Categorie: Flora

Gestikt!

Gestikt!

Het KnotbomenboekTwee rijtjes knotwilgen hebben we in de tuin, en sinds jaren is het traditie dat elk jaar in de Kerstvakantie een derde van die bomen geknot werd.
Jaren geleden deed ik dat telkens samen met zoonlief, maar sinds een jaar of vier is hij mij gewoonlijk te snel af, en heeft hij het karweitje al zelf voor zijn rekening genomen.
En omdat kleine jongens steeds groter, en sterker, en stoerder, en rapper worden, volstond al snel ‘één derde van de wilgen’ niet meer om zijn energie kwijt te kunnen. 1/3 van de bomen werd een paar jaar geleden ‘de helft’, maar daarmee zou de knotfrequentie van driejaarlijks (wat eigenlijk al een beetje te snel is) op tweejaarlijks komen, en dat was niet wat we wilden.

Maar toen was er gelukkig ‘Het Knotbomenboek‘, uitgegeven door KNNV (maar momenteel niet meer vlot verkrijgbaar).
En al op pagina 13 in dat boek vind je een duidelijke uitleg over ‘Stikken’

Klik om te lezen wat ‘Stikken’ is…

Cyclamen coum bloeit! (Plant van de maand*?)

Cyclamen coum in het hazelaarbosje
Cyclamen coum in het hazelaarbosje – in the hazel grove

*) Plant van de maand – Garden Bloggers Bloom Day

Lang geleden dat ik nog aansloot bij Garden Bloggers Bloom Day… Dat deed ik in het verleden meestal met een lijstje van wat er die maand in bloei was in mijn tuin. Maar laat ik eens proberen om voortaan op Garden Bloggers Bloom Day aan te sluiten bij de ‘Plant van de Maand‘ traditie die in de periode dat ik even uit de blogosfeer verdwenen was ontstaan lijkt. Ik vind het leuker om een bloeilijstje te publiceren in het begin van de maand, en dan halverwege de maand één plant wat uitgebreider te bespreken.
Dit is geen vaste belofte, maar wel een poging om mezelf te motiveren wat regelmatiger op mijn toetsenbord te tokkelen…

It’s quite some time ago that I wrote a blogpost for Garden Bloggers Bloom day…  In the past I often published an extensive list of each and every blooming plant in my garden (or at least in winter it was an extensive list!).  But let me try to join the ‘Plant of the Month’ tradition that arose in my long period of absence from the blogosphere…  
I’ll try to make a list of blooming plants in the first days of each month, and discuss one single blooming plant in more detail on Garden Bloggers Bloom Day… But, this is far from an absolute promise… Just trying to motivate myself to start writing on a more regular base! However, no English translation for now, for I don’t know if I still have any English speaking visitors…

Cyclamen in de tuin

Er zijn twee soorten cyclamens die courant in de tuin worden aangeplant, en ten tuine AnneTanne groeien ze allebei.
Vanaf half augustus (in 2015 zelfs al vanaf eind juli) geeft de Cyclamen hederifolium (syn. Cyclamen neapolitanum, Napolitaanse cyclamen) kleur onder de beuken, en hoewel ze in de loop van november meestal uitgebloeid raken, geeft hun gemarmerde blad nog kleur tot de beuken weer in blad staan.
Maar in een meer verscholen hoekje van de tuin heb ik ook de Cyclamen coum staan. Deze rondbladige cyclamen, of cyclamen van Coa, is in tegenstelling tot de vorige een echte winterbloeier.
Meer over Cyclamen coum

Doorwaskervel – Het blijft in de familie…

Dit bericht is deel 5 van 7 in de reeks Zwartmoeskervel

Het geslacht Smyrnium

Een paar blogpostjes geleden, kreeg ik per mail de vraag of Smyrnium perfoliatum, doorwaskervel, misschien ook eetbaar was.
Stiekem was ik blij dat die vraag niet gesteld was in een reactie op de blog zelf, want dan had ik al iets moeten vertellen van wat ik nu neerschrijf…

Het plantengeslacht Smyrnium omvat een handvol soorten, allemaal tweejarige of monocarpe meerjarige planten met hun oorsprong in Azië en Europa.
Twee soorten uit het geslacht komen in West-Europa in het wild voor. Over zwartmoeskervel heb ik intussen al het één en ander verteld, de andere soort is dus Smyrnium perfoliatum, doorwaskervel.

Doorwaskervel - Smyrnium perfoliatum
Doorwaskervel | Smyrnium perfoliatum (Foto: Tim WatersCC License)

Smyrnium perfoliatum, doorwaskervel

Klik om verder te lezen

En waarom heet dat Zwart-Moes-Kervel?

Dit bericht is deel 4 van 7 in de reeks Zwartmoeskervel

Zwartmoeskervel - zaad
Zwartmoeskervel, zaad (Parque Natural de las Sierras Subbéticas – Cabra (Cordoba))
Foto: Jaoquím Ramírez ©
 
 
Met voorsprong de boeiendste lessen Nederlands uit mijn middelbareschooltijd waren de lessen etymologie. Ongelooflijk interessant vond ik het, om te horen wat de oorsprong was van de familienaam van al mijn klasgenoten, van allerlei oude straatnamen in mijn gemeente. (We hadden dan ook een leerkracht die dat onderwerp heel begeesterd kon behandelen. Een aantal jaren later werd Vic Mennen trouwens Doctor in de Germaanse Filologie met een verhandeling over de ‘Topononomie van de Vrijheid Lommel’.)
En toen in de jaren 2003-2004 ‘AnneTannes Kruidenmand’, de voorloper van AnneTannes Tuin, vorm kreeg, vond je in alle kruidenbeschrijvingen ook een paragraaf over de herkomst van de plantennaam, en over de volksnamen waaronder die plant bekend was. (Je kan die kruidenbeschrijvingen via dit menu, en via de knop ‘over kruiden’ in de horizontale menubalk nog steeds terugvinden.)
Ik weet niet wie er behalve ikzelf geïnteresseerd is in de naamsverklaring van Zwartmoeskervel, maar ik heb me in elk geval flink geamuseerd met het doorzoeken van boeken en internet, op zoek naar de ultieme uitleg, en naar volksnamen in allerlei talen…

Zwartmoeskervel. Zwart-Moes-Kervel

Zwartmoeskervel behoort, net zomin als Roomse Kervel, tot het geslacht Kervel. Voor de etymologie van ‘kervel’, verwijs ik naar etymologiebank.nl, ik zoek vooral een verklaring voor ‘zwartmoes’.
‘Moes’ is alvast niet moeilijk: hieraan zie je meteen dat Zwartmoeskervel in de middeleeuwen een plant was die vaak in groentebrij, groentestoofpotten gebruikt werd.
Maar dat ‘zwart’? De meeste bronnen noemen de zwarte zaden als verklaring.
Zie foto hierboven, maar ook op een foto op de website van Maurice Godefridi zijn de pikzwarte zaden en bloeischermen mooi te zien (tweede foto).

En toch, en toch…
Eigenzinnig als ik ben, ik weet toch niet zeker of dat ‘zwart’ echt slaat op de zaden, of toch niet eerder op het ‘moes’. Ik heb immers tijden het klaarmaken van de groente een paar keer gemerkt dat als ik ze wat (te) lang stoofde, meekookte, het donkergroen af en toe een niet zo aantrekkelijke grijsgroene kleur kreeg. Zou het daar misschien op slaan?
Vroeger heb ik overigens af en toe in ongeëmailleerde potten gekookt. Ik merkte toen dat sommige groene bladgroenten door de reactie met het blote ijzer zwartgroen verkleurden. Kan dat een verband hebben met ‘zwartmoes’?

Volksnamen?

‘Hedendaagse’ volksnamen voor zwartmoeskervel zijn er niet… Een plant die niet meer bekend is, daar heb je immers ook geen naam meer voor.

Smyrnium olusatrum

Smyrnium

In de klassiek oudheid heette zwartmoeskervel in het Grieks ‘Smyrnion’. Dat woord ontstond uit ‘smýrne’, dat op zijn beurt een verbastering zou zijn van ‘Smyrnaia myrra’, en dat zou betekenen ‘Myrrhe uit Smyrna’.
‘Smyrnion’ zou dan ook betekenen: ‘een plant waarvan de zaden naar myrrhe ruiken’.

olusatrum

Zwartmoeskervel heeft in het Duits, Engels en Frans telkens een hele andere naam, en telkens klinkt die ook heel anders dan de Nederlandse.
Maar in dit geval ligt de betekenis van de wetenschappelijke soortnaam wel heel dicht bij de Nederlandse betekenis:
‘Olusatrum’ is immers samengesteld uit ‘holus’ en ‘ater’.
Ater betekent ‘zwart’, en zou (alweer volgens dat Duitse etymologische woordenboek) dus verwijzen naar de kleur van de zaden, die ook opvallend groot zijn.
Holus betekent dan weer ‘een gekweekte of in het wildgroeiende plant die als groente gebruikt wordt’… Moes dus..
Smyrnium olusatrum is dus een ‘plant waarvan de zwarte zaden naar myrrhe ruiken en die als groente gebruikt wordt’.

Engels: Alexanders

Volksetymologisch is de verklaring van ‘Alexanders’ heel gemakkelijk… “Het gaat om een plant afkomstig uit het rijk van Alexander de Grote (zie ook mijn eerder blogberichtje over Zwartmoeskervel in de geschiedenis).”
Ook Middeleeuwse Nederlandse namen wijzen in die richting: lees maar mee in het Cruydeboek van Dodoens:

In de Apoteken is het teghenwoordigh ghewas niet sonder dwalinghe Petroselinum Macedonicum gheheeten, oft Petroselinum Alexandrium; ende hier te lande van den ghemeynen man Peterselie van Macedonien, oft Peterselie van Alexandrien; in Spaegnien oock Perexil Macedonico;

In de apotheken is het tegenwoordig gewas niet zonder dwaling Petroselinum Macedonicum genoemd of Petroselinum Alexandrium en hier te lande van de gewone man peterselie van Macedonië of peterselie van Alexandrië

Maar, zoals de Woelmuizenier een paar dagen geleden terecht opmerkte: Die verklaring is wat al te gemakkelijk. Toen de Romeinen de plant in onze contreien invoerden, was dat voor hen een doordeweekse voedselplant. Het zou dan ook vreemd zijn, dat men zich in Noordwest-Europa plots realiseerde dat de groente uit Klein-Azië, Alexandrië afkomstig was, en dat men in de naam daarnaar zou verwijzen.
Er is inderdaad ook nog een andere, en volgens mij waarschijnlijker verklaring: De Latijnse benaming ‘Olus atrum’, die al bij Columella en Plinius de Oudere is terug te vinden, zou zijn verbasterd tot oleratum, olisatrum, olosatrus of olixatrum, om vandaaruit in ‘Alexandr(in)um’ te veranderen, toen men er de betekenis van ‘zwarte moesgroente’ niet meer in herkende.

Volksnamen in het Engels

  • Hors parsley
  • smyrnium

Duits: Pferdeeppich

Pferdeeppich, ‘Paardeneppe’ dus…
‘Eppe’ was in de Middeleeuwen hier ten lande de benaming voor selder, en net als het Duitse Eppich is dat via het Oudhoogduits Apfi afkomstig van het Latijn ‘Apium’ (selder). En in Apium herken je dan weer ‘apis’, bij, en inderdaad zijn heel wat schermbloemigen planten die veel insectenbezoek aantrekken.
Net als het Engelse ‘Hors parsley’ zou Pferdeeppich verwijzen naar het feit dat paarden de plant best lekker vinden…

Volksnamen in het Duits

  • Geist-Dolde, Gespenst-Gelbdolde
  • Alisander

De eerste benamingen, met ‘Geist’ en ‘Gespenst’ (geest, spook) in de naam, verwijzen naar het feit dat de plant na de bloei in het voorjaar snel afsterft, waardoor er in de zomer nog slechts een skelet van de bloeistengel overblijft… (‘Gelbdolde’ is overigens ‘gele schermbloemige’)

Frans: Maceron

Het Latijnse ‘Petroselinum macedonicum’ (Macedonische peterselie) verbasterde tot het Italiaanse ‘Macerone’. De verandering van een d in een c is dan te verklaren door een gelijkenis met het woord ‘maceria’, ruïne. Want zoals heel wat oude cultuurplanten is het immers inderdaad ook een plant die vaak terug te vinden is in de buurt van ruïnes. En het Italiaanse Macerone werd in het Frans Maceron.
Hier zie je dus een beweging die omgekeerd is aan die van ‘Alexanders’: Toen de geografische oorsprong van de plant vergeten raakte, ging de naam verbasterd worden tot een woord dat naar de groeiplaats leek te verwijzen.

Volksnamen in het Frans

  • Grande Ache – hier herken je het Nederlands ‘Grote Eppe’, en de Duitse Eppich… het Latijn Appia dus…)
  • Persil de Cheval… daar zijn de paarden weer!
  • Persil de Macedoine

En nu?

En is dit nu het einde van mijn serietje over zwartmoeskervel? Niks hoor… Overmorgen volgt er nog één laatste artikeltje! Tot dan!

Bosaardbei en Muskaataardbei

Her en der in de tuin hebben we bosaardbeitjes staan, en die vervullen vooral de rol van bodembedekker. (Lees: ze breiden zich sneller uit dan we ze kunnen wegwieden, dus maken we van de nood een deugd.)
En natuurlijk snoepen we ook van de vruchtjes, maar ze zijn zo klein dat je heel lang moet plukken voor je genoeg hebt voor bijvoorbeeld een ‘Coupe fraises’.
Maar dit jaar doen zowel de (gewone) Bosaardbei als de Grote Bosaardbei wel geweldig hun best.
Ligt het aan het koele voorjaar? Of aan de droogte? Feit is, dat de grootste bosaardbeitjes het formaat hebben van een kleine ‘cultuuraardbei’ (waarvan er ook een paar in de schaal liggen).

Fragaria vesca, Fragaria moschata
Kleine en grote bosaardbeitjes, en een paar ‘gewone’.

Lees verder “Bosaardbei en Muskaataardbei”

Ratelaar – Na Jaren de langverhoopte Update!

Dit bericht is deel 5 van 6 in de reeks Het Ratelaar-experiment

De ouwe getrouwen van dit blogje herinneren zich wellicht het blogreeksje over mijn Ratelaar-experiment.

Grote Ratelaar - Rhinanthus angustifolius
Grote Ratelaar – Rhinanthus angustifolius
In een poging om de grassen in de bloemenweide wat te onderdrukken – en dan vooral die vermaledijde Gestreepte Witbol, doe ik al jarenlang pogingen om Ratelaar tussen het gras te introduceren.

Tot vorig voorjaar waren al die pogingen vergeefs. Maar vorig jaar, nadat ik in het najaar een dikke briefomslag vol zaden uit de Biodiverse tuin had uitgestrooid, ontdekte ik één klein plantje.
Was er dat niet geweest, dan had ik verdere pogingen wellicht opgegeven. Maar dat bescheiden succesje was net voldoende om me voor te nemen nog één poging te wagen.

Vorige zomer verzamelden we een beetje zaad tijdens een weekendje aan de kust en zaaiden dat meteen in de tuin uit. (Ik ga er gemakshalve van uit dat moeder natuur het best weet wanneer het goed moment om te zaaien daar is, en dat de plant er daarom voor zorgt precies op het goede moment de zaden af te laten rijpen.)
En toen ik ging zaaien dacht ik plots aan iets wat ik las in ‘Making a Wildflower Meadow‘ van Pam Lewis. Na een aantal vergeefse pogingen om ratelaar te zaaien was die in de bloemenweide van Sticky Wicket toch een keer ontkiemd. Niet op een plek waar het gras erg krachtig groeide, maar wel op een wildwissel die doorheen de weide liep, en waar dus een veel armere plantengroei te zien was.
Een wildwissel loopt er niet door die postzegel van een bloemenweide, maar wel een, tja, zeg maar AnneTanne-wissel. Door dag na dag hetzelfde loopje door de weide te lopen creëer ik in de loop van de zomer een paadje. En in het vochtigste deel van de weide heb ik wat Ratelaar gezaaid, op en rond dat paadje.

Jullie hebben al lang begrepen dat ik dit stukje nooit zou hebben geschreven als mijn laatste poging geen succes had gehad. (Of zouden het nakomelingen zijn van het zaaisel uit de biodiverse tuin? Een jaar te laat ontkiemd, of nakomelingen van die allereerste bloeier?)

Grote Ratelaar - Rhinanthus angustifolius
Grote Ratelaar – Rhinanthus angustifolius
Een week voor de Ecotuindag heb ik de bloemenweide gemaaid. Ik durfde niet langer wachten, met een fors onweer voorspeld in de loop van de week, en gestreepte witbol die al ‘ver heen’ was. Alleen een toef margrieten wilde ik laten staan om te tonen dat er écht wel een boel bloemen in de weide bloeiden.
Maar voor ik met de zeis ten strijde trok, ging ik in het laagste deel van de weide kijken of de kievitsbloemen al ver genoeg waren afgerijpt. En het was toen dat ik plots merkte dat daar – precies waar vorig jaar mijn wandelpaadje lag en over een lengte van een meter of twee – een paar tientallen ratelaar-planten stonden.

De zeis werd dus voor dat stukje even terzijde gelegd, en met een sikkeltje heb ik de witbol tussen de bloeiende planten weggemaaid.

Doordat de bezoekers van onze tuin afgelopen zondag de gemaaide weide een ideale fietsenstalling leken te vinden, is er wel één plant gesneuveld, maar gelukkig staan er nog een heleboel die – dat hopen we tenminste – ons in de komende jaren nakomelingen gaan bezorgen…

Met pijn in het hart…

Ik heb al vaker verteld, dat toen we jaren geleden ons huis kochten, dat niet zozeer was om het bouwsel maar wel om de bomen was.
Toen ik een paar jaar geleden een zwam ontdekte aan de voet van één van de beuken, waren we er al niet helemaal gerust in.
Toen die zwam deze herfst opnieuw opdook, stuurde ik er een fotootje van door aan de boomverzorger die al eerder onze eik ‘behandelde’. Hij kwam vervolgens zelf poolshoogte nemen, nam de zwam voor onderzoek mee, en liet ons een paar weken later het verdikt weten…

De zwam in kwestie was een zadelzwam, een parasitaire zwam die echt wel te behandelen valt als hij op een tak voorkomt, maar die onderaan de stam toch serieuze risico’s met zich meebracht. De zwam zat al een paar jaar in de boom, en die boom stond niet alleen op slechts 6 meter van ons huis, maar helde ook nog eens over in de richting van het huis.
We moesten niet bang zijn dat hij al meteen zou gaan omwaaien, maar langer dan een paar jaar zou het toch echt niet meer veilig zijn.

En behalve het risico dat de boom op het huis viel, hielden we ook rekening met het feit dat onze geliefde oude bomen: een eik, de andere beuk en een haagbeuk vrij dicht in mekaars buurt stonden, en dat als deze beuk ontworteld zou raken, hij in zijn val wellicht ook de wortels van de andere bomen deels zou mee losrukken.

We besloten daarom niet af te gaan wachten, maar meteen drastisch te werk te gaan, en twee weken geleden werd de beuk geveld. Achteraf ben je dan stiekem toch wel blij, dat je ziet dat de aantasting echt wel zo ver gevorderd is, dat een andere beslissing dan vellen echt niet verstandig was.

De komende jaren komen we alvast geen brandhout tekort…

En plots is het dan lente…

Speenkruid en Sneeuwroem | Ranunculus ficaria subsp. bulbifer - Chionodoxa lucillae

Natuurlijk had ik vanmorgen al wel gezien dat het zonnig was (al was het nog bitter koud toen ik de kippen ging voeren…)…
Maar het was pas rond een uur of tien, elf, dat ik toevallig vanachter mijn computer een blik naar buiten wierp, en de bloemen onder de beuken met toonden dat ons nu echt nog een keer een lentedag gegund werd…
Niet alleen het Speenkruid dat al af en toe zijn knopjes had geopend, maar ook de Sneeuwroem die al meer dan een week aarzelde: “Zou ik, of zou ik niet”, had nu besloten toch maar eens te gaan bloeien. (Sneeuwroem weet mij andere jaren altijd weer te verrassen: wekenlang speur ik de grond af naar de eerste sprietjes en dan plots laten zich de groene bladpuntjes zien en minder dan een week later staan de blauwe sterretjes open. Dit jaar zaten er twee weken tussen het eerste spoortje blauw en de geopende bloemen…).
Ook onder beuken – maar vandaag niet op de foto – komen de bloemen van de Vingerhelmbloem open.

In zijn geheel ziet de tuin er nog kaal uit…
Het grauwgele gras laat overduidelijk zien dat het NIET blij is met de sneeuw die er zo vaak gelegen heeft, en de hagen, die zich anders begin april al groen gesluierd hebben, staan er nog kaal en dor bij. Mijn allereerste blogpostje, op 12 februari 2007, toonde een fotootje van de eerste meidoornblaadjes die toen te zien waren. Op dit ogenblik staan nog heel wat meidoorns er kaler bij.

Naar de foto’s van de andere bloeiers

Roomse Kervel – een veelzijdig kruid

Toen Boer Thomas zich een paar dagen geleden verwonderd afvroeg of ik écht al kervel in de tuin had, realiseerde ik me dat Roomse Kervel (Myrrhis odorata) eigenlijk niet zo’n bekend kruid/groente is.
En geloof me: dat is volkomen ten onrechte. Roomse Kervel is een gemakkelijk en mooi kruid, en je kan het op talloze manieren gebruiken.

Myrrhis odorata - Roomse Kervel
Roomse Kervel – 09 feb. 2008

Bij ‘kruidentuin’ denken veel mensen spontaan aan een zonnig en droog plekje in de tuin, waar je een aantal mediterrane geur- en smaakplanten kweekt.
Maar er zijn ook een heleboel schaduwplanten die als keukenkruid kunnen worden toegepast. (In een vroegere blogpost vind je een lijstje van kruiden voor de schaduw.)
En bij die schaduwkruiden is Roomse Kervel één van mijn absolute favorieten.
Hoe gebruik je Roomse Kervel?

Zonne-bloemen | Pinteressant?

En zelfs als er regenachtig en wisselvallig weer voorspeld is, wil het wel eens meevallen!
De zon lokte me al vroeg naar buiten vanmorgen, en nadat ik de ramen van de serre eens een grondige schrobbeurt heb gegeven (daar valt nu echt wel een paar lux meer naar binnen) heb ik een rondje door de tuin gemaakt, op zoek naar voorjaarsbloeiers.

Het speenkruid bloeit intussen al op alle plekken in de tuin: onder het hazelarenbosje, onder de beuken en in het bos.

Voorjaarsbloeiers: Ranunculus ficaria subsp. bulbifera | Speenkruid

Ik vind het contrast tussen de bijna transparante en de blinkend-opake delen van die bloemblaadjes zo mooi!

Het heeft jaren geduurd voor de bosanemoontjes echt ‘wilden’ in mijn tuin, Lees verder “Zonne-bloemen | Pinteressant?”