En waarom heet dat Zwart-Moes-Kervel?

Dit bericht is deel 4 van 5 in de reeks Zwartmoeskervel

Zwartmoeskervel - zaad
Zwartmoeskervel, zaad (Parque Natural de las Sierras Subbéticas – Cabra (Cordoba))
Foto: Jaoquím Ramírez ©
 
 
Met voorsprong de boeiendste lessen Nederlands uit mijn middelbareschooltijd waren de lessen etymologie. Ongelooflijk interessant vond ik het, om te horen wat de oorsprong was van de familienaam van al mijn klasgenoten, van allerlei oude straatnamen in mijn gemeente. (We hadden dan ook een leerkracht die dat onderwerp heel begeesterd kon behandelen. Een aantal jaren later werd Vic Mennen trouwens Doctor in de Germaanse Filologie met een verhandeling over de ‘Topononomie van de Vrijheid Lommel’.)
En toen in de jaren 2003-2004 ‘AnneTannes Kruidenmand’, de voorloper van AnneTannes Tuin, vorm kreeg, vond je in alle kruidenbeschrijvingen ook een paragraaf over de herkomst van de plantennaam, en over de volksnamen waaronder die plant bekend was. (Je kan die kruidenbeschrijvingen via dit menu, en via de knop ‘over kruiden’ in de horizontale menubalk nog steeds terugvinden.)
Ik weet niet wie er behalve ikzelf geïnteresseerd is in de naamsverklaring van Zwartmoeskervel, maar ik heb me in elk geval flink geamuseerd met het doorzoeken van boeken en internet, op zoek naar de ultieme uitleg, en naar volksnamen in allerlei talen…

Zwartmoeskervel. Zwart-Moes-Kervel

Zwartmoeskervel behoort, net zomin als Roomse Kervel, tot het geslacht Kervel. Voor de etymologie van ‘kervel’, verwijs ik naar etymologiebank.nl, ik zoek vooral een verklaring voor ‘zwartmoes’.
‘Moes’ is alvast niet moeilijk: hieraan zie je meteen dat Zwartmoeskervel in de middeleeuwen een plant was die vaak in groentebrij, groentestoofpotten gebruikt werd.
Maar dat ‘zwart’? De meeste bronnen noemen de zwarte zaden als verklaring.
Zie foto hierboven, maar ook op een foto op de website van Maurice Godefridi zijn de pikzwarte zaden en bloeischermen mooi te zien (tweede foto).

En toch, en toch…
Eigenzinnig als ik ben, ik weet toch niet zeker of dat ‘zwart’ echt slaat op de zaden, of toch niet eerder op het ‘moes’. Ik heb immers tijden het klaarmaken van de groente een paar keer gemerkt dat als ik ze wat (te) lang stoofde, meekookte, het donkergroen af en toe een niet zo aantrekkelijke grijsgroene kleur kreeg. Zou het daar misschien op slaan?
Vroeger heb ik overigens af en toe in ongeëmailleerde potten gekookt. Ik merkte toen dat sommige groene bladgroenten door de reactie met het blote ijzer zwartgroen verkleurden. Kan dat een verband hebben met ‘zwartmoes’?

Volksnamen?

‘Hedendaagse’ volksnamen voor zwartmoeskervel zijn er niet… Een plant die niet meer bekend is, daar heb je immers ook geen naam meer voor.

Smyrnium olusatrum

Smyrnium

In de klassiek oudheid heette zwartmoeskervel in het Grieks ‘Smyrnion’. Dat woord ontstond uit ‘smýrne’, dat op zijn beurt een verbastering zou zijn van ‘Smyrnaia myrra’, en dat zou betekenen ‘Myrrhe uit Smyrna’.
‘Smyrnion’ zou dan ook betekenen: ‘een plant waarvan de zaden naar myrrhe ruiken’.

olusatrum

Zwartmoeskervel heeft in het Duits, Engels en Frans telkens een hele andere naam, en telkens klinkt die ook heel anders dan de Nederlandse.
Maar in dit geval ligt de betekenis van de wetenschappelijke soortnaam wel heel dicht bij de Nederlandse betekenis:
‘Olusatrum’ is immers samengesteld uit ‘holus’ en ‘ater’.
Ater betekent ‘zwart’, en zou (alweer volgens dat Duitse etymologische woordenboek) dus verwijzen naar de kleur van de zaden, die ook opvallend groot zijn.
Holus betekent dan weer ‘een gekweekte of in het wildgroeiende plant die als groente gebruikt wordt’… Moes dus..
Smyrnium olusatrum is dus een ‘plant waarvan de zwarte zaden naar myrrhe ruiken en die als groente gebruikt wordt’.

Engels: Alexanders

Volksetymologisch is de verklaring van ‘Alexanders’ heel gemakkelijk… “Het gaat om een plant afkomstig uit het rijk van Alexander de Grote (zie ook mijn eerder blogberichtje over Zwartmoeskervel in de geschiedenis).”
Ook Middeleeuwse Nederlandse namen wijzen in die richting: lees maar mee in het Cruydeboek van Dodoens:

In de Apoteken is het teghenwoordigh ghewas niet sonder dwalinghe Petroselinum Macedonicum gheheeten, oft Petroselinum Alexandrium; ende hier te lande van den ghemeynen man Peterselie van Macedonien, oft Peterselie van Alexandrien; in Spaegnien oock Perexil Macedonico;

In de apotheken is het tegenwoordig gewas niet zonder dwaling Petroselinum Macedonicum genoemd of Petroselinum Alexandrium en hier te lande van de gewone man peterselie van Macedonië of peterselie van Alexandrië

Maar, zoals de Woelmuizenier een paar dagen geleden terecht opmerkte: Die verklaring is wat al te gemakkelijk. Toen de Romeinen de plant in onze contreien invoerden, was dat voor hen een doordeweekse voedselplant. Het zou dan ook vreemd zijn, dat men zich in Noordwest-Europa plots realiseerde dat de groente uit Klein-Azië, Alexandrië afkomstig was, en dat men in de naam daarnaar zou verwijzen.
Er is inderdaad ook nog een andere, en volgens mij waarschijnlijker verklaring: De Latijnse benaming ‘Olus atrum’, die al bij Columella en Plinius de Oudere is terug te vinden, zou zijn verbasterd tot oleratum, olisatrum, olosatrus of olixatrum, om vandaaruit in ‘Alexandr(in)um’ te veranderen, toen men er de betekenis van ‘zwarte moesgroente’ niet meer in herkende.

Volksnamen in het Engels

  • Hors parsley
  • smyrnium

Duits: Pferdeeppich

Pferdeeppich, ‘Paardeneppe’ dus…
‘Eppe’ was in de Middeleeuwen hier ten lande de benaming voor selder, en net als het Duitse Eppich is dat via het Oudhoogduits Apfi afkomstig van het Latijn ‘Apium’ (selder). En in Apium herken je dan weer ‘apis’, bij, en inderdaad zijn heel wat schermbloemigen planten die veel insectenbezoek aantrekken.
Net als het Engelse ‘Hors parsley’ zou Pferdeeppich verwijzen naar het feit dat paarden de plant best lekker vinden…

Volksnamen in het Duits

  • Geist-Dolde, Gespenst-Gelbdolde
  • Alisander

De eerste benamingen, met ‘Geist’ en ‘Gespenst’ (geest, spook) in de naam, verwijzen naar het feit dat de plant na de bloei in het voorjaar snel afsterft, waardoor er in de zomer nog slechts een skelet van de bloeistengel overblijft… (‘Gelbdolde’ is overigens ‘gele schermbloemige’)

Frans: Maceron

Het Latijnse ‘Petroselinum macedonicum’ (Macedonische peterselie) verbasterde tot het Italiaanse ‘Macerone’. De verandering van een d in een c is dan te verklaren door een gelijkenis met het woord ‘maceria’, ruïne. Want zoals heel wat oude cultuurplanten is het immers inderdaad ook een plant die vaak terug te vinden is in de buurt van ruïnes. En het Italiaanse Macerone werd in het Frans Maceron.
Hier zie je dus een beweging die omgekeerd is aan die van ‘Alexanders’: Toen de geografische oorsprong van de plant vergeten raakte, ging de naam verbasterd worden tot een woord dat naar de groeiplaats leek te verwijzen.

Volksnamen in het Frans

  • Grande Ache – hier herken je het Nederlands ‘Grote Eppe’, en de Duitse Eppich… het Latijn Appia dus…)
  • Persil de Cheval… daar zijn de paarden weer!
  • Persil de Macedoine

En nu?

En is dit nu het einde van mijn serietje over zwartmoeskervel? Niks hoor… Overmorgen volgt er nog één laatste artikeltje! Tot dan!

Series Navigation<< Zwartmoeskervel doorheen de geschiedenis   |   Doorwaskervel – Het blijft in de familie… >>
Deze buttons respecteren je privacy (zie info):
sig

Eén reactie op “En waarom heet dat Zwart-Moes-Kervel?

  1. Weerom een erg leerrijk en interessant stukje.
    Ik zou bijna zwartmoesselder in de tuin uitzaaien, maar ik heb geen moestuin 😉 Staat op het lijstje voor later.
    Fruitberg recently posted…Plant van de Maand Januari 2016 : Daphne BohluaMy Profile

Reageren niet meer mogelijk