Weelde

Ruisseau - Foto: Sushidamour. Creative Commons License

’t Gepluimde riet golft op de zomerbries,
In donzen lijnen, van gracieuslijk dijnen.
Op heel het wondre landschap rust een fijne
Hoogzomersluier, – als een purpren vlies.

Omlaag, aan polderslootkant, bloeiend bies;
De laatste boterbloemen gaan verdwijnen.
De eerste blauwe juffers zie ‘k verschijnen
Op plompbladbloem en spitse pijlkruidspies.

Wat is het warm, maar toch zo recht verkwikkend,
Voor mens en dier, hier in het vlakke land;
Waar zich de zomerhemel welft zo wijde.

– Ik laat mijn ziel, als op de bries, zacht glijden
En dool de vliet langs, ’t tijdschrift in de hand,
Dat ik wou lezen, élk woord wegend, wikkend.

J.H. de Veer (ca. 1850-ca. 1910)

De foto bij dit bericht is van Sushidamour en valt onder een Creative Commons Licentie.
Het gedicht behoort tot het publieke domein.

Deze buttons respecteren je privacy (zie info):
sig

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.