende.

Volksnamen in het Engels

  • Hors parsley
  • smyrnium

Duits: Pferdeeppich

Pferdeeppich, ‘Paardeneppe’ dus…
‘Eppe’ was in de Middeleeuwen hier ten lande de benaming voor selder, en net als het Duitse Eppich is dat via het Oudhoogduits Apfi afkomstig van het Latijn ‘Apium’ (selder). En in Apium herken je dan weer ‘apis’, bij, en inderdaad zijn heel wat schermbloemigen planten die veel insectenbezoek aantrekken.
Net als het Engelse ‘Hors parsley’ zou Pferdeeppich verwijzen naar het feit dat paarden de plant best lekker vinden…

Volksnamen in het Duits

  • Geist-Dolde, Gespenst-Gelbdolde
  • Alisander

De eerste benamingen, met ‘Geist’ en ‘Gespenst’ (geest, spook) in de naam, verwijzen naar het feit dat de plant na de bloei in het voorjaar snel afsterft, waardoor er in de zomer nog slechts een skelet van de bloeistengel overblijft… (‘Gelbdolde’ is overigens ‘gele schermbloemige’)

Frans: Maceron

Het Latijnse ‘Petroselinum macedonicum’ (Macedonische peterselie) verbasterde tot het Italiaanse ‘Macerone’. De verandering van een d in een c is dan te verklaren door een gelijkenis met het woord ‘maceria’, ruïne. Want zoals heel wat oude cultuurplanten is het immers inderdaad ook een plant die vaak terug te vinden is in de buurt van ruïnes. En het Italiaanse Macerone werd in het Frans Maceron.
Hier zie je dus een beweging die omgekeerd is aan die van ‘Alexanders’: Toen de geografische oorsprong van de plant vergeten raakte, ging de naam verbasterd worden tot een woord dat naar de groeiplaats leek te verwijzen.

Volksnamen in het Frans

  • Grande Ache – hier herken je het Nederlands ‘Grote Eppe’, en de Duitse Eppich… het Latijn Appia dus…)
  • Persil de Cheval… daar zijn de paarden weer!
  • Persil de Macedoine

En nu?

En is dit nu het einde van mijn serietje over zwartmoeskervel? Niks hoor… Overmorgen volgt er nog één laatste artikeltje! Tot dan!

Doorwaskervel – Het blijft in de familie…

Dit bericht is deel 5 van 7 in de reeks Zwartmoeskervel

Het geslacht Smyrnium

Een paar blogpostjes geleden, kreeg ik per mail de vraag of Smyrnium perfoliatum, doorwaskervel, misschien ook eetbaar was.
Stiekem was ik blij dat die vraag niet gesteld was in een reactie op de blog zelf, want dan had ik al iets moeten vertellen van wat ik nu neerschrijf…

Het plantengeslacht Smyrnium omvat een handvol soorten, allemaal tweejarige of monocarpe meerjarige planten met hun oorsprong in Azië en Europa.
Twee soorten uit het geslacht komen in West-Europa in het wild voor. Over zwartmoeskervel heb ik intussen al het één en ander verteld, de andere soort is dus Smyrnium perfoliatum, doorwaskervel.

Doorwaskervel - Smyrnium perfoliatum
Doorwaskervel | Smyrnium perfoliatum (Foto: Tim WatersCC License)

Smyrnium perfoliatum, doorwaskervel

Klik om verder te lezen